04 Veelgestelde vragen

  1. Door de sluizen open te stellen, kan het zeewater het Haringvliet instromen. We hebben afgesproken dat dit zoute water niet verder mag komen dan de denkbeeldige lijn van Middelharnis naar de monding van het Spui. 

    Dit besluit is nodig om het Haringvliet gedeeltelijk zoet te houden, voor bijvoorbeeld landbouw en het innemen van drinkwater. Een meetnet van palen en boeien, voorzien van meetapparatuur, bewaakt deze zoutgrens. Waterinnamepunten ten westen van deze lijn worden verplaatst.

    Evides Waterbedrijf en waterschap Hollandse Delta verleggen tot 2018 hun inlaatpunten voor zoet water in het gebied naar de locatie waar het water gegarandeerd zoet blijft. Rijkswaterstaat gaat als beheerder van de Haringvlietsluizen het zoutgehalte continu monitoren.

  2. Nee, de maatregelen hebben geen gevolgen voor de veiligheid. De Haringvlietsluizen zijn onderdeel van een primaire waterkering en zo beheren we ze ook: bij storm op zee gaan de sluizen gewoon dicht. Veiligheid gaat altijd voor.

  3. De opening van de kier varieert. Soms staat er een schuif van 58 meter een halve meter open, op andere momenten staan er bijvoorbeeld 7 schuiven anderhalve meter open. Dat is afhankelijk van de rivierafvoer. De rivierafvoer geeft tegendruk aan het zoute water. Dus bij hoge rivierafvoeren is de kieropening groter dan bij een lage rivierafvoer. Daarmee zorgen we ervoor dat het water bij de zoetwaterinnamepunten voor landbouw en drinkwater zoet blijft.

  4. Nee, de kier beïnvloedt de waterstanden en het getij nagenoeg niet.