05 Nederlands Regionaal Model (NRM) en Landelijk Model Systeem (LMS)

Verkeers- en vervoersmodellen LMS en NRM

Het transport van personen en goederen is in Nederland erg belangrijk. Om te zorgen dat mensen tijdig op hun werk verschijnen en goederen op tijd op hun bestemming komen is infrastructuur nodig.

Als we kijken naar het wegen- en spoornet van Nederland dan betekent dit dat waar nodig wegen of sporen worden aangelegd, verbreed en onderhouden. Dit moet tijdig worden ingepland. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de strategische verkeers- en vervoersmodellen Landelijk Model Systeem (LMS) en het Nederlands Regionaal Model (NRM).

Nederland heeft een van de zwaarst belaste wegen- en spoornetwerken ter wereld. Over duizenden kilometers spoor en rijksweg rijden dagelijks miljoenen voertuigen. Hoe zorgen we ervoor dat dit verkeer goed blijft doorstromen? Hoe weten we bijvoorbeeld waar knelpunten op de snelweg ontstaan? En hoe weten we waar snelwegen aangelegd, verbreed of onderhouden moeten worden? Daarvoor gebruikt Rijkswaterstaat verkeerscijfers uit twee verkeers- en vervoersmodellen: het Landelijk Model Systeem Verkeer en Vervoer en het Nederlands Regionaal Model. Met deze modellen schatten we in hoe het verkeer er in de toekomst uitziet. We kijken wel vijftien tot dertig jaar vooruit! Dat is belangrijk, omdat het verkeer en gebruik van het openbaar vervoer constant groeien en veranderen. In de prognoses van verkeers- en vervoersmodellen wordt daarom rekening gehouden met ontwikkelingen in de bevolking, economie en werkgelegenheid. Maar ook met ontwikkelingen van het inkomen, energieprijzen en van technologie. Als er bijvoorbeeld meer woonwijken of bedrijventerreinen op een bepaalde locatie komen, gaat het verkeer in de regio zich anders verdelen. Over andere bestemmingen, vervoersmiddelen, tijdstippen en routes. De verkeerscijfers geven een geschat toekomstbeeld van het woon-werkverkeer, verkeer naar school of winkels en verschillende vervoerswijzen. Op basis van de uitkomsten van deze modelberekeningen weten we hoeveel voertuigen er op de weg rijden, welke wegen ze gebruiken, hoe druk het is in het openbaar vervoer, hoe lang de reistijd is en waar files ontstaan. Kortom: met de verkeers- en vervoersmodellen ondersteunt Rijkswaterstaat het ministerie bij de besluitvorming over aan welke wegen en spoorverbindingen we de komende jaren gaan werken. Zo houden we Nederland veilig, leefbaar en bereikbaar. Meer weten? Kijk op rijkswaterstaat.nl/verkeersenvervoersmodellen.

Besluitvorming van infrastructuur

Waar de infrastructuur eventueel moet worden aangepast wordt lang van tevoren bedacht. Bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat worden om de paar jaar berekeningen gemaakt over wat aan extra capaciteit van infrastructuur nodig is op het hoofdwegennet, hoofdspoornet en hoofd vaarwegennet. Dit wordt weergegeven in de Nationale Markt en Capaciteitsanalyse, afgekort de NMCA. Deze berekeningen komen onder andere tot stand door het gebruik van de strategische verkeer- en vervoermodellen LMS en NRM.

In combinatie met de politieke afwegingen, ondersteunen de uitkomsten van de NMCA de besluitvorming waar het ministerie van I&W wil investeren in de infrastructuur. De verschillende programma’s en projecten als resultaat van deze besluitvorming zijn terug te vinden in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport Overzicht (MIRT).

Toepassingsmogelijkheden verkeers- en vervoersmodellen

De modellen kennen vele toepassingsmogelijkheden. Behalve voor de landelijke verkenning NMCA worden de modellen ook gebruikt om de gevolgen van de verschillende alternatieven bij projecten en voor de gevolgen van overige beleidsmaatregelen af te wegen. Om inzicht te krijgen in de voor- en nadelen van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur moeten we weten hoeveel voertuigen over welke wegen rijden. Zo kunnen we afwegen welke gevolgen de alternatieven hebben voor onder andere de verkeersintensiteit, reistijden, geluidshinder, luchtverontreiniging en de natuur. Daarnaast dienen prognoses als input voor onder meer kosten-batenanalyses en milieueffectrapportages.

Het LMS en het NRM laten de effecten zien van beleid. Bijvoorbeeld een rijstrook erbij, wat betekent dat dan voor een file? Lost de file dan op of juist niet? Hoeveel extra verkeer wordt door de verbreding veroorzaakt en wat betekent dat voor de luchtkwaliteit of de hoeveelheid geluid?

LMS en NRM

In Nederland worden verschillende verkeers- en vervoermodellen gebruikt. Provincies en gemeenten gebruiken veelal regionale of lokale modellen om gedetailleerde verkeersprognoses te maken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gebruikt voor het hoofdwegennet en het hoofdspoornet 2 strategische modellen. Het LMS en het NRM. Er zijn 4 regionale modellen van het NRM in gebruik: NRM-Noord, NRM-Oost, NRM-Zuid, NRM-West. Met deze modellen kunnen langetermijnprognoses worden gemaakt. Rijkswaterstaat beheert en ontwikkelt deze modellen voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Het LMS deelt Nederland in ongeveer 1500 zones in. Het NRM is nog gedetailleerder, waardoor met dit laatste model prognoses gemaakt kunnen worden op het niveau van wegvakken.

Het basisjaar

Het basisjaar van de modellen wordt gevoed door een groot onderzoek onder Nederlanders, ODiN, hierbij staat het verplaatsingsgedrag van de Nederlander centraal. Bijvoorbeeld hoe verplaatst de Nederlander zich, met welke vervoerswijzen en waarom maakt de Nederlander deze verplaatsing. Het door het CBS uitgevoerde ODiN-onderzoek vindt continu plaats. Elke 4 jaar wordt het basisjaar van de modellen geactualiseerd zodat de modelleninvoer weer helemaal up-to-date is.

De toekomstjaren

Voor het maken van voorspellingen worden verschillende toekomstige situaties bekeken. Naast de data over het wegennet en mobiliteit in het basisjaar en de ruimtelijke verdeling van bedrijventerreinen en woningbouw in Nederland, wordt data toegevoegd uit het toekomstjaar. Bijvoorbeeld over wegenprojecten die nu nog uitgevoerd moeten worden maar in de toekomst wel al klaar zijn. Het model berekent vervolgens de vervoersstromen in de toekomst aan de hand van verschillende scenario’s voor de economische, demografische en ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt momenteel gebruik gemaakt van de WLO 2015-scenario’s. De prognoses doen uitspraken over: hoe vaak reizen we, met welke vervoerswijze, op welke tijdstippen en via welke routes. De uitkomst gaat vooral over de drukte op wegen voor verschillende toekomstjaren en de hoeveelheid spoorvervoer en met behulp van andere modellen van ProRail, ook over de drukte in de treinen. Kaartmateriaal wordt hierbij gebruikt om in een oogopslag duidelijk te maken waar knelpunten ontstaan. Daarvoor gebruiken we verschillende kleuren en verschillende diktes van lijnen.

Kwaliteit van het LMS en NRM

Rijkswaterstaat is de eigenaar en beheerder van het NRM en het LMS en daarmee ook verantwoordelijk voor de kwaliteit ervan. De kwaliteit wordt continue op orde gehouden door:

  • Actualisaties: de verkeersmodellen gebruiken invoerdata die aan verandering onderhevig zijn. Er worden nieuwe besluiten genomen over infrastructuur en/of ruimtelijke ontwikkeling, nieuw beleid geformuleerd of soms vernieuwde versies van de modelsoftware in gebruik genomen. Elk jaar worden daarom de uitgangspunten voor de toekomst geactualiseerd en worden op basis daarvan nieuwe basisprognoses opgesteld. Deze nieuwe basisprognoses worden uitgebreid getoetst op plausibiliteit. Het basisjaar wordt eens per 4 jaar geactualiseerd. Bij het opstellen van het nieuwe basisjaar wordt getoetst op een groot aantal kwaliteitscriteria. Met deze actualisaties sluiten de verkeersprognoses weer optimaal aan op de actuele inzichten en vormen ze een robuuste basis voor besluitvorming en eventuele procedures bij de Raad van State.

  • Periodiek worden de modellen onderworpen aan een onafhankelijke audit, voor het laatst in 2012. Hierbij wordt onder andere gekeken in welke mate de modellen geschikt zijn om voldoende gedetailleerde, redelijke en nauwkeurige antwoorden te kunnen genereren op een breed scala aan beleidsvragen (fit for purpose) en in welke mate de modellen aansluiten op hedendaagse (internationale) wetenschappelijke inzichten en ervaringen met verkeers- en vervoersmodellen (state of the art en state of the practice).

Meer informatie over verkeers- en vervoersmodellen

Meer informatie over de werking van het LMS en NRM kunt u vinden in de brochure Landelijk Model Systeem (LMS). U kunt ook contact opnemen met het Steunpunt Verkeersprognose via het contactformulier.