Droogte en watertekort

Droogte en watertekort

Ook in ons 'natte' Nederland komt droogte voor. Als er simpelweg minder water is dan dat we nodig hebben, spreken we van een watertekort. Dit kan zorgen voor verschillende problemen. Rijkswaterstaat en de waterschappen houden de waterstanden daarom het hele jaar door nauwlettend in de gaten en treffen waar nodig maatregelen.

Verdeling water bij droogte

Bij droogte verdelen we via stuwen, pompgemalen en sluizen het schaarse zoete water uit de grote rivieren en meren zo goed mogelijk. Wateraanvoer is alleen niet overal in Nederland mogelijk: op een deel van de hoger gelegen gronden is het niet mogelijk water te 'brengen'.

Voldoende en schoon zoet water

In een periode van droogte en weinig aanvoer van water, neemt de waterkwaliteit af. Er kan bijvoorbeeld blauwalg optreden of sprake zijn van botulisme. In de kustregio's kan verzilting optreden.

Nieuws over droogte

Gedurende het droogteseizoen berichten we actief over de situatie. Op deze pagina vindt u het laatste nieuws over droogte en een (eventueel) watertekort in Nederland.

Maatregelen scheepvaart

De scheepvaart heeft last van een lage waterstand in rivieren. Ze kunnen bijvoorbeeld niet of alleen met minder lading varen. Ook voor veerponten kan een lage waterstand gevolgen hebben. Rijkswaterstaat neemt maatregelen om de effecten te beperken.

Droogteseizoen in Nederland

Jaarlijks begint op 1 april in ons land het droogteseizoen. Rond die tijd stijgen de watertemperaturen en gaan bomen en planten weer sneller groeien. De vraag naar water en daarmee de kans op watertekorten neemt dan toe. Er is een watertekort als er minder water is dan nodig. Bijvoorbeeld als er in Nederland weinig regen valt en er ook weinig water via de Rijn en Maas ons land binnenkomt. Ook buiten het droogteseizoen (oktober tot maart) kan er sprake zijn van waterschaarste, maar die kans is minder groot.

Regionale verschillen

We zijn voor de watervoorziening afhankelijk van regenwater en van de wateraanvoer vanuit de Rijn en de Maas. De rivieren voeren water (smeltwater en neerslag) aan uit andere landen. Het rivierwater stroomt naar de lager gelegen delen van Nederland. We kunnen het dus niet zomaar overal heen leiden. Niet op alle plaatsen in Nederland valt even veel neerslag. Het neerslagpatroon kan jaarlijks variëren. De aanpak van droogte verschilt daarom per regio en van jaar tot jaar. Het beschikbare water proberen we zo goed mogelijk te verdelen.

  • De hoge zandgronden zijn volledig afhankelijk van regenwater; het rivierwater kan deze gebieden niet bereiken. Dit zijn vooral de gebieden in het zuiden en oosten van Nederland en in Zeeland. Het beschikbare water moet dus worden vastgehouden of bespaard. Waterschappen kunnen bijvoorbeeld een beregeningsverbod instellen voor boeren.
  • In het gestuwde deel van de Maas en de Nederrijn kunnen we het waterpeil beïnvloeden met onze stuwen, sluizen en pompgemalen.
  • Bij droogte kan in West-Nederland en het IJsselmeer verzilting optreden. Door minder vaak te schutten proberen we het zoete water zo veel mogelijk vast te houden. Een ander voorbeeld is het bellenscherm in het Amsterdam-Rijnkanaal: dat zorgt ervoor dat het zoete water zo veel mogelijk gescheiden blijft van het meer verzilte water van het Noordzeekanaal. 

Podcast waterhuishouding

Het ene moment zuchten we onder de droogte en een paar maanden later klotst het water tegen de dijken. Deze uitersten lijken onder invloed van het klimaat alleen maar groter te worden. Wat doet Rijkswaterstaat hieraan? Journalist, radio- en podcastmaker Botte Jellema en Harold van Waveren, waterexpert bij Rijkswaterstaat, praten over de extreme uitersten in onze waterhuishouding. Luister de podcast via SoundCloud of iTunes

Blog: Droge zomers