Calamiteiten en het milieu

Wat gebeurt er bij een calamiteit?

Op de vaarwegen en op zee gaat het af en toe mis en komt er olie of schadelijke lading vrij. Rijkswaterstaat staat 24 uur per dag paraat en komt waar nodig in actie. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een aanvaring, problemen bij het overladen van lading of brandstof tussen 2 schepen en het zinken of het stranden van een schip.

Een lekke tanker is naar een vluchthaven gebracht en rond de olie is een scherm aangebracht.

De genomen maatregelen hangen af van de gevolgen voor de natuur of andere gebruiksfuncties van het water, zoals recreatie, visserij, industrie of de scheepvaart.

Vervuiling is een belangrijke bedreiging voor de natuur. Als er een calamiteit is, stellen we met onder meer satellietbeelden, een vliegtuig, een helicopter en patrouillevaartuigen de plaats en omvang van de verontreiniging vast. Ook de Kustwacht, politie en havenbedrijven helpen bij het opsporen van de vervuilingen. Op advies van het Watermanagementcentrum Nederland bepalen we welke maatregelen getroffen genomen moeten worden. Drijvende verontreinigingen, zoals olievlekken, algen of plantaardige vetten, worden ingedamd met oliekerende schermen en opgeruimd met speciale schepen of met speciale oliestofzuigers. Soms kan dat niet, bijvoorbeeld als de verontreinigingen door harde wind en golven verspreid raken.

Scheepswrakken en verloren lading

Schepen en hun bemanning moeten aan veel veiligheidseisen voldoen om veilig te varen en lading te vervoeren. Ze worden daarop gecontroleerd. Toch vergaat er soms een schip of verliest het lading of containers.

Rijkswaterstaat stelt de positie van het wrak of de lading vast en markeert de plek. De scheepvaart wordt vervolgens op de hoogte gebracht van de situatie. De obstakels worden daarna zo snel mogelijk geborgen. Als de verloren lading of het gezonken of gestrande schip gevaarlijk is voor de water- of bodemkwaliteit, waarschuwen we de visserij, recreatiezwemmers en andere watergebruikers. De gevolgen voor de natuur stellen we vast in het Watermanagementcentrum Nederland, aan de hand van computermodellen. Op basis van dit advies worden opgeloste verontreinigingen soms verdund. Dit doen we door extra te spoelen met water. Hiervoor gebruiken we sluizen, stuwen en gemalen extra door te spoelen.

Potvissen

Bij hun trek naar het zuiden komen potvissen soms per ongeluk in de Noordzee terecht. Helaas kunnen potvissen niet overleven in dit ondiepe water en stranden ze op de kust. In dat geval moet Rijkswaterstaat de karkassen snel opruimen. Ze zijn namelijk vervuild met het zware metaal cadmium. Dit krijgen de dieren binnen via hun voedsel. Tijdens de ontbinding hopen zich bovendien allerlei gassen op in het kadaver. Hierdoor bestaat er risico op explosie. Ook daarom moet een potvis snel worden opgeruimd.

Aangespoelde potvissen op Texel.

Vogelgriep

Nederland wordt bijna jaarlijks getroffen door vogelgriep. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair verantwoordelijk voor het ruimen van besmette pluimveebedrijven en het opruimen van kadavers van wilde (water)vogels. Hierbij worden zij bijgestaan door de beheerders van het land of water waar de dode vogels worden aangetroffen. De besmette dode vogels vormen een gevaar voor de mens en andere vogels. Rijkswaterstaat draagt zorg dat aangetroffen dode vogels in het water en langs de snelweg worden geregistreerd bij de NVWA (Nationale Voedsel- en Warenautoriteit) en de dode vogels op een veilige manier worden verzameld en vernietigd bij speciale bedrijven.

Blauwalg

Ook in de wateren die beheerd worden door Rijkswaterstaat komen, met name in warme zomers, blauwalgen voor. Blauwalg is een bacterie die er meestal uit ziet als blauwgroen wier. Sommige blauwalgen zijn in staat om giftige stoffen - cyanotoxines - te produceren. Deze gifstoffen kunnen gezondheidsklachten veroorzaken bij mens en dier. Veel blauwalgen groeien optimaal in stilstaand en voedselrijk water, bij een temperatuur tussen de 20 en 30 °C en wanneer er ook gezwommen en gerecreëerd wordt op en langs het water. In het zwemseizoen (1 april - 1 oktober) wordt de aanwezigheid van blauwalgen gemonitord een aangeven op waarschuwingsborden. Afhankelijk van het gezondheidsrisico kan de provincie een waarschuwing of negatief zwemadvies afgeven, of zelfs een tijdelijk zwemverbod instellen. Om problemen met blauwalgen structureel aan te pakken, zijn maatregelen nodig tegen de voedselrijkdom van het water. Het extra doorspoelen van het watersysteem kan hierbij ook helpen. Soms wordt een oliescherm ingezet om de drijflaag tegen te houden. Meer informatie over waterbeheer en blauwalg is te vinden op de pagina Helpdesk Water onder zwemwater en blauwalg.

Blauwalg.

Onderliggende pagina's