xx Onveilig voor anker in de mist

Onveilig voor anker in de mist

Het is een frisse winterochtend. Rond 10 voor 6 stap ik uit de auto bij de sluis van Grave. De sluismeester komt ook net aan fietsen. ‘Het is maar een kleine wereld’ zegt hij. ‘Inderdaad, veel meer dan 100 meter zicht is het niet’ antwoord ik.

In de dichte mist loop ik naar de RWS 27, stap aan boord en samen met twee collega’s varen we weg.

Met gepaste snelheid richting Cuijk

We varen net de voorhaven uit, als we via de marifoon de melding krijgen dat er een duwboot met 2 bakken bij Cuijk voor anker ligt. Ik vraag me af wat er aan de hand is. Met gepaste snelheid varen we richting Cuijk. Via de AIS (Automatic Identification System) heb ik inmiddels achterhaald welke duwboot daar ligt. Ik pak mijn telefoon en bel het nummer van de boot. De kapitein vertelt dat het zicht zó slecht is, dat hij vóór de bocht voor anker is gegaan: ‘Ik vond het echt onverantwoord om verder te varen.’

Blinde vlek op de radar

Hij heeft 2 lege duwbakken voor zijn boot met een totale lengte van 180 meter. De echo van zijn radar weerkaatst in die lege bakken waardoor een enorme blinde vlek ontstaat: andere schepen en de oever van de rivier zijn hierdoor op zijn radar niet zichtbaar. Met alle risico’s van dien!

Na een half uur zijn we ter plaatse. Het zicht is ongeveer 75 meter. Op onze radar zien we een enorme echo, die ongeveer een derde van de rivier beslaat. Dat moet de duwboot zijn.

Onveilige plek

Met de RWS 27 gaan we langszij en ik stap aan boord van de duwboot. In de stuurhut tref ik de schipper aan die ik eerder aan de telefoon had. Hij ligt met zijn boot in het pad van de tegenliggende schepen. En ook nog eens 150 meter van een veerpont. Niet veilig dus! In principe mag je niet ankeren op de Maas, maar nood breekt wet. Zonder zicht doorvaren had nog veel gevaarlijkere situaties opgeleverd. Een van mijn taken als mobiel verkeersleider is zorgen voor een vlotte en veilige vaart. Ik meld de schipper dan ook dat wij de passerende schepen gaan begeleiden zolang hij niet verder kan varen.

De schepen zouden elkaar precies bij de duwboot passeren…

Ik stap weer aan boord van ons patrouillevaartuig. We gaan op een strategische positie liggen. Op ons systeem zie ik een schip van 110 meter lang in de opvaart verschijnen. In tegenovergestelde richting komt een schip van 85 meter in beeld. De schepen zouden elkaar precies bij de duwboot passeren…

Afvaart krijgt voorrang

Opvarend heb je de stroom van voren en kun je makkelijk stoppen. Afvarend heb je de stroom van de rivier mee en is stoppen veel lastiger. Daarom vraag ik het opvarend schip te wachten tot het tegenliggende schip is gepasseerd. ‘Prima, begrepen, ik wacht op de afvaart!’ antwoordt de schipper. Hierna laat ik het afvarende schip weten dat hij veilig door kan komen. En ook het opvarende schip kan daarna veilig de duwboot passeren.

Waterig zonnetje

Na ongeveer anderhalf uur klaart het wat op. Een waterig zonnetje en een beetje wind beginnen de mist te verdrijven. ‘We gaan onze weg vervolgen, bedankt voor de begeleiding!’, laat de kapitein van de duwboot ons weten. Wij wensen hem een goede reis en zien de boot langzaam in de optrekkende mist verdwijnen.

Mobiel verkeersleider Joost

Als mobiel verkeersleider ben ik te vinden op de Limburgse Maas en Brabantse kanalen. Met mijn collega’s zorg ik voor een vlotte en veilige doorgang van de scheepvaart in ons beheergebied.