Vispassage Schellingwoude

Vispassage Schellingwoude

Het sluiscomplex van Schellingwoude heeft maar liefst 3 vispassages. Het paradepaardje is Vissluis Schellingwoude, die Rijkswaterstaat in oktober 2019 opende. Dankzij de vissluis kunnen ook kleine vissen het sluiscomplex passeren.

het sluiscomplex beschikt over 3 vispassages

De sluizen van Schellingwoude, vlakbij Amsterdam, verbinden al sinds 1872 het IJmeer met het IJ. Ze helpen om het waterpeil in het Noordzeekanaal op peil te houden. Jaarlijks gaan maar liefst 120.000 schepen door de sluizen. Ook veel vissen zwemmen al lang via 2 vispassages door het sluiscomplex.

Onderzoek van Rijkswaterstaat maakte echter duidelijk dat de bestaande vispassages geen oplossing waren voor kleine vissen. Voor onder meer de glasaal, spiering en driedoornige stekelbaars was de stroming daar te sterk. Met de opening van de nieuwe Vissluis Schellingwoude is dit probleem verleden tijd. De vissluis ligt in een maalgang van het vroegere scheprad-stoomgemaal. Deze stoommachine gebruikte Rijkswaterstaat tot 1950 om water te pompen van het IJ naar het IJmeer.

Hoe werkt de vissluis?

Vissluis Schellingwoude bestaat uit 2 schuiven. De schuif aan de kant van het IJ staat open om de vis toegang te geven tot de vissluis. De schuif aan de kant van het IJmeer staat tegelijkertijd op een kier. Dit zorgt voor een kleine stroom water die de vis de sluis in lokt. Vervolgens sluit de schuif aan de kant van het IJ en gaat de schuif aan de kant van het IJmeer helemaal open. De vis kan dan doorzwemmen, het IJmeer op. Na een tijdje herhaalt deze hele cyclus zich weer. Dit gebeurt helemaal automatisch, zonder dat er mensen aan te pas komen. De vissluis werkt tussen februari en half oktober. Tijdens de rest van het jaar is er veel minder stroming. De schuiven staan dan helemaal open, zodat alle vis zonder oponthoud kan passeren.

Het Noordzeekanaal is een belangrijke verbinding tussen zee en binnenwater voor trekvissen

Wat levert de vissluis op?

Het Noordzeekanaal is een belangrijke verbinding tussen zee en binnenwater. Niet alleen voor schepen, maar ook voor trekvissen. Trekvissen leven deels in zee en deels in zoet water. De paling is bijvoorbeeld zo’n trekvis. De paling komt na de geboorte ver op zee als klein glasaaltje in het voorjaar aan bij de Nederlandse kust. Daar zwemt hij de binnenwateren op om op te groeien in onze sloten, plassen en vaarten.

De driedoornige stekelbaars en de spiering doen dit precies andersom. Zij worden geboren in het binnenwater en vertrekken als jonge vis naar zee om op te groeien. Gemalen en sluizen rondom het Noordzeekanaal zitten de vissen tijdens de trek helaas in de weg.

De waterbeheerders - provincie Noord-Holland, de waterschappen en Rijkswaterstaat - hebben de afgelopen 20 jaar al veel vispassages aangelegd langs het kanaal. Steeds meer trekvis kan hierdoor de gemalen en sluizen passeren. Met Vissluis Schellingwoude ruimt Rijkswaterstaat de laatste ‘hindernis’ op tussen het Noordzeekanaal en het Markermeer.

Feiten en cijfers

  • 3 vispassages in 1 complex
  • Kracht lokstroom vissluis 15-20 cm/s
  • Cyclus vissluis duurt 40 minuten
  • Voor langzame zwemmers als glasaal, spiering en driedoornige stekelbaars