'Ik ben de spreekbuis van de schippers op de Twentekanalen'

Nieuwsbericht

‘Ik ben de spreekbuis van de schippers op de Twentekanalen’

Gepubliceerd op: 21 februari 2017- Laatste update: 22 februari 2017 12:55 uur

Rein Schut is opgegroeid op een schip en heeft inmiddels alle vaarwegen in Europa al wel bevaren. Fiona Schut komt ‘van de wal’ en is het vak ingerold nadat ze Rein 9 jaar geleden ontmoette.

Rein en Fiona Schut op de Martinique.

Inmiddels is Fiona volledig ingeburgerd en behartigt ze als regiocoördinator van Schuttevaer de belangen van schippers in Oost- en Centraal Nederland. Rein is bestuurslid en helpt zijn vrouw daarnaast met de meer technische vragen van de schippers. Fiona: ‘Ik ben de spreekbuis van de schippers. Met alle geplande ontwikkelingen op de Twentekanalen hebben we genoeg te doen.’

Sterk team

Rein en Fiona zijn een sterk duo. Inmiddels dus voor BLN Koninklijke Schuttevaer. En in de beginjaren van hun relatie en de eerste jaren na de geboorte van hun zoontje Vince als geolied team op hun schip de Martinique. Ze voeren in die tijd 2 weken achtereen en woonden vervolgens 2 weken aan de wal. Fiona: ‘Ik bleef toch verlangen naar de wal. Ik hou bijvoorbeeld van orde en regelmaat en dat is er aan boord niet.’ 

Rein: ‘Bijzonder aan het schippersvak vind ik het samen zijn. De eerste 4 jaar na de geboorte van Vince zijn we echt met z’n drieën geweest. Dat is natuurlijk het allermooiste. Welke vader aan de wal heeft zijn kind nou 24/7 om zich heen.’ 

Inmiddels gaat zoontje Vince naar school en hebben Rein en Fiona besloten dat Fiona met hem aan wal blijft. Fiona: ‘We hebben ook gekeken naar een internaat voor Vince. Voor Rein is dat heel normaal. Hij is deels ook zo opgevoed. Maar ik wilde het niet. Nadeel is wel dat we elkaar nu minder zien. Rein is vandaag voor het eerst in een maand tijd thuis, door ziekte en personeelsverloop. Dan hebben we meteen een hele hoop kwesties vanuit Schuttevaer te bespreken.’

Stremming door onderhoud

Fiona: ‘De geplande stremming van circa 30 dagen bij de sluizen Delden en Hengelo, in verband met het groot onderhoud, is nu natuurlijk een belangrijk bespreekpunt. Zo’n stremming betekent nogal wat voor de Twentse binnenvaart en het bedrijfsleven. Hengelo en Enschede zijn dan wekenlang niet te bereiken over water. Schepen van grote bedrijven als Zandmij en Akzo kunnen niet naar hun losplaats.’ Rein: ‘We begrijpen dat het onderhoud nodig is. Sinds de aanleg van de sluizen tachtig jaar geleden heeft er vooral klein onderhoud plaatsgevonden. Dus het moest er een keer van komen.’ 

Rein vervolgt: ‘Waar we wel een beetje bang voor zijn is dat de werkzaamheden uitlopen. Pas als de sluiskolk droogstaat kan de aannemer een volledige inspectie uitvoeren. Misschien valt het tegen wat hij aantreft en kost het onderhoud meer tijd. Dat is iets waar we rekening mee houden en ook de schippers op attent maken.’

Goede samenwerking

Fiona: ‘Vanuit Schuttevaer denken we mee met tijdelijke oplossingen voor de schippers en overleggen we regelmatig met de betrokken bedrijven en Rijkswaterstaat. Er is de laatste jaren volop geïnvesteerd in die samenwerking en dat werpt nu zijn vruchten af. We weten elkaar goed te vinden.’ 

Rein: ‘Wij hebben natuurlijk als schipper zelf ook met de stremming te maken. Wij varen sinds 2008 voor Combi Terminal Twente (CTT) in Hengelo. Binnenkort is er ook een containerkraan bij de nieuwe terminal in Almelo op het XL-Businesspark en kunnen wij die weken hiernaar uitwijken met onze lading vanuit Rotterdam. Vanaf daar worden de containers dan overgeladen op vrachtwagens. Dat kost natuurlijk veel geld en tijd, maar het is een oplossing. We kunnen doorwerken.’ 

Fiona: ‘Veel bedrijven zullen hiervoor gaan kiezen. Er zijn ook bedrijven die de stremming benutten om onderhoud uit te voeren aan bijvoorbeeld hun schepen. Schippers die geen vast contract met bedrijven hebben zullen proberen tijdelijk te gaan varen voor andere opdrachtgevers.’

Snelheid versus massa

Rein: ‘Het transport duurt die weken al met al wel echt langer. En dat is niet goed voor de reputatie van de binnenvaart. Door de 24-uurs economie is de druk om snel te leveren groot. Vrachtwagens hebben dat als voordeel. Zij zijn zo van Rotterdam in Hengelo. Ik doe daar zo’n 23 uur over. Dan ben ik in de Rotterdamse haven ook nog eens 24 uur bezig. Al met al kost me een rondreis nu 4 tot 5 dagen. Het voordeel van de binnenvaart is massa. Wij kunnen in een keer veel meenemen, waardoor het transport per product goedkoper is.' 

Rein vervolgt: ‘Een gemiddelde vrachtwagen kan ongeveer 30 ton lading meenemen. Ons schip, de Martinique, is een klasse Va-schip van 110 m lang. Dat is het grootste type schip dat na de verruiming op de Twentekanalen mag varen. Deze schepen worden nu al gedoogd, maar we kunnen geen maximale lading meenemen. De maximale capaciteit van de Martinique is 3.080 ton, Totdat de vaargeul van de hoofdtak uiterlijk in 2020 is verdiept tot de geplande 3,50 m kunnen we, afhankelijk van de waterstand, 2.230 ton meenemen. Dat is echter nog steeds de lading van ruim 70 vrachtwagens.’

Bed & Breakfast

Fiona: ‘Maar dat is voor de consument minder interessant. De snelheid van levering telt in de huidige economie. Dat is ook heel zichtbaar. Om meer begrip te kweken voor het werk van een schipper zijn we een bed & breakfast aan boord begonnen. De Martinique is ooit gebouwd voor 2 gezinnen en heeft dus 2 woningen. Onze gasten hebben dan ook de beschikking over een eigen appartement aan boord met 4 slaapplaatsen. We geven de gasten een indrukwekkende belevenis. Ze maken ons werk en het leven aan boord 3 tot 5 dagen van heel dichtbij mee. Ze maken er echt onderdeel van uit.’

Rein: ‘De haven van Rotterdam maakt altijd de meeste indruk. Daar kom je als burger natuurlijk niet. De bed & breakfast is echt een succes. We zitten maanden van tevoren volgeboekt. We hebben veelal gasten uit Nederland. Maar ook uit de rest van Europa en zelfs uit Nieuw Zeeland.’

Teletekst en matrixborden

Fiona: ‘Wat mensen zich bijvoorbeeld vaak niet realiseren is dat je niet zomaar en overal van een schip af kan. Bijvoorbeeld om boodschappen te doen. In Rotterdam zijn er wel voldoende ligplaatsen maar daar mag je niet van boord. Ik ben klein en soms tilt de bemanning me dan aan wal. Dat hoort natuurlijk niet, maar nood breekt wet.’ 

Fiona: ‘Langs de Twentekanalen kun je wel op veel plekken van boord af. De voorzieningen, zoals voldoende stroom, kunnen echter beter. Daarover zijn we met de gemeenten in gesprek. Zonne-energie is overigens voor ons helaas geen optie. Dat levert te weinig op. Schepen als onze Martinique zijn net kleine fabrieken en verbruiken veel stroom.' 

Rein: ‘De bereikbaarheid aan boord (telefoon en internet) kan ook beter. We moeten natuurlijk ook wel eens naar huis of naar een opdrachtgever bellen. En door de vaak slechte internetverbinding zijn we voor informatievoorziening, bijvoorbeeld over de waterstanden, vaak afhankelijk van teletekst.’ 

Fiona: ‘We hebben Rijkswaterstaat de tip gegeven om tijdens de werkzaamheden op cruciale plekken langs het kanaal, zoals bij Sluis Eefde, digitale informatieborden te plaatsen. Dat werkt altijd heel goed.’

Blij met 2e sluiskolk

Rein: ‘We kijken erg uit naar de 2e sluiskolk bij Eefde. Dat is nu een kwetsbaar punt met soms lange wachttijden. We kunnen ons ook helemaal vinden in alle geplande maatregelen daar. We zijn alleen wel van mening dat het probleem wordt verschoven naar de sluis bij Delden, waar geen plannen voor een 2e sluiskolk zijn. We zijn bang dat het scheepvaartverkeer daar gaat ophopen. De bediening van de sluizen op afstand gaat zal straks wel helpen. Nu moet je net op het moment dat er een bedienaar is bij de sluis zijn en anders moet je wachten.’ 

Fiona: ‘We hebben Rijkswaterstaat sowieso gevraagd om meer ligplaatsen bij Delden. Dat zijn er nu al te weinig. Na de verruiming liggen daar naar verwachting meer en met name meer grote schepen en daar is nu echt niet genoeg ruimte voor.’

Van de weg naar het water

Fiona vervolgt: ‘De minister heeft natuurlijk ook een zogeheten Beter Benutten deal gesloten met de regionale overheden en het bedrijfsleven. Er is afgesproken dat, nadat de Twentekanalen kanalen in 2020 verruimd zijn, dagelijks vracht van 900 vrachtwagens naar de binnenvaart gaat. Dat is natuurlijk goed nieuws voor ons, maar dan moeten de sluizen die extra capaciteit wel aankunnen. Grof gerekend gaat het om zo’n 15 extra klasse Va-schepen per dag die op de kanalen varen en door de sluizen moeten.’ 

Rein: ‘Eerlijk gezegd moet ik het nog maar zien of er meer schepen gaan varen. Ondanks dat er in Twente heel veel ruimte is voor groei van watergebonden bedrijven zien wij daarin nu nog maar weinig investering. Ook wordt er nog niet heel erg geïnvesteerd in meer schepen. We zien echt een afwachtende houding: eerst zien dan geloven. Ook of het wel realistisch is dat er dagelijks 900 vrachtwagens van de weg gaan. Dan is er naar ons idee eerst gedragsverandering nodig bij de consument die een bestelling liever gisteren dan morgen geleverd krijgt. Laat staan ‘pas’ over enkele dagen. Ik denk zelf dat transport over de weg een belangrijke positie blijft innemen.’ 

Fiona: ‘De binnenvaart blijft een ondergeschoven kindje. De potentie wordt niet altijd erkend of geld is belangrijker dan bijvoorbeeld het milieuvoordeel van het schonere transport over water. Kijk naar het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dat gaat nu vaak dwars door woonwijken. Wij kunnen dat veel veiliger vervoeren, maar zijn helemaal niet in beeld in die hele discussie.’

Regio met potentie

Fiona: ‘Het is echt belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven gaan. Regionaal en landelijk. Mijn voorgangster bij Schuttevaer heeft al enorm veel bereikt. Haar lobby heeft ons ook dichter bij de politiek gebracht. Twente is een regio met veel economisch potentieel. Dat wordt nu veel beter erkend en gezien.’