01 Het uitwerken van de plannen

Het uitwerken van de plannen

Om grote projecten sneller te laten verlopen werkt Rijkswaterstaat gelijktijdig aan zowel planuitwerking als aanbesteding. Zo is er straks direct een aannemer die de dijkversterking kan gaan uitvoeren. Binnen de planuitwerking is ook gekeken welke wensen en kansen vanuit de omgeving kunnen worden meegenomen als de dijk wordt versterkt. Bijvoorbeeld op het gebied van cultuurhistorie, natuurontwikkeling en recreatie.

Details uitwerken

Bij de Zuidkade en de Westkade verplaatsen en versterken we de dijk buitenwaarts. We bekijken nu hoe we dat technisch het beste kunnen doen. De dijk rust op een zachte ondergrond van veen. We moeten dus speciale maatregelen nemen om de ondergrond stevig en stabiel te maken. Verder bevat de dijk complexe stukken. Bij de haven wordt hij bijvoorbeeld onderbroken door damwanden en bij de Rozewerf staan huizen op de dijk.

De gemeente Waterland heeft voor Marken een zogeheten Kader Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. Dit kader beschrijft de cultuurhistorische waarden, de recreatieve waarden en de natuurwaarden van Marken. De notitie noemt criteria waaraan de dijk moet voldoen. Of we aan alle criteria kunnen voldoen, hangt onder meer af van de technische voorwaarden. Kortom: we kijken naar de kwaliteit, maar veiligheid heeft prioriteit.

Effect op de omgeving

Verder bekijken we hoe hoog de dijk moet worden en hoeveel water er in extreme situaties overheen mag stromen zonder dat Marken daar last van heeft. Daarnaast is er het beschermde dorpsgezicht van Marken. Ook daar gaan we zorgvuldig mee om. En in een milieueffectrapport brengen we in kaart welk effect het werk aan de dijk heeft op onder meer de lokale natuur en het watersysteem. Dit rapport en de gedetailleerde plannen voor de dijk leggen we in het najaar van 2018 ter visie. Dit wil zeggen dat iedereen het rapport en de plannen kan lezen en erop kan reageren door een zogeheten zienswijze in te dienen.

Samen met de aannemer

Tijdens het voorbereiden van de realisatiefase maakt Rijkwaterstaat een zogenaamd ‘referentieontwerp’ dat kaders geeft over hoe het uiteindelijke ontwerp (het ‘definitief ontwerp’) eruit moet komen te zien. De aannemer die de opdracht na de aanbesteding krijgt doet vervolgens eigen voorstellen om het referentieontwerp te optimaliseren. In overleg met Rijkswaterstaat maakt de aannemer uiteindelijk een definitief ontwerp. Zo werken Rijkswaterstaat en aannemer samen aan een realistische en door de omgeving breed gedragen oplossing voor de knelpunten van de dijk en kan de aannemer straks snel aan de slag.