02 Deltaroute

Aan de snelweg A4 komen alle kenmerken van het Nederlandse snelwegennet voor, variërend van hoogstedelijke centra tot open en uitgestrekte polderlandschappen.

Vanaf Amsterdam passeert de snelweg A4 economische kerngebieden als de Zuidas, Schiphol, Den Haag en de haven van Rotterdam om tot slot aan te sluiten bij de haven van het Vlaamse Antwerpen. De A4 snijdt eveneens de laagveenpolders van het Groene Hart, Midden-Delfland en de Hoeksche Waard, evenals de kleipolders van West-Brabant.

Deze verscheidenheid vraagt om een samenhangende visie op de relatie tussen de A4 en de steeds wisselende landschappen en tussen deze landschappen onderling.

Visie

De visie Deltaroute hanteert voor de inrichting van de weg zelf 3 basisprincipes: 

  • Het anticiperen door continu in de gaten houden welke technische ontwikkelingen zich voordoen en wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor het Routeontwerp van de A4.
  • Het verduurzamen door het imago van snelwegen en autogebruik te verbeteren.
  • Het vormgeven als een rivier door de afgezonderde ligging van de snelweg. Omgeven door bossages, taluds en geluidsschermen beweegt de A4 als een rivier met uiterwaarden door het landschap. Een lineaire ruimte, met eigen regels en een eigen dynamiek. Door de A4 als rivier op te vatten, komt de visie met ontwerpregels om deze eigen dynamiek te verbeteren en dwarsrelaties te versterken. Hiervoor wordt onderscheid gemaakt in bouwkundige en groene elementen.

Voor bouwkundige elementen als viaducten moet het ontwerp iets zeggen over de tijd en de cultuur van ontstaan en de functie. Een goed voorbeeld hiervan is de reeks Schipholbaan-kruising HSL Prins Clausplein-Beneluxtunnel. Voor elementen in de lengterichting wordt een vormfamilie voorgesteld die aansluit bij de plek van de snelweg A4 in uiteenlopende landschappen.

Groene elementen

Voor de groene elementen kiest de visie duidelijk: water- en rietvegetaties in bermen en overhoeken geven een eigen gezicht aan de snelweg A4. De inrichting van de omgeving is gebaseerd op 2 pijlers: contrast en contact.

Het 1e betreft het aanzetten van het verschil tussen de open polders enerzijds en de hoogstedelijke gebieden anderzijds. Dit wordt bereikt door in de stabiele poldergebieden panorama`s vast te leggen en in snelle gebieden als Schiphol, de Zuidas en Rotterdam intensivering te stimuleren.

Met contact streeft de visie naar een versterking van de landschappelijke en stedelijke dwarsrelaties over en onder de A4. Dit behelst onder meer het behoud van waardevolle landschappen, de ontwikkeling van snelwegparken, het accentueren van waterstelsels en cultuurhistorische linies (landschappelijk) en de verbetering van stedelijke en mainportnetwerken en van aansluitingen van verschillende infrastructurele lijnen (stedelijk).

Document