01 Soorten plaagalgen

Soorten plaagalgen

Algen die massaal voorkomen en daarbij stank en schuimoverlast veroorzaken, worden plaagalgen genoemd. De term plaagalgen wordt ook gebruikt voor algen die door hun gifstoffen mosselen ongeschikt maken voor menselijke consumptie of door deze stoffen sterfte van bodemdieren of vissen veroorzaken.

In de Nederlandse kustgebieden komt een aantal soorten plaagalgen voor. De belangrijkste zijn:

Phaeocystis (flagellaat)

Phaeocystis is een niet-giftige plaagalg. De soort kan, in slijmerige kolonievorm, massaal voorkomen (tot honderd miljoen cellen per liter). De soort is een echte voorjaarssoort, die in april en mei in de meeste jaren een flinke bloei veroorzaakt; in de Waddenzee komen ook zomerbloeien voor. Bij het afsterven van een Phaeocystis-bloei kunnen grote hoeveelheden schuim ontstaan op het water of op het strand. Deze soort maakt ook dimethylsulfide (DMS) aan, een vluchtige stof die bijdraagt aan zure regen. Phaeocystis is in de kustzone door eutrofiëring (een overmaat aan voedingstoffen), sterk toegenomen.

Noctiluca (dinoflagellaat)

Deze niet-giftige soort, ook wel zeevonk genoemd, is waarschijnlijk door eutrofiëring (vermesting) sterk toegenomen. De soort veroorzaakt bij afsterven 's zomers grote oranje-rode drijflagen in zee die bij aanspoeling onder meer stankproblemen kunnen geven.

Dinophysis (dinoflagellaat)

In de Nederlandse zoute wateren komen meerdere soorten Dinophysis voor, die vrijwel allemaal gifstoffen kunnen vormen. De belangrijkste giftige soort hiervan is Dinophysis acuminata. De aanwezigheid (het hoeven niet per se bloeien te zijn) van deze soort leidt met enige regelmaat tot sluiting van de mosselhandel. Deze soort kan namelijk maag- en darmstoornissen (Diarrheic Shellfish Poisoning, DSP) veroorzaken na het eten van schelpdieren die veel van deze soort hebben opgenomen.

Alexandrium tamarense

In de Nederlandse zoute wateren komen meerdere soorten Alexandrium voor, die alle gifstoffen kunnen vormen. Eén daarvan. Alexandrium tamarense, kan soms dodelijke zenuwverlammingen (Paralytic Shellfish Poisoning, PSP) bij schelpdierconsumenten veroorzaken. Doorgifte van het gif heeft ook geleid tot sterfte van zeedieren. Alexandrium tamarense komt in de Nederlandse zoute wateren in erg lage concentraties voor.

Pseudonitzschia (diatomee)

Binnen deze algengroep komen ook gif producerende soorten voor. Deze soorten zijn onder andere veroorzaker van geheugenverlies (Amnesic Shellfish Poisoning, ASP). Ook hebben ze in Canada geleid tot sterfte van eters van schelpdieren. Voor zover bekend produceren de in Nederland voorkomende soorten niet of nauwelijks gifstoffen. Soorten uit het geslacht Pseudo-nitzschia komen in de Nederlandse zoute wateren het hele jaar in hoge concentraties voor. Determinatie tot op de soort is alleen mogelijk met elektronenmicroscopie.

Karenia mikimotoi (dinoflagellaat)

Gif producerende dinoflagellaat die bij hoge concentratie vissterfte kan veroorzaken. Kwam begin jaren negentig in hoge concentraties voor, maar alleen ver weg op de Terschelling-raai.

Chrysochromulina polylepis (flagellaat)

Het geslacht Chrysochromulina omvat ongeveer dertig soorten. De gifstoffen producerende soort Chrysochromulina polylepis veroorzaakte begin jaren tachtig massale sterfte van allerlei organismen in Scandinavische wateren, van zeewier tot bodemdieren en vissen. Chrysochromulina komt het hele jaar in hoge concentraties in de Nederlandse zoute wateren voor. Determinatie tot op soort is alleen mogelijk met elektronenmicroscopie.