Herstel leefgebied

Onderliggende pagina's

Herstel leefgebied

De afgelopen decennia zijn onze wateren vooral ingericht met het oog op scheepvaart en veiligheid. Voor de natuur was dit niet altijd gunstig. Met diverse maatregelen probeert Rijkswaterstaat het natuurlijke leefgebied te herstellen.

Maatregelen

We hebben nu veel kanaalvormige rivieren met vrij steile oevers. Natuurlijke verbindingen tussen zoet en zout of met bijvoorbeeld oude rivierarmen zijn afgesneden. Ook de natuurlijke getijwerking is grotendeels verdwenen door de aanleg van verdedigingswerken tegen hoogwater. Hierdoor ontstaat er voor veel planten en dieren een gebrek aan natuurlijk leefgebied, dynamiek en rust- en verblijfplaatsen.

Sluizen op een kier

Rijkswaterstaat zoekt naar mogelijkheden waarbij ruimte voor de rivier hand in hand gaat met ruimte voor de natuur. Een voorbeeld hiervan is het openzetten van sluizen als het kan en ze weer sluiten als het vanwege de veiligheid nodig is. Door sluizen ‘op een kier’ te zetten, kan zeewater in het zoetwatergebied stromen en ontstaat er een natuurlijk overgangsgebied van zeewater en rivierwater.

Rivierarmen en nevengeulen

Rijkswaterstaat heeft ook goede ervaring opgedaan met de aanleg van nevengeulen en het weer ‘aantakken’ van afgesneden rivierarmen. Hierdoor stroomt het water mee met de hoofdstroom. Zo ontstaan meer aaneengeschakelde gebieden met langzaam stromend water, belangrijk voor onder andere ‘stroomminnende’ vissen.

Rivierhout

Dood hout hoort van nature thuis in de Nederlandse rivieren. Op en rond dit hout vinden diverse soorten insecten en vissen hun leefgebied. Daarom brengt Rijkswaterstaat, met een anker, dode bomen aan in onze rivieren. Lees meer op de pagina Rivierhout.

Verlagen van uiterwaarden

Een andere maatregel is het verlagen van uiterwaarden, waardoor deze regelmatig overstromen. Op die manier krijgt ‘natte natuur’ een kans. Zo kan Rijkswaterstaat in een gebied bijvoorbeeld rietgebieden aanleggen. Dat is goed voor bepaalde planten en dieren en heeft een positief effect op de waterkwaliteit. In andere gebieden streeft Rijkswaterstaat naar bijvoorbeeld natte graslanden voor broedende weidevogels en doortrekkende en overwinterende watervogels.

Natuurvriendelijke oevers

Een natuurvriendelijke oever is een geleidelijke of natuurlijke overgang van land naar water. Veel oevers langs rivieren en kanalen zijn steil, waardoor de natuur weinig kans krijgt om zich te ontwikkelen. Door een minder steile overgang te maken, kunnen er water- en oeverplanten groeien. Bovendien kunnen dieren als de marter gemakkelijk van land naar water komen en omgekeerd.

Veel oevers zijn bekleed met stortsteen. Op sommige plaatsen vervangt Rijkswaterstaat een deel van het stortsteen door een vooroever. Dat is een stenen dammetje dat vlak voor de oevers in het water ligt. Zo blijven de kwetsbare oevers beschermd tegen golfslag van schepen. Tussen de oever en het dammetje ontstaat een nieuw leefgebied en een beschutte plek voor verschillende planten en dieren. Lees meer hierover onder ‘herstel en bescherming oevers’.

Soms laten we scheepsgolven juist wel rechtstreeks inwerken op de oever. In dat geval halen we de stortsteen helemaal of gedeeltelijk weg. Natuurlijke processen als afkalving en aanzanding zorgen vervolgens voor een bredere ondiepe zone voor een gezond waterleven. Dit gebeurt onder meer bij een groot aantal natuurvriendelijke oevers langs de Maas.

Het werk in natuurgebied Dordtsche Avelingen staat niet op zichzelf. Ook bij de Maas en de IJssel werken we hard aan een betere waterkwaliteit en een prettige leefomgeving voor planten en dieren. De films die over deze projecten gaan, ziet u op de videopagina Herstel leefgebied.

Onderliggende pagina's