Kier Haringvlietsluizen

Kier Haringvlietsluizen

Sinds 2019 zetten we de Haringvlietsluizen op een kier. Trekvissen als zalm, paling en zeeforel hebben daarmee weer de mogelijkheid om stroomopwaarts de rivieren op te trekken naar hun paaigebieden.

de Haringvlietsluizen hebben 17 spui-openingen van 56,5 m breed

De Haringvlietsluizen liggen tussen de Noordzee en het Haringvliet en zijn 1 van de 13 Deltawerken. Ze beschermen het achterland tegen hoogwater vanuit de Noordzee. Een bouwkundig wonder dat veiligheid biedt tegen rampen als in 1953. Maar voor trekvissen betekent zo’n bouwwerk een hindernis. Na de voltooiing van de sluizen in 1970 konden trekvissen niet naar hun paaigebieden zwemmen die stroomopwaarts liggen of juist in zee. Hierdoor namen deze soorten verder in aantal af. Daar werd een oplossing voor bedacht: het zogeheten Kierbesluit.

De kier

Om trekvissen die vanuit zee de rivier op willen doorgang te bieden, worden sinds 2019 de Haringvlietsluizen bij vloed regelmatig op een kier gezet. Hierdoor stroomt er zeewater richting het Haringvliet en zwemmen de vissen mee naar binnen.

Monitoring

Om te zien welke route de trekvissen afleggen en wat het effect is van het ‘kieren’, volgen we de vissen op verschillende manieren. We doen dit onder meer door grote vissen, zoals zeeforellen en zalm, te voorzien van een zendertje en deze vervolgens weer uit te zetten. Dat gebeurt op 2 plekken. In Duitsland om te zien hoe de vissen zich stroomafwaarts bewegen en aan zeekant van de Haringvlietsluizen om te zien hoe de vissen zich stroomopwaarts bewegen. De zenders worden automatisch uitgelezen als deze vissen detectiestations passeren. Zo wordt duidelijk welke route zij afleggen in het stroomgebied van de Rijn en de Maas.

Het is nog te vroeg om te zeggen wat de effecten zijn op trekvissen in de rivieren

Effecten op vissen en water

Elke vissoort heeft specifieke eigenschappen en voorkeuren in zijn trektocht. Sterke zwemmers zoals de zalm trekken het liefst naar binnen als er een beetje tegenstroming is. Jonge botten en glasalen zijn nog zo klein dat ze zich mee laten voeren met het getij. Tegelijkertijd moeten we er voor zorgen dat er niet te veel zout water in het Haringvliet komt. Dit is belangrijk vanwege de zoetwatervoorziening voor omwonenden en landbouw.

We zien inmiddels dat de vissen in ieder geval de kieropeningen weten te vinden. Er zijn verschillende soorten trekvissen, zoals bot, glasaal, spiering en haring, gesignaleerd bij de Haringvlietsluizen. Dat is een positief signaal. Maar we kunnen hier nog geen conclusies aan verbinden. Hiervoor is meer onderzoek nodig. Dit gebeurt met uitgebreid en meerjarig onderzoeks- en monitoringsprogramma waarbij Rijkswaterstaat nauwkeurig in de gaten houdt wat het effect is van de kieropeningen op de (internationale) vissentrek en ecologie. Zo werken we toe naar een nieuwe manier van bedienen van de Haringvlietsluizen. Een manier die goed is voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening én natuur.

Feiten en cijfers Haringvlietsluizen

  • 1 km lang
  • 17 spuiopeningen van 56,5 m breed
  • 34 schuiven
  • afgevoerd rivierwater: 30 miljard m3 per jaar