02 Schoon water

Bij schoon water draait het om gezond water met een goede kwaliteit. Water dat geschikt is voor de bereiding van drinkwater en dat rijk is aan planten en dieren. Planten kunnen alleen groeien als er voldoende licht is. Daarom mag het water ook niet te troebel zijn. Rijkswaterstaat neemt verschillende maatregelen om te zorgen voor schoon en gezond water.

De meeste verontreiniging van onze wateren is een erfenis uit de jaren ’50 tot ’90; een periode waarin veel fabrieken nog afvalstoffen in de Europese rivieren loosden. Een groot deel hiervan is via de Rijn ons land binnengekomen en ligt nu als slib op onze rivierbodems.

Afval voorkomen en opruimen

Rijkswaterstaat probeert lozingen in het water te voorkomen door op eenduidige wijze vergunningen te verlenen. En door bijvoorbeeld meer stations aan te leggen waar scheepsafval ingezameld wordt. Door ook gebruikers van de vaarwegen goed voor te lichten, kunnen we voorkomen dat zij afval in het oppervlaktewater lozen.

Door bestaande afvalbergen in zee op te ruimen, voorkomen we dat dit afval zich verspreidt. Hierbij werkt Rijkswaterstaat samen met de visserij door afvalzakken beschikbaar te stellen waar de vissers opgevist vuil in kwijt kunnen.

Saneren waterbodems

Van ruim twintig rijkswateren is de bovenste laag van de waterbodems ernstig verontreinigd. We kunnen deze bodems saneren door ze uit te baggeren. Rijkswaterstaat doet dit op zeer uiteenlopende plaatsen: van industriële havens en vaargeulen tot meren en kreken. Vóór 2015 zijn op zo’n vijfentwintig plaatsen de bodems gesaneerd. Hoe de sanering in zijn werk gaat, leest u onder ‘saneren waterbodems’.

Biologisch

Veel wateren in Nederland zijn troebel. Dat komt omdat er veel voedingsstoffen in het water zitten waardoor algengroei ontstaat. Een andere oorzaak van troebel water kan opgewerveld slib zijn of (scheeps)afval.

Ook een onnatuurlijk evenwicht in de visgemeenschap kan troebel water veroorzaken. Een overschot aan brasems die de bodem omwoelen, zorgt voor veel opwervelend slib. Dat houdt plantengroei tegen en zorgt er ook voor dat de snoek zijn prooi niet meer kan zien. Hierdoor verdwijnt de snoek en kan er steeds meer brasem komen die het water verder vertroebelt. Deze negatieve spiraal kan worden doorbroken door de brasem grotendeels af te vissen en roofvis uit te zetten. Door samen te werken met de visserij kan Rijkswaterstaat dit efficiënt aanpakken.

Een andere vorm van biologisch beheer is het stimuleren van plantengroei. Planten leggen de bodem vast zodat deze niet meer opwoelt. Ook zorgen ze voor paai- en opgroeimogelijkheden van roofvis. Rijkswaterstaat kan plantengroei stimuleren door het waterpeil natuurlijker te laten verlopen (bijvoorbeeld in het Veerse meer). Ook de aanleg van ondiepe zones is een maatregel die plantgroei bevordert.

Ons water