Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Aanleiding

  1. Op donderdag 29 december 2016 is omstreeks 19.30 uur een binnenvaartschip (geladen met benzeen) in de dichte mist door de stuw in de Maas bij Grave gevaren. Hierbij is de stuw dermate beschadigd geraakt dat er een lekkage ontstond. Het waterpeil tussen Grave en Sambeek daalde aanzienlijk, waardoor oevers droog vielen, woonboten scheef kwamen te liggen en de scheepvaart gestremd was.

Herstel schade

  1. Er waren 5 jukken beschadigd. Daarvan konden er 3 gerepareerd worden, 2 jukken moesten volledig opnieuw worden gemaakt. Daarnaast was er: 

    • Schade aan (beton)bodem van de stuw. Deze is met droogzetkuip geïnventariseerd en gerepareerd;
    • Schade aan oevers en dijken (door periode met lage waterstand); 
    • Schade aan bodem/oever achter de kleine stuw vanwege extra sterke stroming daar (door plaatsing breuksteendam achter grote – beschadigde – stuw); 
    • Schade aan woonboten en (scheepvaart)bedrijven die niet konden werken en/of bevoorraad konden worden in verband met tijdelijke stremming van de scheepvaart.
  2. Na aanleg van de tijdelijke breuksteendam om de waterkerende functie van de stuw over te nemen, is de bodembescherming bij de stuw versterkt en verlengd. Tegelijkertijd zijn we op 6 februari 2016 gestart met het demonteren en het afvoeren van de beschadigde jukken en schuiven. Alle beschadigde jukken en schuiven zijn gedemonteerd en naar de werkplaats gebracht. Ook zijn er kuilen gevuld in de bodem van de vaargeul benedenstrooms.

  3. Achter beide stuwopeningen is de bodembescherming versterkt en verlengd. Met name achter de kleine (zuidelijke) opening was dit nodig omdat de stroomsnelheden van het water door de kleine stuw flink waren toegenomen, waardoor de bodembescherming zwaarder werd belast. Deze toename komt doordat het stuwpeil alleen gereguleerd kon worden door de kleine stuw.

  4. In de werkplaats zijn verdere inspecties uitgevoerd aan de jukken om te kijken welke vervangen moesten worden en welke, na reparaties, weer bruikbaar zouden zijn. Alle schuiven zijn vernieuwd. Tegelijkertijd werd er gewerkt aan het technische ontwerp en constructie van nieuwe onderdelen.

  5. Een stuw in de Maas houdt het waterniveau op een constant peil, waardoor scheepvaart met een gegarandeerde diepgang kan varen. De jukken van een stuw vormen het raamwerk (of frame) waar de schuiven tegen aan worden geplaatst om het waterpeil op een constant niveau te houden. Het aantal geplaatste schuiven in de stuw, ook wel schotten genoemd, bepaalt de waterdoorlaatbaarheid.

  6. Er is een hangsteiger ophangen aan de stuwbrug om noodzakelijke inspecties uit te voeren. Tegelijkertijd werden nieuwe jukken en schuiven gemaakt en vonden er reparaties plaats van herstelbare onderdelen. Aan de betonnen constructie onder water zijn ook reparaties uitgevoerd. De zogenoemde nokken (steunberen) waar de jukken op rusten, zijn geïnspecteerd en gerepareerd, of mogelijk vervangen. Daarvoor is een zogenoemde droogzetkuip gebruikt, zodat we de specifieke plek waar betonreparaties plaatsvinden tijdelijk droog konden zetten. Voor deze droogzetkuip is het onderste deel, het passstuk, nieuw ontworpen. Daarna konden de jukken en schuiven weer teruggeplaatst worden, waarna de functietesten van de gerepareerde stuw gedaan konden worden. Daarna is de tijdelijke breuksteendam verwijderd. Stuw Grave was medio juli 2017 weer volledig operationeel en kon het Maaswater weer 100% reguleren.

  7. Een droogzetkuip is een kokervormige constructie die op de betonnen onderwaterconstructie van de stuw kan worden geplaatst. Door middel van rubbers sluit deze aan op de bodem en daarna kan het water uit de koker gezogen worden, zodat het specifieke deel van de constructie en nokken (steunberen) die gerepareerd moeten worden droog komen te staan.

  8. Ja, het  bovenste deel van de droogzetkuip kan ook bij de stuwen Sambeek en Belfeld worden gebruikt, enkel het onderste deel (passtuk) paste specifiek op de betonnen onderwaterconstructie van Grave.

  9. De inspecties direct na de calamiteit waren enkel visueel en gaven in grove lijnen een beeld van de schade. Een duiker naar beneden laten gaan was toen omwille van de veiligheid niet mogelijk vanwege de sterke stroming ter plekke. Om precies te weten wat er gerepareerd of vernieuwd moet worden, waren nadere inspecties nodig. Deze inspecties zijn in de werkplaats en met behulp van de droogzetkuip uitgevoerd.

Tijdelijke noodmaatregel

  1. Om de waterkerende functie van de beschadigde stuw over te nemen hebben we een breuksteendam aangelegd, benedenstrooms van de stuw Grave. De breuksteendam is gelijkmatig opgebouwd, waardoor er een beheerst proces ontstond om uiteindelijk op de gewenste kerende hoogte van circa +7.90m NAP te komen. Ook was de breuksteendam voorzien van een kraagstuk om de waterdoorlatendheid te beheersen en is de bodem achter de stuw extra verstevigd.

  2. De uitvoering van deze maatregel startte fysiek bij de stuw op dinsdag 10 januari en was maandag 23 januari afgerond.

  3. Deskundigen hebben 12 scenario’s doorgerekend. Belangrijke criteria waren, naast waterveiligheid, onder andere de technische haalbaarheid met doorkijk naar definitief herstel, bodemgesteldheid, hinder voor scheepvaart en omgeving en snelheid in aan- en afbouw. De optie tot snelle afbouw is noodzakelijk omdat het waterpeil van de Maas snel kan stijgen bij regenval stroomopwaarts. Daarnaast kunnen in de bodem van de Maas niet-gesprongen explosieven zijn, hetgeen bij de keuze voor de tijdelijke dam in de afweging is meegenomen. Zo is er bijvoorbeeld ook gekeken naar de mogelijkheid voor een mobiele dijk, pontons op big bags en een damwand voor de stuw. Een belangrijk voordeel van de tijdelijke dam benedenstrooms, was dat de stuwvloer en rivierbodem bovenstrooms beschikbaar blijven, zodat er voldoende ruimte was voor het definitieve herstel.

  4. Er zijn meerdere tijdelijke maatregelen onderzocht. Relatief snel de kerende hoogte van +7.90m NAP weer bereiken, was erg belangrijk bij deze keuze. Omdat zo de scheepvaartverkeer over de Maas snel weer mogelijk werd. Daarnaast kon met deze variant het definitief herstel ongestoord (conform huidige onderhoudstechniek) en direct worden uitgevoerd. Verder zijn er tijdens de afweging voor een tijdelijke maatregel meerdere scenario’s onderzocht, waarbij rekening gehouden is met de volgende factoren: 

    • Hinder voor scheepvaart zo spoedig mogelijk opheffen;
    • Beïnvloeding omgeving (trillingen, niet gesprongen explosieven) minimaliseren; 
    • Belemmering van de werkruimte voor definitieve herstel van de stuw wegnemen; 
    • Raakvlak met de sterkte van de bestaande constructie in beeld brengen; 
    • Veiligheid van de noodvoorziening en van het definitieve herstel waarborgen; 
    • Kwaliteit van de noodvoorziening en het definitieve herstel waarborgen; 
    • Keerhoogte van de maatregel dient afdoende te zijn; 
    • Hergebruik materialen is een bijkomend voordeel; 
    • Budget van de noodmaatregelen en definitief herstel zijn meegenomen in afweging; 
    • IJsgang en hoogwater.
  5. Nee, de breuksteendam is voorzien van een kraagstuk om de waterdoorlatendheid te beheersen.

  6. De hoogte van de dam was 5,60 m en de breedte 30 m. Achter de stuw ligt een vloer met NAP-hoogte +2,30m (de vloer ligt hoger dan de stuw zelf). Op deze vloer is een dam aangelegd van 5,60m hoog. Hiermee bereikten we een hoogte van 7,90m.

  7. De breuksteendam achter de beschadigde stuw nam de functie van de stuw over, zodat het waterpeil en waterhuishouding in stuwpand Grave weer op orde werd gebracht en er weer stabiliteit in het watersysteem kwam.Tevens was de breuksteendam een maatregel waardoor er direct gestart kon worden met definitief herstel van de bestaande stuw. Werkruimte bovenstrooms voor herstelwerkzaamheden aan de stuw was hierdoor gewaarborgd. De breuksteendam is gelijkmatig opgebouwd, waardoor er een beheerst proces ontstond om uiteindelijk op de gewenste kerende hoogte van +7.90m NAP te komen. Ook is de breuksteendam voorzien van een kraagstuk om de waterdoorlatendheid te beheersen. We hebben de bodembescherming benedenstrooms van de stuw Grave uitgebreid om zo een robuust geheel te realiseren, omdat er door de hogere stroomsnelheden bij de kleine stuw schade aan bodembescherming kon ontstaan. De reeds ontstane schade aan de bodembescherming benedenstrooms van de grote stuw is gerepareerd. Nadat de reparatie van stuw Grave geheel voltooid was, kon de resterende breuksteen afkomstig van de breuksteendam worden hergebruikt voor reparatie, herstel en het robuust maken van overige bodems van de stuwen in de omgeving.

  8. Rijkswaterstaat heeft iedereen bedankt voor de vele suggesties voor noodmaatregelen die zijn binnengekomen omtrent stuw Grave. Diverse noodscenario’s zijn uitgewerkt, waarin goede ideeën meegenomen zijn.

Schadeclaims

  1. Gedupeerden hebben hun claims ingediend bij hun verzekeraar. Acht gedupeerden dienden voor hun schade, die het gevolg was van de beschadiging van de stuw bij Grave, bij Rijkswaterstaat een claim in. Deze zijn afgewezen.

  2. Door de aanvaring daalde de waterstand op het Maas-Waal kanaal heel snel. De technische tijd om de keersluis te sluiten is 1,5 uur. Er is minimaal circa 3 uur nodig voordat het dalen van de waterstand gestopt kon worden, de technische tijd (1,5 uur) en de tijd (inschatting 1,5 uur) voor het herkennen en beoordelen van de situatie en de tijd om besluiten te nemen. Gevolgen voor de scheepvaart en woonboten konden niet voorkomen worden, hooguit in effect worden beperkt.

  3. De overheid kan in gevallen waarin partijen schade lijden door toedoen of nalaten van de overheid een nadeelcompensatieregeling in het leven roepen. Dat behoort in dit geval echter niet tot de mogelijkheden, omdat dit ongeval is veroorzaakt door toedoen van een ander, in dit geval het schip dat door de stuw is gevaren. De onderzoeksresultaten die tot nu toe bekend zijn geven geen aanleiding om dit standpunt te wijzigen.

Divers

  1. Nadat inspectie heeft plaatsgevonden door Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is het schip onder begeleiding naar de overslaghaven van Moerdijk gesleept. Daar is op een veilige overslaglocatie de lading uit het beschadigde schip gepompt.

  2. Donderdag 5 januari 2017 gaf Rijkswaterstaat een toelichting op de situatie in Grave die was ontstaan na de aanvaring van stuw Grave en ging verder in op het plan van aanpak om het waterpeil van de Maas tussen Grave en Sambeek, en op het Maas-Waalkanaal, te herstellen. Tijdens deze bijeenkomst stonden zorgen en vragen van de genodigden centraal, die vooraf zoveel mogelijk telefonisch waren opgehaald. Voor deze bijeenkomst waren diverse bestuurlijke partners uit de regio en brancheorganisaties uitgenodigd, zoals Koninklijke Schuttevaer voor de scheepvaartsector. Per jaar passeren 9000 recreatievaartschepen en 11.000 binnenvaartschepen de sluis bij stuw Grave. Het is voor Rijkswaterstaat onmogelijk om al deze schippers persoonlijk bij te praten. Rijkswaterstaat heeft daarnaast ook diverse collega’s en handhavers ingezet die langs de Maas patrouilleren om in gesprek te gaan met burgers, omwonenden, woonbootbewoners en om de veiligheid langs de Maas bij deze lage waterstanden te waarborgen. Overige belanghebbenden en belangstellenden konden met hun vragen terecht bij het informatienummer 0800-8002.

  3. De keersluis van het sluiscomplex Heumen is op donderdag 29 december rond 23.00 uur gesloten. De ebdeuren van de schutsluis zijn op vrijdag 30 december om 02.30 uur gesloten.  De eerste focus van het crisisteam bij het incident lag op het inventariseren van de situatie en de schade aan het vrachtschip geladen met benzeen en de schade aan de stuw Grave. Toen de situatie duidelijker werd, is uiteraard meteen gekeken naar vervolgeffecten, zoals voor het waterpeil op het Maas-Waalkanaal en is geoordeeld dat de sluisdeuren gesloten dienden te worden. De keersluis is vervolgens gesloten, de schutsluis heeft echter ebdeuren die zeer zelden gesloten worden, enkel in geval van ijsgang. Deze ebdeuren zijn niet ingericht op een snelle sluiting, hiervoor dienen ter plaatse fysieke handelingen vanaf een schip te worden verricht. Met het sluiten van beide ebdeuren is een verdere daling van het waterpeil van het Maas-Waalkanaal tussen Heumen en Weurt voorkomen. Op het moment dat ebdeuren dicht waren was het waterpeil 1,1 meter gezakt.

  4. De stremming voor de scheepvaart op het Maas-Waalkanaal tussen Heumen en Weurt, die na de aanvaring van stuw Grave op donderdag 29 december 2016 gold, werd zondagochtend 8 januari 2017 opgeheven vanaf sluis Weurt tot aan de loswal bij Malden. Rijkswaterstaat heeft op 2 januari 3 grote pompen op een ponton in de oude sluiskolk in Heumen geplaatst om water te kunnen pompen vanuit de Maas naar het Maas-Waalkanaal. Nadat het waterpeil voldoende was gestegen is scheepvaart beperkt hervat. Vanaf 24 januari konden schepen vanaf het Maas-Waalkanaal ook weer de Maas bereiken.

  5. Met de aanleg van een mobiele dijk zorgden we ervoor dat de woonboten en schepen die in de haven liggen, gecontroleerd en rustig los konden komen van de bodem. Als we de mobiele dijk niet hadden aangelegd, zou de stijging ongecontroleerd kunnen gaan waardoor de woonboten problemen konden krijgen en in het ergste geval niet konden loskomen en water de woonboten binnen zou kunnen lopen. De mobiele dijk is donderdag 19 januari 2017 verwijderd.

  6. Alle stuwen in de Maas zijn voorzien van een drijvende markering in de vorm van een ballenlijn. Deze markering geeft het verboden gebied aan tussen stuw en ballenlijn, dit wordt ondersteund met verkeerstekens ‘verboden in te varen’ op beide oevers. De ballenlijn is bij mist of slecht zicht goed herkenbaar op het radarscherm van de schipper. Daarnaast kunnen schippers via marifoon contact hebben met de sluis of bediencentrale. Een dergelijke ballenlijn was ook ten tijde van aanvaring aanwezig bij de stuw in Grave. Daarnaast worden schippers ruim voor de stuw al met diverse, verlichte, borden geattendeerd op de aanwezigheid van de stuw en geeft een verlicht bord de aanbevolen vaarrichting richting de sluis aan. De ingang van de voorhaven van de sluis is gemarkeerd met een rood en een groen havenlicht.

  7. Sinds de realisatie van de stuw Grave (1928) is een calamiteit van deze omvang niet eerder voorgekomen. Jaarlijks passeren zo’n 11.000 binnenvaartschepen de stuw bij Grave. Daarnaast passeren er jaarlijks nog zo'n 9000 recreatievaartuigen, al is daar in deze winterperiode geen sprake van.

  8. Vanwege het hoogteverschil in het Limburgse landschap en het feit dat de hoeveelheid water in de Maas sterk wisselt, wordt het waterpeil in de Maas in Limburg dagelijks kunstmatig op peil gehouden. Dit gebeurt door stuwen, waarmee Rijkswaterstaat het waterniveau in de Maas beheert en de rivier veilig en bevaarbaar houdt. In de Maas liggen 7 stuwen, (van zuid naar noord) bij Borgharen, Linne, Roermond, Belfeld, Sambeek, Grave en Lith. Zonder stuwen zou scheepvaart op de Maas niet mogelijk zijn en zou het waterpeil sterk wisselen.

  9. Nadat delen van de Maas tussen Lith en Sambeek en het Maas-Waalkanaal tussen Heumen en Weurt op diverse plekken deels waren drooggevallen, werd afval zichtbaar dat Rijkswaterstaat heeft verwijderd. Handhavers brachten aangetroffen vuil, omgevallen bomen, erosie van de oevers en dumpingen in kaart waarna gericht opgeruimd worden. Het opgeruimde vuil is naar erkende verwerkers gebracht.

  10. Er is een brede verzendlijst opgesteld waarop alle relevante stakeholders staan. Zij zijn gedurende de eerste weken zorgvuldig en met grote regelmaat op de hoogte gehouden. De pers is met regelmaat ontvangen op het terrein bij de stuw. Zowel de directie als de inhoudelijk betrokkenen van de projectorganisatie hebben veel tekst en uitleg gegeven. Op de website van Rijkswaterstaat is een dossier geopend over stuw Grave. Hierin was steeds de nieuwste informatie te vinden, evenals relevante animaties en Q&A’s. Met grote regelmaat verscheen er op de site ook een nieuwsbericht waar pers en publiek mee op de hoogte werden gehouden.

Berenschot rapport

  1. Begin 2017 is in bijzijn van alle bestuurlijke partners besloten om te kiezen voor een gezamenlijk evaluatieonderzoek door onafhankelijk onderzoeksbureau, Berenschot. Medio 2017 was het onderzoek afgerond. Doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in het crisismanagement in de eerste 48 uur en om inzicht te krijgen in leerpunten voor de (bovenregionale) samenwerking, de informatie- en communicatielijnen en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn opgepakt.

  2. Het onderzoeksrapport van Berenschot gaat in op het geleverde crisismanagement van de betrokken partijen in de eerste 48 uur vanaf het moment van de aanvaring en is bedoeld om inzicht te krijgen in leerpunten voor de (bovenregionale) samenwerking, de informatie- en communicatielijnen en hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheden zijn opgepakt. Drie hoofdvragen stonden hierbij centraal: 

    • Wat kan er geleerd worden van de (bovenregionale) samenwerking tussen de partijen?
    • Hoe zijn de informatie- en communicatielijnen verlopen? 
    • Hoe is, in het kader van (bestuurlijke) verantwoordelijkheden, dit gemeente-, regio- en provinciegrensoverschrijdende incident opgepakt?
  3. Berenschot heeft ongeveer 50 personen geïnterviewd. Tijdens de interviews is veel aandacht besteed aan de persoonlijke ervaringen van deze betrokkenen die tijdens de eerste 48 uur hebben meegewerkt.

  4. Het incident heeft plaatsgevonden onder unieke en zeer moeilijke omstandigheden, waarbij alle betrokkenen zich tot het uiterste hebben ingespannen voor een goede crisisbeheersing. Meer specifiek concludeert Berenschot het volgende over de werkwijze van Rijkswaterstaat, de drie betrokken veiligheidsregio’s (Gelderland-Zuid, Brabant-Noord en Limburg-Noord) en de betrokken waterschappen (Rivierenland, Aa en Maas en Limburg): 

    • De melding is met beperkte urgentie behandeld.
    • Bij de melding en alarmering is onvoldoende geanticipeerd op de interregionale effecten.
    • De opschaling van de betrokken organisaties is niet integraal afgestemd. 
    • Het coördinatieplan vaarwegen Brabant-Noord en het Incidentbestrijdingsplan vaarwegen Oost-Nederland zijn ‘papieren tijgers’. 
    • De coördinatie op tactisch niveau is onvoldoende tot stand gekomen.
    • Het beeld van de coördinatie bij een multidisciplinaire crisis verschilt per organisatie. 
    • In de eerste twee uur na de aanvaring van de stuw bij Grave verliep de uitwisseling van de beschikbare, operationele informatie ter plaatse effectief. 
    • Een gezamenlijk beeld had sneller tot stand kunnen komen; een eerste gedeeld totaalbeeld was 12 uur na de aanvaring van de stuw bij Grave beschikbaar bij de betrokken partijen. 
    • Het gebruik van LCMS heeft onvoldoende bijgedragen aan effectieve informatievoorziening.
    • In de acute fase was er geen sprake van op elkaar afgestemde crisiscommunicatie.
  5. Op basis van de conclusies doet Berenschot de volgende aanbevelingen aan Rijkswaterstaat en de veiligheidsregio’s:   

    • Er is een Handboek Incidentbestrijding op het Water, vastgesteld in 2015. Zorg dat de regionale plannen aansluiten op dit plan, waarbij Rijkswaterstaat en de veiligheidsregio’s eigenaarschap tonen.
    • Overweeg om direct na een crisis een nabespreking te beleggen met alle betrokkenen van de betrokken partijen met aandacht voor het uitwisselen en leren van ervaringen. 
    • Aanbevelingen voor Rijkswaterstaat:      
    • Tref maatregelen om de crisisorganisatie van Rijkswaterstaat robuuster te maken. 
    • Aanbevelingen voor veiligheidsregio's: 
    • Organiseer op uitvoerend niveau de operationele-, en tactische interregionale incidentbestrijding waarbij één veiligheidsregio de afhandeling coördineert. 
    • Tref maatregelen om de multidisciplinaire crisisorganisatie robuuster te maken. 
    • Vraag landelijk aandacht voor het vraagstuk over de rol van de veiligheidsregio als coördinerende organisatie ten behoeve van alle crisisorganisaties bij ieder type multidisciplinaire crisis.
  6. Het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is een op zichzelf staand onderzoek. Op de website van de OVV staat het volgende: De OVV start een onderzoek naar de aanvaring bij de stuw bij Grave eind december vorig jaar. Het onderzoek richt zich op de aanvaring zelf, maar ook op de wijze waarop is omgegaan met de gevolgen. In de komende periode wordt de precieze onderzoeksvraag bepaald. In de voorbereiding op het besluit om al dan niet een onderzoek te starten, heeft de Raad in de afgelopen weken informatie over het ongeval opgevraagd bij verschillende instanties. Hiermee is gestart direct na de melding van de aanvaring op 29 december 2016. Meer informatie is te vinden op de website van de Onderzoeksraad. Rijkswaterstaat is nauw betrokken bij het onderzoek van de OVV. De OVV heeft al meerdere keren de stuw en bedienruimtes kunnen zien. Ook heeft de OVV een Rijkwaterstaat patrouilleboot met geblindeerde ramen laten proefvaren.

  7. Vooruitlopend op de conclusies en aanbevelingen van Berenschot heeft Rijkswaterstaat al verbeteringen opgepakt. Dit betreft het verbeteren van procedures rondom scheepvaart en voor incidenten en calamiteiten. Alsmede voor het landelijke professionaliseren van de meldkamerfunctie. Ook wordt onderzoek gedaan naar de duidelijkheid van elektronische kaarten, radarbeelden en bebording bij de stuwen.

  8. De betrokken partijen gaan de resultaten en aanbevelingen nader bestuderen. De komende tijd gaan zij gezamenlijk aan de slag met de conclusies uit het rapport.

  9. Het onderzoeksrapport ‘Crisisbeheersing in de eerste 48 uur na de aanvaring van de stuw bij Grave’ is opgesteld door Berenschot. Er is ook een feitenoverzicht van de gebeurtenissen in aanloop naar en na de aanvaring van de stuw. Deze documenten zijn onderdeel van de evaluatie van de aanvaring bij stuw Grave en zijn online in te zien.

  10. Toenmalig ministers Schultz van Haegen en Blok hebben een brief gestuurd aan de Tweede Kamer.