Maatregelen voor de scheepvaart

Maatregelen voor de scheepvaart

De zomers in Nederland lijken warmer en droger te worden. Daardoor kunnen we vaker te maken krijgen met een lage waterstand in rivieren. Scheepvaart heeft hier last van. Als de rivier minder diep is, kan een binnenvaartschip minder lading meenemen. Ook veerponten kunnen problemen ondervinden als het water ondiep is.

De waterstand in de Rijn en de Waal kunnen we niet beïnvloeden. Deze rivieren hebben namelijk een vrije afstroom. Het waterpeil in de gestuwde delen van de Maas en de Nederrijn kunnen we wel beïnvloeden door onze stuwen, sluizen en pompgemalen. De waterstand in de IJssel wordt mede bepaald door de stuw bij Driel. Zonder deze stuw zou de IJssel bij een lage wateraanvoer vanuit Duitsland onbevaarbaar zijn.

Schippers informeren

We houden schippers op de hoogte van de actuele waterstand, zodat zij zich kunnen voorbereiden. Zo peilen we iedere dag de Minst Gepeilde Diepte op een aantal plaatsen. Schippers kunnen dan aan de hand daarvan bepalen hoeveel vracht zij kunnen vervoeren.

Drukker op vaarweg en bij sluizen

Als weinig water wordt aangevoerd, zijn rivieren minder diep en wordt de vaargeul smaller. Doordat het waterpeil daalt, kunnen binnenvaartschepen minder lading meenemen. De lading wordt dus over meer schepen verdeeld. Dit zorgt er samen met de versmalde vaargeul voor dat het drukker wordt op de vaarweg. Rijkswaterstaat kan dan een inhaal- en ontmoetingsverbod voor schepen instellen. Bovendien kunnen de wachttijden bij sluizen oplopen.

Meer informatie over waterstanden en scheepvaart