01 Informatie voor terreineigenaren

Informatie voor terreineigenaren

Voor een veilig en natuurlijk rivierengebied werkt Rijkswaterstaat samen met vele belanghebbenden. De Vegetatielegger geeft de norm voor begroeiing aan in het hele rivierbed. Deze norm geldt ook op duizenden terreinen in particulier eigendom. Het gaat bijvoorbeeld om tuinen, landgoederen en (agrarische) bedrijven. Op deze pagina leest u wat de Vegetatielegger betekent voor terreineigenaren.

De natuur in de uiterwaarden verandert ieder seizoen en ieder jaar onder invloed van groei, begrazing, zon, wind en water. Rijkswaterstaat heeft de wettelijke verplichting (de zorgplicht) om de begroeiing binnen de norm te houden, met het oog op hoogwaterveiligheid en waterkwaliteit. Deze norm is vastgelegd in de Vegetatielegger.

Vegetatieonderhoud

De legger is verplichtend naar Rijkswaterstaat als wettelijk beheerder. Rijkswaterstaat moet onderhoud- en herstelwerkzaamheden richten op instandhouding van de normatieve toestand, zoals in de Legger omschreven. Als er op een eigendom van derden (zoals landgoedeigenaren en agrarische bedrijven) te veel begroeiing ontstaat, kan Rijkswaterstaat besluiten om onderhoud uit te voeren. Dit kan op 2 manieren:

  • door het afsluiten van een overeenkomst voor vegetatieonderhoud met derden (meestal de terreineigenaar), op basis van een vergoeding
  • uitvoering door een aannemer, in opdracht van Rijkswaterstaat

De precieze aanpak en kosten van het vegetatieonderhoud is afhankelijk van de omvang en het gebruik van het terrein.

De regels bij de kaart

De overzichtskaart van de Vegetatielegger geeft aan waar welke begroeiing is toegestaan. De volgende regels geven aan welke afwijking ten opzichte van de overzichtskaart is toegestaan:

  1. Solitaire bomen mogen ontstaan.
  2. Bestaande heggen en hagen mogen uitgroeien tot lijnvormig struweel.
  3. In gebieden met een homogene klasse mag nieuwe vegetatie ontstaan in een ruwere klasse dan de Vegetatielegger aangeeft, mits het aaneengesloten gebied met nieuwe vegetatie kleiner is dan 500 m2. Hierbij is gras en akker de gladste klasse, gevolgd door riet en ruigte en daarna bos. Struweel is de ruwste vegetatieklasse.
  4. In gebieden met een mengklasse gelden maximale percentages voor de aanwezigheid van ruwe vegetatie en minimale percentages voor de aanwezigheid van gras en akker. De percentages vindt u in de toelichting bij de Vegetatielegger (PDF, 190,22 kB).
  5. De Vegetatielegger 2020 bestaat tevens uit overzichtskaarten en regels, die samen aangeven welk type begroeiing is vereist vanuit het oogpunt van waterkwaliteit. Bestaande vegetatie mag daarom niet zomaar verwijderd worden. Er dient altijd getoetst te worden aan de doelstellingen van de Waterwet.
Schematische weergave van regel 3

Watervergunningen en de Vegetatielegger

Een watervergunning is een vergunning die Rijkswaterstaat afgeeft aan derden. Houders van een watervergunning met vegetatievoorschriften hebben toestemming om af te wijken van de Vegetatielegger. Dit geldt ook voor watervergunningen, die zijn afgegeven vóór de vaststelling van de Vegetatielegger. Watervergunningen of bepalingen hierin zijn niet zichtbaar op de overzichtskaart. Ze zijn bekend bij de vergunninghouder en bij het bevoegd gezag. Als de vergunning verloopt of anderszins vervalt, geldt de norm uit de Vegetatielegger. Een nieuwe watervergunning kunt u aanvragen via Omgevingsloket online. Hier kunt u ook een vergunningcheck doen.

Bekijk de pagina Uiterwaardenbeheer voor algemene informatie over uiterwaarden.

Onderliggende pagina's