03 Houtopstanden

Houtopstanden

Naast het soortenbeschermingsregime en gebiedsbeschermingsregime zijn in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming ook de bepalingen ter bescherming van houtopstanden verankerd.

Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat van 10 a of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Als Rijkswaterstaat een houtopstand moet kappen, dan moet zij dit melden bij het bevoegd gezag en moet er herplant plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan een kapverbod opleggen ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Op deze kap- en herplantplicht bestaan enkele uitzonderingen. Voor het kappen van populieren of wilgen langs (water)wegen geldt dit bijvoorbeeld niet.

Ontheffingen

De Wet natuurbescherming verleent aan Gedeputeerde Staten en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de bevoegdheid ontheffing te verlenen van de meld- en herplantplicht. Aan Rijkswaterstaat is een dergelijke ontheffing verleend.