Inwinning en monitoring

Inwinning en monitoring

Rijkswaterstaat heeft voor beheer- en beleidsevaluatie behoefte aan ruimtelijk ecologische informatie. Hierin wordt onder andere voorzien door de uitvoering van vegetatie­karteringen.

De producten die uit een vegetatiekartering verkregen kunnen worden geven vlakdekkende informatie over de kwaliteit en kwantiteit van de vegetatie van bijvoorbeeld kwelders. Met een vegetatiekaart wordt een kaart bedoeld waarop de vegetatietypen in een bepaald gebied zijn weergegeven.

Vegetatiekaarten kunnen in ruimtelijk detail en in inhoudelijk detail van elkaar verschillen. Met ruimtelijk detail bedoelen we de schaal, die van 1:2.000 tot 1:10.000. Met inhoudelijk detail bedoelen we het niveau van lokale subtypen tot het niveau van landschappen. De verschillen zijn afhankelijk van het doel waarvoor de kaart gebruikt wordt.

Vegetatietypen & typologie

Een groep planten die in een bepaald milieu bij elkaar staat noemen we een vegetatietype. Elk vegetatietype kan worden vastgelegd door veldbeschrijvingen, de zogenaamde vegetatieopnamen. Hierin worden van een homogeen vlak, dat representatief is voor het bewuste vegetatietype, alle voorkomende soorten en hun bedekking beschreven. Door al deze opnamen te classificeren ontstaan gemiddelde vegetatietypen of plantengemeenschappen.

De standaard typologie die bij Rijkswaterstaat voor alle kweldervegetaties gehanteerd wordt is SALT. Belangrijkste onderdeel hiervan is een toedelingssleutel voor alle vegetatietypen van kwelders, onderbouwd door duizenden opnamen. Alle plantengemeenschappen van Nederland worden gegeven in het standaardwerk de Vegetatie van Nederland, dat als kapstok geldt voor SALT.

De soortensamenstelling en de ruimtelijke patronen van vegetatietypen zijn een belangrijk onderdeel van de totale biodiversiteit. Ook bepaalt het in belangrijke mate de potenties, zoals het leefgebied of voedsel voor dieren. Daarnaast zijn de verschillende vegetatietypen en hun soortensamenstelling een belangrijke indicator voor de milieuomstandigheden.

Kartering

Het karteringsproces verloopt in verschillende fases die hieronder in het kort worden uitgelegd.

  • Allereerst worden stereoscopische luchtfoto’s gemaakt van het karteergebied. Meestal worden hier infraroodfoto’s voor gebruikt, maar soms wordt ook wel gebruikgemaakt van true-colourfoto's (gewone kleuren). Bij infraroodfoto’s zijn de verschillende plantensoorten en vegetaties veelal beter te onderscheiden.
  • In de 1e karteerfase worden de verschillende foto-eenheden geïnterpreteerd en hieruit worden vlakkenkaarten vervaardigd.
  • In de 2e fase wordt veldwerk verricht. Zo wordt de soortensamenstelling van de verschillende vegetaties van elk kaartvlak beschreven. Deze soortensamenstelling vormt de inhoud van de uiteindelijke vegetatiekaart. Voor de onderbouwing van de inhoudelijke vegetatietypologie worden vegetatieopnamen gemaakt.
  • In de 3e fase worden de vaak honderden vegetatieopnamen geclassificeerd tot een vegetatietypologie en getoetst aan SALT.
  • In de 4e fase wordt van alle kaartvlakken de verschillende inhoud (vegetatietypen) verwerkt tot een matrixlegenda. De inhoud kan op deze manier aan de (digitale) vlakkenkaart worden gekoppeld. Het eindresultaat is de vegetatiekaart.
  • Tot slot wordt bij fase 5 de onderbouwende rapportage geschreven. Meer weten? Op de pagina Meer weten over kwelders? vindt u contactinformatie.
Als dit proces over een aantal jaren verschillende keren herhaald wordt, kan op basis van verschilkaarten de vegetatieontwikkeling in beeld worden gebracht. Op basis van zo'n veranderingsanalyse kan het beheer of beleid worden getoetst of kunnen voorspellingen worden gedaan.

Monitoringsprogramma

Het meetnet Kwelderkartering (VEGWAD) maakt onderdeel uit van het monitoringsprogramma Monitoring Waterstaatkundige Toestand des Lands (MWTL ) van Rijkswaterstaat.

Een overzicht van het meetnet Kwelderkartering vindt u in het document VEGWAD meetprogramma en cyclus versie 9 december 2019.