Oliebestrijding bij calamiteiten

Oliebestrijding bij calamiteiten

Grote olierampen zijn Nederland nog altijd bespaard gebleven. Maar het komt regelmatig voor dat schepen olie verliezen, bijvoorbeeld door een ongeluk, of werkzaamheden in de haven. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het voorkomen van verontreinigingen, beperken van de gevolgen en opruimen van gelekte olie.

Vervuilde dijk met olie na een ongeval.

Olieverontreinigingen

Rijkswaterstaat beheert de rijkswateren van de Noordzee en de Nederlandse binnenwateren. Dagelijks worden in de havens, rivieren en kanalen, veelal kleine, verontreinigingen gemeld, veroorzaakt door onoplettendheid tijdens werkzaamheden. Wekelijks moeten we olieschermen gebruiken om verontreinigingen in te dammen en zo verspreiding naar de omgeving te voorkomen. Met speciale vaartuigen en systemen worden de vervuilingen opgeruimd door specialistische bedrijven, waarbij ook materieel van Rijkswaterstaat kan worden ingezet. Verontreinigingen op onze binnenwateren sporen we op met patrouillevaartuigen en een helikopter. Als er meldingen binnenkomen over de Noordzee, spoort een Kustwachtvliegtuig de olie op. Rijkswaterstaat beoordeelt vervolgens de ernst van de vervuiling en probeert de veroorzaker op te sporen voor vervolging.

Schepen met veegarmen op de Waddenzee.

Voorbereiding op olierampen

Rijkswaterstaat neemt verschillende maatregelen om goed voorbereid te zijn op olierampen. Langs de kust en de binnenwateren staat materiaal om olievlekken te verwijderen strategisch verspreid. Ook zijn er risicoanalyses gemaakt en zijn de mogelijke effecten van olierampen op de natuur en economie in beeld gebracht. Voor alle wateren zijn op basis hiervan responsetijden voor de verkenning van de ernst, indammen van de verontreiniging en het opruimen ervan vastgesteld. De door Rijkswaterstaat ingehuurde bedrijven moeten voldoen aan deze responsetijden. Deze responsetijden variëren, afhankelijk van de risico’s en de effecten van de verontreiniging voor de omgeving. Voor bijzondere natuurgebieden, zoals de Waddenzee, worden extra eisen gesteld. De bruikbare technieken voor het opruimen van aangespoelde olie in de Waddenzee zijn uitgewerkt in het Ecologisch Spoorboekje Waddenzee. Zo zorgen we ervoor dat bij een dreigende olievervuiling op alle rijkswateren adequaat wordt ingegrepen.

Oefeningen

Rijkswaterstaat oefent regelmatig met de eigen organisatie en middelen om zich voor te bereiden op een grootschalige olieverontreiniging. In 2017 heeft Rijkswaterstaat een driedaagse oefening met de naam 'Olie Alert Waddenzee' georganiseerd. Hierbij is de besluitvorming met de bestuurlijke partners rond de Waddenzee geoefend en de operationele inzet met diverse soorten schepen op zee; in de zeegaten en de ondiepe delen van de Waddenzee. Op droogvallende platen en de kust zijn speciale voertuigen en vrijwilligers ingezet. De samenwerking met partners zoals hulpverleners, gemeenten, defensie, natuurbeheerders en vrijwilligers stond bij deze oefening voorop.

Vrijwilligers werken op het strand.

Opruimsystemen

Olie kan van het wateroppervlak worden verwijderd met speciale absorptiemiddelen, skimmers en veegsystemen. Bij kleine verontreinigingen zetten we absorptiemiddelen in. Deze hebben vaak de vorm van drijvende worsten en zijn gevuld met sterk waterafstotend en olieabsorberend materiaal.

Bij grotere verontreinigingen worden skimmers ingezet. Dit zijn drijvende apparaten, waarmee de olielaag wordt verwijderd zonder veel water mee te nemen. De olie loopt over de rand van de skimmer, blijft plakken aan borstels of aan een draaiende rol en wordt vervolgens naar een tankauto of schip gepompt.

Naast skimmers worden op open water ook veegsystemen ingezet. Een voorbeeld hiervan is het oliebestrijdingsvaartuig m.s. Arca op de Noordzee. De Arca heeft 2 veegarmen van bijna 15 m lang waarmee de olie kan worden ‘opgeslurpt’. Met behulp van de armen wordt de olie geconcentreerd en vervolgens naar de tanks van het vaartuig gepompt. Bij grote rampen kunnen bestaande tankers, zandschepen of sleephopperzuigers worden uitgerust met veegsystemen.

Een ander veegsysteem, dat Rijkswaterstaat gebruikt, is een zogenaamde buster. Er zijn verschillende afmetingen beschikbaar, afhankelijk van de toepassing op zee, grote meren, rivieren en havens. Met de buster wordt, net als met de veegarm, de olie varend verzameld en geconcentreerd afgevoerd naar de opslagtanks van het schip.

De olie wordt opgeruimd door een drumskimmer.

Olieschermen

Om een olieverontreiniging in te dammen en verspreiding te voorkomen kunnen olieschermen worden ingezet. Een oliescherm bestaat uit een vast of opblaasbaar drijflichaam met een scherm onder het wateroppervlak. Deze schermen variëren in lengte (10 tot 200 m) en kunnen, indien nodig, aan elkaar gekoppeld worden. In havens worden olieschermen van 50 cm hoog gebruikt, maar op zee moeten ze vanwege de golven 2 m zijn. Soms worden olieschermen tussen 2 schepen door de verontreiniging getrokken. Zo kunnen we de gemorste olie verzamelen. Doordat olie lichter is dan water, blijft het aan de oppervlakte drijven en kan de olie eenvoudig opgeruimd worden.

Oliescherm rond verontreiniging met absorptieworsten.

Internationale hulp

Nederland heeft afspraken gemaakt met Duitsland en Denemarken om elkaar met oliebestrijdingsmaterieel te helpen bij een grote ramp op de Noordzee, ten noorden van de Waddenzee. Met België zijn soortgelijke afspraken voor de bescherming van de monding van de Westerschelde. Jaarlijks vinden er gezamenlijke oefeningen plaats. Daarnaast hebben de landen rond de Noordzee, Oostzee en Ierse Zee in het Verdrag van Bonn vastgelegd dat ze elkaar helpen bij een grote ramp op zee. De Europese Kustwachtorganisatie EMSA stelt oliebestrijdingsschepen ter beschikking.

Oliebestrijdingsschepen met veegarmen van Nederland en EMSA op de Noordzee.

Documenten

Ecologisch spoorboekje oliebestrijding Waddenzee
(6.7 Mb) pdf 6 MB / april 2016

Zie ook