'Veel recreatievaarders kennen de regels niet goed'

'Veel recreatievaarders kennen de regels niet goed'

Albert van der Veen – sluismeester van de Spooldersluis bij Zwolle: ‘Een van de spannendste dingen die ik op de sluis heb meegemaakt, was toen een schip van 110 meter de sluis binnenvoer. 2 schippers van plezierjachten dachten direct achter hem aan te kunnen varen.'

Albert van der Veen, sluismeester van de Spooldersluis bij Zwolle.
'Maar op de sluis in het IJsselkanaal, waar ik sluismeester ben, trekt het water weg uit de sluis als er nog gevaren wordt terwijl een groot schip aanlegt. Een van de jachten werd hierdoor meegezogen en klapte tegen de muur van de sluis. Er zaten twee fietsen bevestigd aan de achterkant van de boot. Er raakte gelukkig niemand gewond, maar de fietsen, die waren kapot.’

'Ik overzie de hele sluis'

‘Om zulke situaties te voorkomen zijn wij er: de sluismeesters en stewards. Ik werk al 26 jaar als sluismeester, eerst op de Zwartsluis en nu al 13 jaar op de Spooldersluis in het IJsselkanaal. Als sluismeester zit ik de hele dag in de bedieningsruimte. Met behulp van camera’s overzie ik de hele sluis. Met de computer geven we aan of de sluisdeuren open kunnen en een schip naar binnen mag varen. Wij brengen het water in de sluis naar het juiste niveau, dit heet het schutproces.’

Recreatievaarders

‘In de zomermaanden is het druk met recreatievaart. Dan moeten we vaak aanwijzingen geven. Veel recreatievaarders kennen de regels voor de sluizen niet goed. Er is bijvoorbeeld een aparte afmeersteiger voor de recreatievaart. Soms weet een schipper van een jacht dat niet en legt hij zijn jacht aan de steiger voor de beroepsvaart. Of de jachten blijven voor de sluis dobberen, zonder ruimte te maken voor de beroepsvaart. Via de intercom geven wij de schippers aanwijzingen waar ze heen kunnen. Sommige sluizen hebben stewards. Zij geven de instructies van de sluismeester door aan de schippers en nemen de lijnen aan of gooien die los.’

Niet inhalen op een wachtplaats

'Schippers kunnen zelf bijdragen aan een vlotte en veilige sluispassage door zich aan de vaarregels te houden. Zo mag een schip een ander schip niet inhalen op een wachtplaats of bij het naderen daarvan, de schepen varen binnen op volgorde van aankomst. Ook is het belangrijk om snelheid te minderen voor de sluis. Een klein schip mag pas de sluis invaren na de grote schepen. In de sluis heeft een groot schip tijd nodig om af te meren. De schroef blijft dan aanstaan. Het is niet als met een auto, waarmee je remt en snel stil staat. Daarom laten we een schip eerst afmeren, en daarna mogen de plezierjachten pas naar binnen. Het schutproces duurt dan langer, maar het vergroot wel de veiligheid. En daar proberen wij als sluismeesters voor te zorgen.’