xx Zinkend schip

Zinkend schip

Tijdens een zonnige ochtenddienst op het Maas-Waalkanaal worden we gebeld door de verkeerspost Nijmegen: ‘Vlak bij sluis Weurt is een schip aan het zinken, willen jullie assisteren?’ Mijn collega geeft gas en met blauw zwaailicht varen we er met de RWS27 naartoe.

Het incident is gebeurd op de Waal, in het werkgebied van onze collega’s, die een eind verderop op de Waal bezig zijn. Wij zijn op het moment van de melding veel dichter bij het zinkende schip. Logisch dus dat wij de melding oppakken en er direct naartoe varen.

Schutten

Ondertussen bel ik sluis Weurt en vraag of de sluis over 10 minuten gereed kan staan, zodat we meteen kunnen schutten als we aankomen. We kunnen inderdaad direct invaren. Zodra we de sluis uit zijn, zien we ter hoogte van de verkeerspost het zinkende schip al liggen. Er ligt een brandweerboot met geel knipperend zwaailicht langszij.

De machinekamer op het voorschip staat vol water

Pompen

Rustig varen we richting het schip. Van dichtbij zien we dat het met zijn donkergekleurde boeg diep in het water ligt. We meren af langs de brandweerboot en ik stap aan boord. Van daaruit zie ik dat de machinekamer in het voorschip vol water staat. Ook in het laadruim staat water. De brandweer hangt van bovenaf een pomp in de machinekamer om het water eruit te pompen.

Drukste rivier van Nederland

Ondertussen vertelt de brandweer dat het schip onder water iets heeft geraakt. Toen de schipper erachter kwam dat hij lek was, is hij direct de voorhaven van sluis Weurt ingevaren om te voorkomen dat hij op de Waal zou zinken. Dit is namelijk de drukste rivier van Nederland. Inmiddels zijn ook de Officier van Dienst (OvD) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ingelicht. De OvD regelt direct een sleepboot met een bergingspomp. Die heeft ongeveer een uur nodig om ter plaatse te komen. Net als de milieuboot die ingeseind is om afgewerkte olie in te nemen.

Peilen

Mijn collega en ik gaan ondertussen met de RWS27 rondom het zinkende schip de diepte meten (peilen) om te kijken of er een bergingsvaartuig langszij kan. We komen erachter dat het schip met zijn voorkant op de bodem ligt. Hij kan dus niet verder zinken.

Van links naar rechts (gezien vanaf de RWS27): de brandweerboot, het zinkende schip, de sleepboot met bergingspomp en de milieuboot die afgewerkte olie inneemt.

Sleepboot

Inmiddels zijn ook de OvD en de inspecteur van ILT gearriveerd. We halen ze van de kade op en varen weer terug naar het schip. Op hetzelfde moment zien we de sleepboot de voorhaven van Weurt binnenvaren. Die meert vervolgens bakboord langs het voorschip aan. Meteen wordt er een zware bergingspomp in stelling gebracht om de machinekamer leeg te pompen.

Het voorschip ligt aan de grond en kan niet verder zinken

Stand-by

Na overleg met de OvD, brandweer en ILT besluiten we om de machinekamer voorlopig niet leeg te pompen. Omdat het voorschip aan de grond ligt, kan het toch niet verder zinken. De bodem drukt als het ware het gat dicht waardoor er maar heel weinig water naar binnenstroomt. Een pomp stand-by houden is voldoende. De brandweerlieden zijn dus niet meer nodig. Ze ruimen hun spullen op en vertrekken.

Leeg schip

Omdat het vastgelopen schip geladen is, moet de lading overgeslagen worden in een ander schip. Samen met de OvD gaan we in de buurt op zoek naar een schip dat de lading kan overnemen. Voor de sluis blijkt een leeg schip te liggen met ongeveer dezelfde inhoud als het gezonken schip. Snel varen we ernaartoe. Helaas, niemand aanwezig.

Lading overnemen

Via de operator op de sluis weten we het telefoonnummer van de schipper te achterhalen. Als we hem bellen, neemt hij gelukkig op. We vertellen hem het hele verhaal. De schipper wil de lading wel overnemen, maar hij heeft net al een andere lading aangenomen. ‘Ik ga kijken of ik nog wat kan regelen, ik bel zo terug!’ En ja, 5 minuten later gaat de telefoon. Gelukkig kan de schipper zijn net aangenomen lading verzetten. Hij komt er dus aan.

We vertrekken weer naar Grave, onze 'thuishaven'

Overdracht

Ondertussen is het 14.00 uur en onze collega’s van de RWS43 hebben middagdienst. We dragen alles over en vertrekken weer naar Grave, onze 'thuishaven'. De volgende dag horen we dat het schip met een tijdelijke noodmaatregel is gerepareerd en naar een vlakbij gelegen scheepswerf is gevaren. Daar is het schip definitief gerepareerd en na enkele dagen kan de schipper weer aan het werk.

Mobiel verkeersleider Joost

Als mobiel verkeersleider ben ik te vinden op de Limburgse Maas en Brabantse kanalen. Met mijn collega’s zorg ik voor een vlotte en veilige doorgang van de scheepvaart in ons beheergebied.