xx De snoek

Voor bijzondere dieren hoef je niet ver weg. Ook het IJsselmeergebied is een natuurgebied van wereldformaat. Tijdens de Week van ons Water stelt de Big Five van het IJsselmeergebied zich aan je voor. Vandaag aan het woord, onze kannibaal: de snoek.

Ik ben berucht in het IJsselmeergebied. Het hele jaar jaag ik op de lekkerste vissen. Heb ik mijn ontbijt op? Dan denk ik alweer aan het volgende hapje. Klein of groot, dat maakt me niet uit. Eigenlijk eet ik alles, zelfs kreeften, knaagdieren of muskusratten. Geen probleem, zolang mijn maag maar gevuld blijft. Zelfs mijn eigen soortgenoten kan ik niet weerstaan. Die moeten zich dus goed verstoppen tussen de waterplanten.

700 vlijmscherpe tanden

Mijn prooi belaag ik van onderen. Er is geen ontsnappen aan mijn 700 vlijmscherpe tanden. Hap, slik, weg. Door al dat eten ben ik inmiddels al meer dan een meter lang. Je herkent me aan mijn groenbruine huid met goudkleurige stippen. Ik ben een geboren jager. Met mijn speciale zintuig signaleer ik alle bewegingen in het water snel. Ik heb heel goede ogen, waarmee ik in bijna alle richtingen kan kijken. Maar dan wel in helder water, anders zie ik nog niks. Gelukkig zijn de randmeren de afgelopen jaren flink helderder geworden en legt Rijkswaterstaat paai- en schuilgebieden aan.

Zelfs mijn eigen soortgenoten kan ik niet weerstaan

Het fijne aan het IJsselmeergebied is dat ik veel ruimte heb om te jagen. Ik houd van zoetwater en soms jaag ik weleens in brak water. De zee is me toch te zout. In het voorjaar zoek ik een ondiepe oeverzone met veel waterplanten op. Daar leg ik mijn eieren, soms wel 200.000 stuks. Daarna ga ik snel weer op jacht want zo'n beschutte plek is ideaal om de lekkere prooi te vangen. Benieuwd wat Rijkswaterstaat doet om mijn leefgebied te beschermen? Kijk dan op de pagina Ruim baan voor vis.

Ons water