Incidentmanagement

Incidentmanagement: vlotte doorstroming van verkeer na pech of ongevallen

Rijkswaterstaat is bij een ongeval verantwoordelijk voor de veiligheid en doorstroming op de Nederlandse snelwegen. We zorgen ervoor dat hulpdiensten snel en veilig hun werk kunnen doen en de voertuigen snel worden weggehaald.

Deze maatregelen noemen we samen 'incidentmanagement'. We werken hierbij intensief samen met de hulpdiensten, bergers, pechhulpverleners, verzekeraars en alarmcentrales en andere wegbeheerders zoals gemeenten en provincies. Met elkaar zorgen we dagelijks voor een bereikbaar Nederland, ook bij pech en ongevallen.

Stap 1: rol weginspecteurs en verkeerscentrales bij incidentmanagement

Een melding van een incident komt telefonisch, via het detectiesysteem of via de weginspecteur binnen bij de wegverkeersleider in een van onze regionale verkeerscentrales. Het detectiesysteem bestaat uit de lussen in de weg, waardoor de wegverkeersleider op een scherm te zien krijgt als de snelheid van het verkeer afneemt. Daarnaast hebben we ook 3.000 camera’s boven de snelweg die als extra ogen dienen. Onze weginspecteurs en verkeerscentrales spelen dus een centrale rol in incidentmanagement. Luister ook de podcast Rijkswaterstaat kijkt naar ons en kom meer te weten over het werk van de verkeerscentrale.

Stap 2-3: rood kruis boven de weg

Nadat we de melding in de verkeerscentrale ontvangen hebben, nemen we veiligheidsmaatregelen. Welke maatregel we treffen, is afhankelijk van de ernst. Zo kunnen we rode kruisen boven de weg plaatsen, weginspecteurs en/of bergers op pad sturen en hulpdiensten alarmeren. Door een rijstrook af te sluiten met een rood kruis zorgen we ervoor dat hulpdiensten en bergers veilig hun werk kunnen doen.

Stap 4-6: verkeer zoveel mogelijk laten doorrijden

Nadat de nodige rijstroken afgesloten zijn en de weginspecteur aanwezig is, zorgt deze ervoor dat het verkeer vlot en veilig kan doorrijden en de hulpdiensten voldoende ruimte hebben om hun werk te doen. Samen met de verkeerscentrale en de politie maken we hiervoor plannen.

Maatregelen weginspecteur

De weginspecteur zet zijn auto vóór het incident schuin op de weg (fend-off-positie) en plaatst kegels, om zo het verkeer naar een andere rijstrook te leiden. Bij incidenten op de linkerrijstrook en spitsstrook sluiten we altijd de naastgelegen rijstrook af voor het verkeer. Vaak bevinden zich objecten, zoals stilstaande voertuigen, op de weg of er heel dicht langs. Als er minder dan een meter ruimte is tussen het object en het verkeer, dan sluiten we de rijstrook ernaast (ook) af.

Als dat niet mogelijk is, kunnen we een rijstrook afsluiten of een snelheidsbeperking instellen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van blokrijden, waarbij de weginspecteur in het midden van de weg rijdt en zo de snelheid van het verkeer achter hem regelt.

Als het verkeer niet veilig kan passeren, dan stellen we omleidingen (eventueel via Duitsland of België) in. Dat noemen we een CBM-maatregel (Cross Border Management). Informatie hierover tonen we op borden boven en langs de weg via dynamische routeinformatiepanelen (DRIP’s), via verkeersinformatie op de website en Twitteraccount van Rijkswaterstaat Verkeersinformatie. Ook wordt verkeersformatie gedeeld met serviceproviders (via de Nationale Databank Wegverkeersgegevens), die de informatie via radio en internet verder verspreiden.

Stap 7-8: bergen van het voertuig

Nadat de hulpverleners klaar zijn, kan de politie een sporenonderzoek starten. Als het sporenonderzoek is afgerond, bergen we de voertuigen. Dit doen we als het voertuig niet meer kan rijden. Door sneller te bergen, onder meer door bergers op strategische plekken neer te zetten, verminderen we files. Geborgen voertuigen moeten binnen 3 dagen opgehaald worden. Neem hiervoor contact op met het Landelijk Afhandelpunt Wegsleepregeling.

Bergen van vrachtwagens

Het bergen vrachtwagens vraagt meer tijd dan de berging van personenauto’s. Vaak moet de lading worden opgeruimd of overgeladen. Ook ligt een vrachtwagen bij een incident vaak op zijn kant. Dan gebruiken we hulpmiddelen zoals een (telescoop)kraan of hefkussens.

De veiligheid van slachtoffers, hulpverleners en weggebruikers staat altijd centraal. Daarom gebruiken we ook anti-kijkschermen, die het zicht vanaf de andere rijstroken en rijbaan op het ongeval belemmeren. Dit vermindert kijkfiles en zorgt voor een betere doorstroming en veiligheid voor het overige verkeer. Als een ongeval in de spits plaatsvindt, zetten we de vrachtwagen zo neer dat deze geen overlast veroorzaakt en bergen we op een later moment. Als er gevaarlijke stoffen of zwaargewonden of doden zijn gevallen, bergen we meteen.

Stap 9-10: laatste controle en de weg vrijgeven

Als de weg weer vrij is, controleren we het wegdek, de vangrails en verkeersborden. Ook maken we met een speciale reiniger het wegdek schoon, als daar bijvoorbeeld olie op ligt. Verder voeren we reparaties uit als er gevaar is voor de weggebruiker (noodreparaties). We spreken van een spoedreparatie als de schade niet direct gevaar oplevert. We repareren het wegdek dan binnen 24 uur. Daarna volgt nog een laatste inspectie en wordt de weg vrijgegeven.

Andere vormen incidentmanagement

Ook calamiteitenoefeningen en het maken van scenario’s om bijvoorbeeld een aanrijding in een tunnel of een brand naast de snelweg af te wikkelen, vallen onder incidentmanagement. Veiligheid en een goede doorstroming van het verkeer hebben ook dan onze hoogste prioriteit.

Onderliggende pagina's