Bedreigingen

Bedreigingen

De zeegrasvelden zijn in Nederland in de afgelopen 100 jaar drastisch afgenomen. Deze afname is te wijten aan verschillende menselijk en natuurlijke factoren.

Tegenwoordig zijn in het westelijke deel van de Waddenzee alleen langs de kust van Terschelling nog enkele kleine, maar betrekkelijk stabiele veldjes klein zeegras aanwezig. Op meer incidentele schaal worden klein en groot zeegras aangetroffen op het Balgzand. In het oostelijke deel van de Waddenzee kwam groot zeegras gedurende ongeveer 15 jaar voor op de Hond/Paap in de Eemsmonding bij Delfzijl, maar hij is daar in 2012 bijna weer verdwenen. Langs de Groninger noordkust komt met name klein zeegras nog in velden voor. Groot zeegras is daar de laatste jaren nagenoeg verdwenen.

In Zuidwest-Nederland komt klein zeegras nog voor in de Oosterschelde en op één plaats in de Westerschelde. Groot zeegras komt nog slechts incidenteel voor op enkele plaatsen in de Oosterschelde.

Begin 20e eeuw

Het voorkomen van zeegras op deze plaatsen is echter niets bij de zeegrasvelden die zo’n honderd jaar geleden nog te vinden waren in de Waddenzee. De eerste inventarisatie van zeegras stamt uit deze tijd. In 1896 besloeg groot zeegras zo’n 6000 hectare in de Waddenzee. In een schatting uit 1915 – 1916 wordt zelfs gesproken over 15.000 hectare.

Wierziekte

Een allesverwoestende wierziekte maakte een abrupt einde aan de groot zeegraspopulaties in de Waddenzee. In 1932 verdwenen de laaggelegen zeegrasvelden uit het hele Noord-Atlantische gebied en dus ook uit de Waddenzee. Hoewel het zeegras in de meeste gebieden weer is hersteld, is dit in de Nederlandse Waddenzee voor de laaggelegen velden nooit gelukt. Waarschijnlijk komt dit door de verandering van het leefgebied na de afsluiting van de Zuiderzee. Hoewel het erop leek dat het zeegras zich in de getijdenzone van de Waddenzee aanvankelijk wel enigszins herstelde, ging de populatie in de jaren 70 en 80 toch weer achteruit. Deze achteruitgang weet men aan de vertroebeling en eutrofiëring van het water in de Waddenzee, waardoor de groeimogelijkheden van zeegras sterk afnamen.

Zout en zoet

In het zuidwestelijk deltagebied komt ook zeegras voor. Net als in de Waddenzee is de zeegraspopulatie in de afgelopen jaren ook hier flink achteruitgegaan. Zowel in het Grevelingen-estuarium als in de Oosterschelde kwam groot en klein zeegras in grote hoeveelheden voor. In de jaren negentig is de zeegraspopulatie in het zuidwestelijk deltagebied flink afgenomen. In het Grevelingenmeer is het zeegras, groot en klein, zelfs helemaal verdwenen. In het Grevelingenmeer is de achteruitgang waarschijnlijk het gevolg van een te hoog zoutgehalte van het water. De achteruitgang in de Oosterschelde is moeilijker te verklaren. Mogelijk heeft het hogere zoutgehalte hier ook een rol gespeeld, maar de concurrentie met wadpieren lijkt hier ook een rol te spelen.

Onderliggende pagina's