02 Deel B: afval van de lading

Deel B: afval van de lading

Deel B van het Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV) gaat over afval van de lading: alles wat vrijkomt bij het laden, lossen en reinigen van het schip. Het SAV schrijft voor wie verantwoordelijk is voor het regelen van de schoonmaak en de bijbehorende kosten.

Verantwoordelijkheden bij laden en lossen

Bij het proces van laden en lossen hebben de opdrachtgever, vervoerder, verlader, ladingontvanger en de exploitant van de overslaginstallatie allen verantwoordelijkheden en verplichtingen. Het Informatieblad Omgang met afval van de lading beschrijft dit proces en de verantwoordelijkheden. 

De ladingontvanger is verantwoordelijk voor het reinigen van het schip in het geval van droge lading. Bij vloeibare lading ligt deze verantwoordelijkheid bij de verlader.

De losstandaard

De losstandaard die in de stoffenlijst wordt voorgeschreven bepaalt hoe het schip, na het lossen van de lading, gereinigd moet worden. Ook omschrijft deze lijst wat er met de ladingrestanten en het waswater moet gebeuren. De stoffenlijst-tool is nu ook digitaal beschikbaar op de website van het CDNI. Als blijkt dat een schip alsnog een andere losstandaard nodig heeft (bijvoorbeeld door een tussentijdse wijziging van de vervoersovereenkomst), dient dit privaatrechtelijk opgelost te worden tussen de betrokken opdrachtgevers.

Losverklaring invullen

Bij het lossen van lading van het schip zijn de schipper en overslaginstallatie ten alle tijden wettelijk verplicht om de losverklaring volledig in te vullen. Er zijn 2 modellen: de losverklaring drogeladingvaart en de losverklaring tankvaart. U bent verplicht een van de voorgeschreven modellen te gebruiken. Op de website van het CDNI kunt u de actuele losverklaring downloaden in het Nederlands, Duits en Frans. Een ingevuld exemplaar dient door schipper, overslaginstallatie en (bij afgifte van waswater) inzamelaar en/of ontvangstvoorziening in de administratie te worden bewaard. Voor de losverklaring geldt een wettelijke bewaarplicht van 6 maanden. Indien de losverklaring bij controle van een van de partijen onvolledig blijkt te zijn ingevuld, bent u in overtreding en riskeert u een boete. Door het melden bij het M&I direct na het lossen kan er z.s.m. actie worden ondernomen en bij controle na het verlaten van de losplaats kan indien een tijdige en volledige melding is gedaan worden besloten u niet te beboeten.

Eenheidstransporten

Eenheidstransporten zijn transporten waarbij tijdens opeenvolgende reizen het laadruim of de ladingtank niet gereinigd hoeft te worden, omdat het om dezelfde ladingen gaat of omdat de ladingen die elkaar opvolgen geen reiniging vereisen volgens de losstandaard.

Het eenheidstranssport kan niet worden toegewezen door de overslaginstallatie, als dit niet voor het beëindigen van het losproces door de opvolgende verlader schriftelijk aan de vervoerder is verklaard. De overslaginstallatie vult dit dan vervolgens in op de losverklaring onder 6A. Als er geen informatie beschikbaar is bij de overslaginstallatie ten tijde van beëindiging van het losproces, dan dient het schip te worden opgeleverd volgens de losstandaard die behoort bij de geloste stof vermeld in de stoffenlijst.

Verenigbare transporten

Verenigbare transporten zijn transporten die lading vervoeren, waarbij tijdens opeenvolgende reizen (vooraf) het laadruim of de ladingtank niet gewassen of ontgast hoeft te worden. Wel dient er tenminste te worden opgeleverd conform artikel 7.04 lid 1 van de Uitvoeringsregeling CDNI.

Het verenigbaar transport kan alleen worden toegewezen door de overslaginstallatie in de losverklaring onder 6B, als de vervoerder dit schriftelijk aantoonbaar kan maken vóór het beëindigen van het losproces. Als de vervoerder dit niet aantoonbaar kan maken, zal het schip alsnog volgens de losstandaard moeten worden opgeleverd die hoort bij de geloste stof.

Uitstel van wasverplichting bij verenigbare transporten

Als na het lossen de vervolglading nog niet bekend is, maar verwacht wordt dat deze verenigbaar is, dan kan de wasverplichting worden uitgesteld. Als het schip inderdaad een verenigbare lading krijgt aangeboden als vervolgreis, hoeft het laadruim of de ladingtank niet gewassen te worden. Voor het vertrek van het schip bij de overslaginstallatie, dient deze mogelijkheid tot uitstel bij 6C te worden aangekruist op de losverklaring. Dat er later een verenigbare lading werd aangeboden door een opvolgende verlader, moet schriftelijk worden aangetoond. Het bewijs hiervan bewaart men aan boord en is bovendien door de schipper aangetekend op de losverklaring in deel 2.


Wanneer blijkt dat er géén verenigbare vervolglading vervoerd gaat worden, zal het schip alsnog volgens de losstandaard opgeleverd moeten worden. Voor het vertrek van een schip dat gebruik maakt van deze mogelijkheid, moet daarom door de overslaginstallatie (verplicht) een ontvangstvoorziening te zijn aangewezen namens de verlader in vak 9C (ter borging van de verplichtingen van die verlader). Dit is voor het geval zich geen verenigbare lading aandient na vertrek bij de overslaginstallatie.

Verbod op uitstoten van dampen

Op 22 juni 2017 heeft de Conferentie van Verdragsluitende Partijen (CVP) besloten dat ook dampen onderdeel gaan uitmaken van het CDNI. Dit betekent dat in verdragslanden zoals Nederland het uitstoten van dampen naar de open lucht uit binnenvaarttankers verboden wordt. Dit wordt ook wel ontgassen genoemd. Het verbod wordt van kracht nadat het door alle landen is bekrachtigd. Daarna treedt het verbod gefaseerd in werking.

Toezicht naleving SAV

Rijkswaterstaat en de havenbedrijven houden toezicht op de naleving van het verdrag door schippers. De Omgevingsdiensten houden toezicht op de naleving door laad-, los- en overslagbedrijven. Ook de politie kan controleren op basis van een zicht-overtreding.

Het Meld- en Informatiepunt

Het landelijke Meld- en Informatiepunt (M&I) deel B van Nederland is ondergebracht bij het HavenCoördinatieCentrum (HCC) van het havenbedrijf Rotterdam NV. Hier kunt u terecht voor vragen over deel B van het verdrag. Ook kunt u hier terecht voor het doen van meldingen, bijvoorbeeld indien een van de betrokken partijen niet handelt conform het CDNI en daarmee de regels van het CDNI-verdrag overtreedt.

Het Meld- en Informatiepunt is te bereiken via het telefoonnummer 010-2521000. Nieuw is de mogelijkheid om nu ook online via een webformulier uw melding en/of vraag in te dienen. Op deze wijze kan uw vraag of melding sneller en efficiënter worden behandeld.