Handhaving verplichte voertalen op de Nederlandse vaarwegen

Handhaving verplichte voertalen op de Nederlandse vaarwegen

Op de Nederlandse vaarwegen is Nederlands of Duits de verplichte voertaal voor radiotelefonie. Nabij de zeehavens wordt ook Engels als voertaal geaccepteerd.

De verkeersdrukte met steeds grotere schepen neemt toe op de Nederlandse vaarwegen. Met het oog op de veiligheid wordt een goede communicatie tussen schepen onderling en tussen schepen en verkeersposten steeds belangrijker.

Handhaving van de regels

Het komt steeds vaker voor dat bemanning op schepen niet goed kan communiceren met verkeersbegeleiders of met de bemanning van andere schepen, omdat men geen van de vereiste voertalen spreekt. Hierdoor ontstaan soms zeer gevaarlijke situaties. Daarom wordt er door Nederland nu strenger gecontroleerd op naleving van de voorschriften.

Handhavingslijn

De handhavende diensten in Nederland hanteren de volgende lijn:

  • In elke situatie waarin het niet mogelijk is om een normale* radiocommunicatie te voeren (maar nog zonder acuut gevaar voor andere schepen): de handhaver informeert de schipper over de geldende voertaalverplichtingen en de handhaving hiervan.

    *Er is overeenstemming dat VN/ECE Resolutie 35 (gestandaardiseerd vocabulaire voor radioverbindingen) een goede indruk geeft van veelgebruikte zinnen die begrepen zouden moeten worden in schip-schip- en schip-walcommunicatie. Resolutie 35 is echter geen uitputtende catalogus. Het gaat er uiteindelijk om dat schippers de gebruikelijke veiligheids- en verkeersberichten begrijpen en hierop kunnen reageren. In de dagelijkse praktijk is het normaal gesproken vrij snel duidelijk of dit wel of niet het geval is.
  • Als dezelfde voertaalovertreding op een volgende reis nogmaals wordt geconstateerd, volgt een sanctie.
  • Bij acuut gevaar – drukke verkeerssituaties waarin andere schepen door falende communicatie noodgrepen uit moeten voeren om een aanvaring te voorkomen - wordt het schip dat de gevaarlijke situatie veroorzaakt, stilgelegd. Het schip mag pas verder varen als de schipper passende maatregelen heeft getroffen. Voorbeelden van passende maatregelen zijn het aan boord nemen van een loods of van een bemanningslid dat een van de voorgeschreven voertalen beheerst.