Veelgestelde vragen snelvaren

Veelgestelde vragen snelvaren

Op deze pagina vindt u een overzicht van veelgestelde vragen over snelvaren op onze waterwegen.

Veelgestelde vragen snelvaren

  1. De schipper moet in het bezit zijn van een vaarbewijs. Voor de meeste binnenwateren volstaat het Klein Vaarbewijs deel 1. Voor de Oosterschelde, Westerschelde, IJsselmeer, Markermeer, Waddenzee, Eems en Dollard is het Klein Vaarbewijs deel 2 verplicht.

    De schipper mag iemand anders – van boven de 18 jaar- de snelle motorboot laten besturen. Voorwaarde is dat de schipper kan ingrijpen als dat nodig is (en dat is in veel gevallen, en in elk geval op een waterscooter en jetski, niet mogelijk). De schipper is (mede) verantwoordelijk voor de gedragingen en eventuele overtredingen van de bestuurder omdat hij een wettelijke zorgplicht heeft.

  2. Snelle motorboten moeten een registratiebewijs (Y-nummer) hebben en voeren. Tijdens het varen moet het registratiebewijs altijd aan boord zijn. Het Y-nummer moet aan beide kanten van de boot zichtbaar zijn.

  3. Op het water geldt voor snelle motorboten een landelijke maximumsnelheid van 20 km/h, tenzij iets anders is aangegeven. Er zijn veel plaatsen waar de snelheid afwijkt. Op brede rivieren en grote meren mogen kleine schepen vaak sneller varen. In minder brede wateren en op drukke vaarroutes geldt vaak een lagere maximumsnelheid. Binnen daarvoor aangewezen snelvaargebieden mag je sneller varen.

  4. In principe mag u in een snelvaargebied zo snel varen als u wilt, behalve:

    • binnen 20 m uit de oever, tenzij borden iets anders aangeven
    • binnen 50 m van een zwemplaats of aanlegplaats
    • in de buurt van wedstrijden, waterfeesten, demonstraties of soortgelijke evenementen
    • bij minder dan 500 m zicht
    • in een haven
    • ‘s nachts
    • binnen 100 m van haveningangen
    • in de buurt van pontveren
  5. Nee. Uitzondering hierop vormen de volgende waterwegen:

    • Oude Maas vanaf km 998.000
    • Nieuwe Maas vanaf km 989.000
    • Nieuwe Waterweg
    • Noord

    Hier is 's nachts varen met een snelle motorboot met een hogere snelheid dan 20 km/h wel toegestaan.

  6. De bestuurder die staand stuurt, moet een reddingvest dragen, behalve bij het sturen vanuit een gesloten kajuit. Iedere opvarende moet een reddingvest binnen handbereik hebben. Op een waterscooter en een jetski bent u ook verplicht een reddingvest te dragen. Hoewel het dus niet in alle gevallen verplicht is, adviseren we voor uw eigen veiligheid altijd een reddingsvest te dragen tijdens het varen.

  7. Ja, de snelle motorboot en de waterscooter moeten voorzien zijn van een dodemanskoord of een vergelijkbare voorziening. Deze zorgt ervoor dat de motor stopt als de bestuurder overboord valt. Het zogenaamde dodemanskoord kan bijvoorbeeld om uw pols, been of aan het reddingsvest worden bevestigd.

  8. Er zijn gebieden aangewezen in de wet waar snelvaren is toegestaan. Dit overzicht vindt u in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 (artikel 1). Voor gemeentelijke en provinciale wateren zijn deze gebieden opgenomen in provinciale of gemeentelijke verordeningen. Op de website Varen doe je Samen vindt u een kaart met snelvaargebieden. Op het water wordt met borden aangegeven waar u mag snelvaren. Deze zijn leidend.

  9. Voor waterskiën gelden dezelfde regels als voor het varen met een snelle motorboot. Bovendien geldt dat er, naast de bestuurder/schipper, een extra persoon van ten minste 15 jaar aan moet boord zijn, die voortdurend op de skiër(s) en de directe omgeving let.

  10. Ja, op een snelle motorboot moet een gebruiksklaar en gekeurd brandblusapparaat aan boord zijn.

  11. Rijkswaterstaat en de politie handhaven de regels op de rijksvaarwegen. Beide diensten letten vooral op vaargedrag en vaarbewijzen. De politie let daarnaast ook op bijvoorbeeld alcoholgebruik. Zowel Rijkswaterstaat als de politie is bevoegd om bij overtreding boetes uit te schrijven.

  12. De hoogte van de boetes staan in het feitenboekje op de website van het Openbaar Ministerie. Voorbeelden:

    • Snelheidsovertreding op plekken waar je niet harder mag dan 20 km/uur: tot 6 km: 95 euro, tussen 6-15 km: 140 euro, tussen 15-25km: 210 euro
    • Motorboot niet geregistreerd: 140 euro
    • Geen klein vaarbewijs: 550 euro
    • Geen gebruik van dodemanskoord: 230 euro
    • Bestuurder jonger dan 18 jaar: 210 euro
    • Staand sturen zonder reddingsvest: 95 euro
    • Waterskiën waar het niet is toegestaan: 230 euro
    • Hinderlijk golfbeweging: 230 euro
    • Geen uitkijk bij waterskiën of te jong: 230 euro
    • Gevaarlijk en hinderlijk gedrag bij waterskiën: 320 euro
    • Geen brandblusapparaat op snelle motorboot: 140 euro