Doelen en resultaten

Doelen en resultaten

Rijkswaterstaat en de gemeente Groningen werken samen aan de vervanging van de Gerrit Krolbrug in Groningen. Deze brug is een van de drukste fietsverbindingen van Groningen, met ongeveer 15.000 fietsers die dagelijks de brug passeren. De brug is bijna 100 jaar oud en heeft steeds meer last van storingen.

Voor het scheepvaartverkeer is de huidige brug een obstakel. De brug is te laag en moet voor ieder schip open. Ook is de vaarweg bij de brug smal, waardoor schepen elkaar niet kunnen passeren. De nieuwe brug moet voldoen aan eisen die worden gesteld aan een hoofdvaarweg. De brug moet een veilige en vlotte verbinding zijn voor weg- en scheepvaartverkeer. Hiervoor is een brug nodig met een minimale doorvaarthoogte van 4 m en een doorvaartbreedte van 54 m.

MIRT-procedure

Het project volgt de MIRT-procedure. Het project bevindt zich nu in de MIRT-planuitwerking. Deze fase duurt ongeveer 3 jaar en bestaat uit een aantal stappen. De 1e stap is het uitwerken van het voorkeursalternatief. Dit gebeurt aan de hand van een variantenstudie. Het resultaat is een voorkeursvariant dat uitgewerkt is in een voorlopig ontwerp. Hierover nemen de bestuurders een besluit. Vervolgens start de realisatiefase.

Passend bij de MIRT-procedure onderzoekt Rijkswaterstaat eerst een aantal varianten voor de nieuwe Gerrit Krolbrug. Dat gebeurt in een variantenstudie. Met deze variantenstudie onderzoekt Rijkswaterstaat welk type beweegbare brug (een hefbrug of een tafelbrug) de beste keuze is, wat de effecten zijn van verschillende brughoogtes (4 m en 5,5 m) en waar de vaste loopbruggen moeten komen. Het project is onderdeel van het Programma Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl.

Uitgangspunten nieuwe Gerrit Krolbrug

Het voorkeursalternatief is het uitgangspunt voor de variantenstudie. Dit voorkeursalternatief is vastgesteld door de gemeente Groningen en Rijkswaterstaat. Het voorkeursalternatief gaat uit van een beweegbare brug met daarnaast een vaste verbinding voor fietsers en voetgangers. Ook geeft het voorkeursalternatief aan dat de doorvaartbreedte 54 m wordt en dat de doorvaarthoogte minimaal 4 m moet zijn. De vaste fiets-voetgangersverbinding naast de brug heeft een hoogte van minimaal 9,10 m.

Erftoegangsweg

Eén van de uitgangspunten is een beweegbare brug met daarop een erftoegangsweg. Met een erftoegangsweg kunnen alle verkeersdeelnemers veilig van dezelfde rijbaan gebruik maken. Er geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. In de variantenstudie wordt gekeken naar mogelijkheden om auto’s en fietsers aan weerszijden van de brug te laten kruisen.

Variantenstudie

Ingenieursbureau Royal HaskoningDHV (RHDHV) voert in opdracht van Rijkswaterstaat de variantenstudie uit. Er wordt gekeken naar de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer, de toegankelijkheid van de brug en hinderbeperking. In grote lijnen onderzoekt het ingenieursbureau de varianten op het type brug (hef- of tafelbrug), de doorvaarthoogte, de aanlanding (de aansluiting op wegen en fietspaden), de positie van de fietsbruggen en de hoogte van de brug (4 m of 5,5 m).