Veelgestelde vragen Incidentmanagement

Veelgestelde vragen Incidentmanagement

Op deze pagina leest u de meest gestelde vragen over incidentmanagement. Dit zijn vragen die onder andere zijn binnengekomen via de Landelijke Informatielijn van Rijkswaterstaat.

Algemeen

  1. Een melding van een incident komt telefonisch, via het detectiesysteem of via de weginspecteur binnen bij de wegverkeersleider van de regionale verkeerscentrale van Rijkswaterstaat. Het detectiesysteem bestaat uit de lussen in de weg, waardoor de wegverkeersleider op een scherm te zien krijgt als de snelheid van het verkeer afneemt. Daarnaast hebben we ook 3000 camera’s boven de snelweg die als extra ogen dienen.

  2. Rijkswaterstaat is bij een ongeval verantwoordelijk voor de veiligheid en doorstroming. We bergen het voertuig en voeren schadeherstel uit. Dit doen we zo snel mogelijk, zodat het verkeer vlot en veilig zijn weg kan vervolgen. Hierbij werken we nauw samen met hulpdiensten.

    We doorlopen verschillende fasen voordat de weg weer wordt vrijgegeven.

    • Bij de regionale verkeerscentrale van Rijkswaterstaat komt een melding binnen. Afhankelijk van de ernst, treffen we veiligheidsmaatregelen. Zo kunnen we rode kruisen boven de weg plaatsen, weginspecteurs en/of bergers op pad sturen en hulpdiensten alarmeren.
    • De weginspecteur zorgt ervoor dat de situatie veilig is. Hij zet zijn voertuig schuin (fend-off-positie) en plaatst kegels. Zo creëert hij voldoende ruimte voor de hulpdiensten. Ook kan het overige verkeer veilig doorrijden. Samen met de verkeerscentrale en de politie wordt een plan opgesteld om de doorstroming op gang te houden.
    • Nadat de hulpverleners klaar zijn met hun werk kan de politie besluiten om een sporenonderzoek te starten. Als het sporenonderzoek is afgerond, wordt er gestart met het bergen van de voertuigen. Een voertuig wordt geborgen als deze niet zelfstandig verder kan rijden.
    • Als de weg vrij is van voertuigen vindt er inspectie plaats van het wegdek, de vangrail en verkeersborden  plaats. Als er gevaar is voor weggebruikers voeren we meteen reparaties uit. Is dit gevaar er niet, dan kunnen we de reparatie uitstellen. De weginspecteur voert een laatste inspectie uit en geeft daarna de weg vrij.
  3. Als er schade is, bijvoorbeeld aan het wegdek of vangrail, die gevaar oplevert voor het verkeer, repareren we dit meteen. Dit noemen we noodreparaties. Er worden dan ook gelijk veiligheidsmaatregelen getroffen. Als er niet direct gevaar is, kunnen we de reparatie uitstellen tot een rustiger moment, bijvoorbeeld buiten de spits (spoedreparatie). Bij een spoedreparatie wordt de schade binnen 24 uur hersteld.

  4. Er zijn verschillende soorten bijzonder transport, zoals breedtetransporten of spoedtransporten bijvoorbeeld van donororganen. Bij vervoerstransporten over de weg die langer, breder of zwaarder zijn dan de standaard moet een ontheffing worden verleend. Voor het verlenen van een ontheffing is de rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) verantwoordelijk. De RDW maakt dan afspraken met de wegbeheerders, waaronder Rijkswaterstaat.

    Bij spoedtransporten komt de melding binnen bij de verkeerscentrale om, als dit mogelijk is, een rijstrook vrij te maken voor de ambulance. Vanuit de verkeerscentrale plaatst de centrale dan een rood kruis boven de weg, zodat het spoedtransport zo snel mogelijk naar de eindbestemming kan komen.

  5. Stilstaan op de vluchtstrook brengt gevaren met zich mee. Een voertuig dat stilstaat op de vluchtstrook, wordt gepasseerd door verkeer dat rijdt met een snelheid van 80 – 130 km/h. Dit is een groot verschil in snelheid. Dit betekent dat bij een aanrijding de gevolgen ernstig zullen zijn.

    Daarom moet er tussen de streep van de vluchtstrook en het voertuig minimaal 1 meter zitten. Als dit niet mogelijk is, worden er veiligheidsmaatregelen genomen, zoals het afsluiten van de naast gelegen rijstrook en/of een snelheidsbeperking. Bij een pechgeval op de linkerrijstrook of spitsstrook wordt altijd de naastgelegen rijstrook afgesloten voor het overige verkeer.

  6. Als er bijvoorbeeld oliesporen op het asfalt liggen, gebruiken we een speciale wegdekreiniger om dit op te ruimen. Hiermee kunnen we het wegdek (dat bestaat uit zeer open asfalt beton (zoab)) diep reinigen.

  7. Door zo snel mogelijk contact opnemen met het Landelijk afhandelpunt achtergelaten voertuigen op telefoonnummer 088 - 007 8782. Zo kan er worden gekeken waar uw voertuig staat en hoe u deze zo snel mogelijk weer kunt ophalen. Indien u hier langer dan 3 dagen mee wacht, worden er extra stallingskosten verrekend.

  8. We gaan blokrijden als we het verkeer op een constante snelheid willen laten rijden en/of het verkeer tot stilstand willen brengen, bijvoorbeeld als we een voorwerp van de weg moeten halen. Tijdens het blokrijden rijden weginspecteur op het midden van de weg en kunnen zo de snelheid van het achterop komende verkeer regelen.

  9. Een verkeersstop is een maatregel die bedoeld is om 1 of meerdere rijbanen vrij te maken van verkeer. Verkeersstops worden bijvoorbeeld ingezet bij werkzaamheden aan portalen boven de weg, waar verkeers- of matrixborden aan hangen. De stop duurt maximaal 15 minuten en vindt vooral 's nachts plaats.

  10. Het verkeersignaleringssysteem wordt ingezet bij het openen van spitsstroken, om rijstroken af te sluiten bij ongevallen en/of als er aan de weg wordt gewerkt. Maar ook als bijvoorbeeld de weg schade heeft of de bermen moeten worden gemaaid kunnen we met groene pijlen of rode kruisen aangeven welke rijstroken beschikbaar zijn. Op de afgesloten rijstroken kan de aannemer dan veilig aan het werk. Dit wordt allemaal vanuit de verkeerscentrale van Rijkswaterstaat geregeld.

  11. Ja, dat kan. Dat noemen we een CBM-maatregel (Cross Border Management). Het verkeer wordt dan omgeleid via België en/of Duitsland.

  12. Uit veiligheidsoverweging legt een weginspecteur deze in de berm. Aannemers zijn verantwoordelijk voor het zeer regelmatig 'schouwen' van de weg en het verwijderen van voorwerpen en afval die er niet horen. Dus een aannemer zal deze uiteindelijk uit de berm halen en meenemen.

Berging

  1. Het wegslepen van een vrachtwagen kost meer tijd dan het ruimen een personenauto. De vrachtwagen kan geladen zijn met gevaarlijke stoffen of levende dieren. Vaak moet de lading worden opgeruimd of overgeladen. Ook ligt een vrachtwagen bij een incident vaak op zijn kant, waardoor we hulpmiddelen zoals een kraan of hefkussens moeten gebruiken. De veiligheid van slachtoffers, hulpverleners en weggebruikers staat altijd centraal.

  2. Naast het wegslepen van een voertuig, maakt de berger, in overleg met Rijkswaterstaat, gebruik van speciaal materieel om vrachtwagens te bergen.

    • Een telescoopkraan is een hijskraan op een onderstel van een vrachtwagen met een telescopisch uitschuifbare giek. Een telescoopkraan kan een gewicht van enkele tonnen takelen. De giek is enkele tientallen meters uitschuifbaar. Als we een telescoopkraan inzetten, moeten we vanwege de breedte minimaal 2 rijstroken afsluiten.
    • Hefkussens zijn speciale, opblaasbare kussens die vrachtwagens in een mum van tijd rechtop zetten, zonder dat de lading verwijderd hoeft te worden. De kussens worden onder een gekantelde vrachtwagen geschoven en langzaam opgeblazen. De vrachtwagen komt daardoor rechtop te staan en kan (eenvoudig) worden weggesleept.
    • Calamiteitenschermen zijn anti-kijkschermen die het verkeer op de andere rijbaan en eventuele naastliggende rijstroken het zicht op het incident ontnemen. Dit bevordert de veiligheid en doorstroming van het overige verkeer. Zo worden kijkfiles verminderd. Het overige verkeer kan dan met gepaste snelheid langs het incident rijden.
  3. Als er een ongeluk is gebeurd, moet de rijstrook zo snel mogelijk worden vrijgemaakt. Als er bij het ongeval of pechgeval een vrachtauto is betrokken zijn er 2 mogelijkheden, aangezien dit meestal gepaard gaat met een flinke ravage en economische schade door lange files:

    • Versneld bergen: vrachtauto wordt meteen geborgen
    • Uitgesteld bergen: vrachtauto wordt zo neergezet dat er geen overlast voor het verkeer is en op een rustiger tijdstip kan worden weggesleept.

    Normaal gesproken bergen we niet in de spitsuren, behalve als er gevaarlijke stoffen in het spel zijn of als er zwaargewonden of doden zijn gevallen.

Files

  1. Een file is een rij langzaam rijdend of stilstaand verkeer. In het kader van verkeersinformatie is een file een verzamelbegrip van 3 soorten stagnerend verkeer:

    1. Langzaam rijdend verkeer: verkeer dat over ten minste 2 km nergens sneller rijdt dan 50 km/h, maar doorgaans wel sneller dan 25 km/h.
    2. Stilstaand verkeer: verkeer dat over ten minste 2 km vrijwel overal minder dan 25 km/h rijdt.
    3. Langzaam rijdend tot stilstaand verkeer: langzaam rijdend verkeer en op sommige stukken stilstaand verkeer, over veelal wat grotere afstand.
  2. Een spookfile ontstaat doordat een bestuurder remt, bijvoorbeeld omdat hij even is afgeleid of omdat een andere auto wil invoegen. De bestuurder achter hem remt iets harder, de bestuurder daarachter nog harder. Dit levert een lange rij remmende voertuigen en dus vertraging op. Ondertussen rijden de auto’s vooraan weer op een normale snelheid.

  3. Een van de maatregelen is dat we vaker versneld voertuigen gaan bergen. We staan in Nederland steeds vaker en langer in de file. En de verwachting is dat we in 2020 45% langer in de file staan. Reden voor Rijkswaterstaat om hierop in te spelen en versneld met een pakket maatregelen te komen. Een van deze maatregelen is het intensiveren van versneld bergen.

    Rijkswaterstaat stelt meerdere maatregelen voor. Deze methodes worden al op beperkte schaal toegepast, waarbij positieve effecten op de doorstroming zijn aangetoond.

    • We gaan eerder over tot het versneld bergen van voertuigen. Hierbij wordt een voertuig naar een veilige locatie verplaatst, zodat deze geen hinder veroorzaakt voor het verkeer. Ook kan ervoor worden gekozen om de berging uit te stellen tot na de spits. De rijbaan wordt dan vrij gemaakt voor het overige verkeer door het voertuig naar de vluchtstrook of de berm te verplaatsen.
    • We laten bergers op strategische locaties patrouilleren of stand-by staan. Hierdoor verkorten we de tijd die het kost om een voertuig te bergen, doordat de aanrijtijd verkort wordt.
    • Op werkdagen mag er op bepaalde trajecten overdag geen pechhulpverlening plaatsvinden, maar verplaatsen we de voertuigen direct naar een veilige locatie. Weginspecteurs krijgen meteen een melding, zodat ze de locatie kunnen beveiligen. Zo maken we de weg sneller vrij.
    • Ook zetten we in de ochtend- en avondspits weginspecteurs in op strategische plekken. Zo kunnen we incidenten sneller afhandelen.

Reisinformatie

  1. Rijkswaterstaat regelt het verkeer in allerlei bijzondere situaties, zoals het openen van spitsstroken of het boven de weg tonen van rode kruisen als een rijstrook niet gebruikt kan worden. Soms is een hele weg afgesloten.

    Rijkswaterstaat geeft via DRIP's (dynamische routeinformatiepanelen) informatie bij incidenten in de vorm van waarschuwingen en omleidingsroutes. Verkeerscentrum Nederland voorziet weggebruikers van verkeersinformatie via de website en Twitter. Zo weten weggebruikers altijd hoe druk het op de weg is. Ook wordt verkeersformatie gedeeld met serviceproviders, die de informatie via radio en internet verder verspreiden.

  2. De inwinning van verkeersdata gebeurt op veel verschillende manieren. Verkeerscentrales van Rijkswaterstaat houden het verkeer continu in de gaten via detectielussen in de weg, camera's boven de weg en meldingen van politie en weginspecteurs. Deze gegevens worden door Verkeerscentrum Nederland verzameld en gebundeld waarna ze via de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) beschikbaar worden gesteld voor de serviceproviders.