xx Rare tijden

Rare tijden

In de loop van de middag stap ik in Maasbracht aan boord van de RWS 18. Het is begin april en we varen in een lagere bezetting vanwege de coronamaatregelen. Wat een rust op en rond het water. Toch valt er genoeg te doen.

Nadat ik de touwen heb losgemaakt vaart mijn collega weg van de steiger. Ik loop naar binnen, doe mijn reddingsvest uit en schenk 2 mokken koffie in. De afstand tussen mij en mijn collega achter het roer is zo’n 2,5 m. Volledig volgens de richtlijnen van het RIVM dus. De ene mok zet ik op het bureau tegenover me, de andere op mijn eigen bureau. Mijn collega pakt zijn koffie zonder van zijn stoel op te staan. Het valt niet altijd mee om op een vaartuig afstand te houden, maar nu is dat in ieder geval gelukt.

Lentezon

Vandaag gaan we in de afvaart (stroomafwaarts) en laten ons in sluis Maasbracht met het water mee naar beneden zakken (afschutten). We varen richting de stuw van Linne en nemen een kijkje bij de werkzaamheden. De breukstenendam ligt er in de lentezon rustig bij. Er zijn maar een paar mensen aan het werk.

We schutten af in sluis Linne. Normaal is het hier met temperaturen van een graad of 23 een vrolijke drukte met bootjes en veel mensen langs het water. Maar als we de sluis uitvaren, is het behoorlijk rustig. Een stukje verderop zien we een bootje voor anker liggen, midden in de vaarweg. Dat kan niet de bedoeling zijn. We nemen poolshoogte.

Hij hangt met zijn bovenlichaam over boord

Een jongedame zit op het dak te genieten van de lentezon. Als we bij het jacht aankomen, zie ik de eigenaar druk en bezweet met zijn motor bezig. Hij hangt met zijn bovenlichaam over boord en kijkt naar de uitlaat. Ik hoor een startend geluid, maar niet meer dan dat. Na een hoop rook stopt de motor weer. Op gepaste afstand vraag ik wat er aan de hand is. ‘Hij heeft geen koelwater, maar ik heb het zo gerepareerd hoor’, hoor ik hem zeggen.

Reparatie

Als het toch niet zo snel wil vlotten, besluiten we de schipper naar sluis Linne te brengen. Daar kan hij op zijn gemak verder met de reparatie. De jongedame op het dak schijnt er niet veel om te geven, ze blijft met een grote zonnebril op heerlijk in de zon zitten. Nadat we het jacht aan de steiger van de sluis hebben gelegd, vervolgen we onze weg.

Dubbel gevoel

Omdat ik nog wat zaken achter de computer heb af te handelen, pak ik het flesje ontsmettingsmiddel en smeer het op mijn handen. Na het beantwoorden van een paar mailtjes, zie ik online de nieuwste cijfers over het aantal coronapatiënten op de intensive care. Heftig hoor, hoeveel mensen nu vechten voor hun leven. Terwijl ik dit lees, gaat mijn telefoon. ‘Pap, ik ben geslaagd! De vlag kan uit!’, klinkt mijn zoon opgewekt aan de andere kant. Een dubbel gevoel…

Ik zie maar een enkeling aan het werk

We varen verder langs verlaten jachthavens. Normaal gesproken zijn de schippers rond deze tijd druk bezig met klussen en schoonmaken van hun boot. Nu zie ik maar een enkeling aan het werk. Ook op de campings is er niet veel te doen. Een enkele gast zet de voortent van zijn caravan op. Bij één van de campings ligt een omgevallen radarbaken. Ik meld het bij de markeerdienst, zij zorgen ervoor dat er weer een nieuwe wordt geplaatst.

Nostalgie

Later in de dienst varen we de Grensmaas op. Aan de ene kant België, dat op slot zit, aan de andere kant Nederland. Je ziet er weinig van, ook hier is alles rustig. Als we een zandgat invaren, in de volksmond ‘het gaatje van Edelzand’, zeg ik met wat nostalgie tegen mijn collega: ‘Toen ik vroeger als binnenvaartschipper werkte, heb ik hier met mijn eigen schip vaak gevaren.’

BASE

Aan de overkant liggen 4 passagiersschepen op een rij. In gewone tijden zouden die vol met vakantiegangers over de Rijn, Moezel of Donau varen. Nu liggen ze er verlaten bij. Toch is er wat activiteit. Iets verderop zie ik een rookpluimpje boven een achterschip hangen, waarschijnlijk van het aggregaat dat het schip van stroom voorziet. Alleen de wachtsman is aan boord. Hij is op het achterschip de Zwitserse thuishaven aan het schilderen: de letter E heeft hij net af, BASEL moet er uiteindelijk komen te staan. Hij zwaait een keer en wij zwaaien terug.

Vlag

Met een ondergaande zon varen we het zandgat weer uit richting Maasbracht. De dienst zit er bijna op. Als ik met mijn auto weer naar huis rijd, zie ik van ver de vlag en schooltas al hangen. Thuis wacht er een stuk gebak. Het zijn rare tijden…

Mobiel verkeersleider Joost

Als mobiel verkeersleider ben ik te vinden op de Limburgse Maas en Brabantse kanalen. Met mijn collega’s zorg ik voor een vlotte en veilige doorgang van de scheepvaart in ons beheergebied.