Archeologische vondsten bij projecten

Archeologische vondsten bij projecten

Bij de aanleg van een nieuwe weg of verbreding van een waterweg kunnen we niet meteen beginnen met graven. De bodem kan rijk zijn aan archeologische vondsten. Dit erfgoed moet goed beschermd worden. Daarom onderzoekt Rijkswaterstaat bij elk project of er archeologische resten in de grond zitten.

Rijkswaterstaat is als opdrachtgever van bouwprojecten verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van archeologisch onderzoek. Bij werkzaamheden aan het project Ruimte voor de Rivier IJsseldelta werd een goed geconserveerde 15e-eeuwse ijsselkogge gevonden en bij de werkzaamheden aan de A12/A15 tussen Ressen en Oudbroeken troffen we een Romeins grafveld aan. Maar laten we deze archeologische resten in de grond zitten of graven we het op? Deze keuze is per project verschillend. Bij elk onderzoek wordt een aantal vaste stappen doorlopen. Wat er met vondsten moet worden gedaan of gebeuren is vastgelegd in het Europese Verdrag van Valletta. Archeologische sporen en vondsten moeten zo veel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Als dat niet mogelijk is moeten ze worden opgegraven en gedocumenteerd.

Archeologisch bureauonderzoek

Voordat een bouwproject van start gaat, wordt er uitvoerig bronnenonderzoek gedaan. Op basis van onder meer eerdere archeologische onderzoeken, archieven en historische kaarten wordt bepaald hoe de groot kans is dat er archeologische resten in de grond zitten. Ook wordt een verwachting uitgesproken over de aard en de fysieke toestand van de vondsten. Rijkswaterstaat laat elk archeologisch onderzoek uitvoeren door gekwalificeerde onderzoekers. We werken hiervoor nauw samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Inventariserend veldonderzoek

Als de kans op archeologische resten groot is en als de resten bedreigd worden door grondwerkzaamheden, volgt een inventariserend veldonderzoek. Eerst kijken we of de grond ongeroerd is en hoe de bodem is samengesteld. Met grondboringen en eventueel proefsleuven kijken we daarna systematisch of er sporen en/of vondsten aanwezig zijn. Zijn er resten aanwezig, dan onderzoeken we of de vondsten in de bodem kunnen blijven, moeten worden opgegraven of dat het terrein kan worden vrijgegeven en het bouwproject door kan gaan.

Beschermen in de bodem

Worden er archeologische resten gevonden, dan laten we deze het liefst in de grond zitten. Om de resten te beschermen kijken we eerst of het mogelijk is om bestaande projectplannen aan te passen, bijvoorbeeld door de weg te verleggen. Als dat niet mogelijk is, kijken we of we de resten in de bodem kunnen beschermen. Een voorbeeld hiervan is het scheepswrak bij Burgzand. Dit is afgedekt met een laag gaas dat zand vasthoudt en zorgt dat het wrak beter beschermd is tegen erosie.

Archeologische resten bewaren we zoveel mogelijk in de grond zodat we, als er in de toekomst betere onderzoekstechnieken zijn ontwikkeld, nog meer informatie uit de resten kunnen halen

Opgraven archeologische vondsten

Niet alle archeologische resten kunnen in de bodem blijven. Kwetsbare vondsten worden geconserveerd. Zo wordt bijvoorbeeld het wrak van de ijsselkogge langzaam gedroogd in een droogstation en besproeid met een kaarsvetachtige substantie om het water uit het hout te halen.

Resten die zijn opgegraven worden uitvoerig gedocumenteerd. Deze documentatie gebeurt al in het veld waar de resten gevonden zijn. Hierna worden de vondsten gewassen, genummerd en geanalyseerd en komen al deze gegevens in een archeologisch standaardrapport. Uiteindelijk worden de vondsten en monsters in een archeologisch depot ondergebracht. Naar welk depot deze vondsten gaan is afhankelijk van de vindplaats en het type vondst. Zo is er een maritiem depot voor scheepsresten en zijn er provinciale en gemeentelijke depots.

Onderliggende pagina's