Landschap

Landschap

De vorming van een kwelderlandschap is een langdurig proces. Het begint ermee dat op rustige plaatsen in een dynamisch waddenlandschap begroeiing mogelijk wordt.

Doorgaans ontstaan kwelders het gemakkelijkst op plaatsen met voldoende hoogteligging en een beperkte dynamiek. Kweldervorming vindt plaats door sedimentatie van zand of slib, waardoor er langzamerhand een ophoging ontstaat die bij gemiddeld laagwater droogvalt. Vanaf die hoogte kunnen er in principe planten gaan groeien, mits het gebied voldoende rustig is voor golven en stroming van het water.

Kwelderzones

Als het milieu geschikt wordt voor de eerste pionierplanten, zoals de langharige zeekraal of het Engels slijkgras, betekent dit dat het proces van kweldervorming begint. Indien dit proces zich voortzet, wat lang niet altijd het geval is, neemt de opslibbing en de diversiteit aan plantensoorten in de loop der jaren snel toe. Er worden verschillende kwelderzones onderscheiden; het kale wad of intergetijdenzone, de pionierzone, de lage kwelder, de middelhoge kwelder, de hoge kwelder en de brakke kwelder. Deze zones zijn min of meer herkenbaar door hun vegetatiesamenstelling.

Jonge kwelder

Op een jonge kwelder vindt al in een vroeg stadium de vorming van kreekjes plaats. Het water dat met vloed opkomt en zich met eb terugtrekt stroomt niet meer willekeurig over de vlakke delen af, maar kiest een vaste weg langs de route met de minste weerstand tussen de pollen door. Zo ontstaat een patroon van smalle ondiepe kreekjes dat zich tijdens het proces van kwelderontwikkeling steeds duidelijker profileert.

Met het water dat door de vloedstroom de kreekjes in wordt geperst, wordt met elk tij een hoeveelheid slibdeeltjes getransporteerd. De meeste en de grofste slibdeeltjes zakken vrij snel uit het water en bezinken in een smalle zone langs de kreekjes; de fijnere delen bezinken vooral verder van de kreekjes af. Zo ontstaan langzaam maar zeker linten van oeverwallen, licht verheven in het kwelderlandschap.

De achter de oeverwallen gelegen kwelderdelen, waarvan de hoogteontwikkeling langzamer verloopt, worden kommen genoemd. De vegetatieontwikkeling op de relatief droge, licht zandige oeverwallen verloopt anders dan in de wat nattere, kleiïge kommen. Zo ontstaat uiteindelijk een complex vegetatiepatroon.

Variatie

In en tussen verschillende kwelders is veel variatie te vinden. De kwelders in Zuidwest-Nederland hebben bijvoorbeeld een veel grotere getijdenamplitude, die ervoor zorgt dat de kwelderzones naar boven worden gedrukt. Kwelders in estuaria, zoals bij de Westerschelde en de Dollard, zijn in het geheel veel zoeter door de aanvoer van rivierwater.

Landaanwinningkwelders en gebieden nabij het wantij hebben vaak een veel hogere opslibbing (en bevatten daarom meer klei) dan kwelders in de buurt van de Noordzee, die door de hogere dynamiek veel zandiger zijn. Beweiding en ontwatering hebben ook veel invloed op de vegetatie en daarmee op de vegetatiezonering. Beweiding kan de opeenvolging van de vegetatie (successie) tegengaan, terwijl een goede ontwatering (bijvoorbeeld begreppeling) het juist kan versnellen.

Slufters

Ook op strandvlakten doen zich soms kwelderachtige situaties voor. Op een laaggelegen strand kan onder bepaalde omstandigheden een keten van lage duintjes ontstaan, die een deel van het strand afschermt tegen de zee. Hier kunnen zich de eerste plantensoorten vestigen die ook wel op de traditionele kwelders voorkomen. Dit eerste stadium wordt ook wel groen strand genoemd. In sommige gevallen, wanneer zulke groene stranden permanent door een hoge duinenrij worden afgesnoerd maar nog wel door een of meerdere geulen in verbinding staan met de zee, spreken we over een afgesnoerde strandvlakte of slufter.

Voorbeelden van zulke slufters zijn De Slufter op Texel, de Cupido’s Polder op Terschelling en de Kwade Hoek op Goeree.

Er zijn gebieden die veel op een slufter lijken, achter de duinen gelegen, maar een afwijkende historie hebben, zoals het Zwin en de Verdronken Zwarte polder in Zeeuws Vlaanderen. Het Zwin is vanouds een zeearm die geleidelijk is verland en die door een duinenrij wordt begrensd en de Verdronken Zwarte polder is (inderdaad) een vroegere polder die is ondergelopen en waarvoor zich een duinenrij heeft gevormd.

Landaanwinningswerken

Een ander soort kwelder vinden we in Groningen en Friesland. Die kwelders, ook wel landaanwinningswerken of kwelderwerken genoemd, bestaan uit een systeem van kweldervakken dat is omgeven door rijshoutdammen (dammen van voornamelijk wilgentakken), gecombineerd met een uitgebreid stelsel van greppels. Dankzij de greppels stroomt het water optimaal in de vakken en wordt het ook goed afgevoerd, hierdoor is de opslibsnelheid optimaal.

Hoewel in het verleden de belangrijkste functie van deze kwelders landaanwinning was, richt het onderhoud zich nu meer op de instandhouding van het kwelderareaal. Daarnaast dienen de landaanwinningswerken als dijkbescherming. Een vergeten groep kwelderwerken zijn de landaanwinningswerken die in het begin van de 20e eeuw zijn aangelegd in het Zuid-Sloe. In 1948 en eind 1950 zijn deze vrijwel geheel ingepolderd, maar voor de geoefende kijker zijn er nog restanten van te zien in de haven van Vlissingen-oost bij Fort Rammekens.

Documenten