01 Doelen en resultaten

Het water uit het Amsterdam-Rijnkanaal wordt gebruikt voor de productie van drinkwater. Om ook in de toekomst gebruik te kunnen maken van kwalitatief goed oppervlaktewater, zijn risico’s voor de waterkwaliteit in kaart gebracht. Verschillende partijen nemen maatregelen om deze risico’s te verminderen. Zo ook Rijkswaterstaat.

Het oppervlaktewater wordt (structureel) verontreinigd door diverse stoffen, waarvan het niet altijd duidelijk is waar ze vandaan komen. De kennis over herkomst van stoffen is essentieel om de verontreinigingen aan te pakken. We onderzoeken onder meer de regionale bijdrage aan de toename van deze stoffen.

Op (inter)nationaal niveau blijven we continu de aandacht vestigen op deze problematiek bij het innamepunt. Hierdoor kunnen maatregelen worden afgedwongen om de waterkwaliteit in het Rijnstroomgebied te verbeteren. Het Rijk is verantwoordelijk voor zaken die buiten de bevoegdheden van de betrokken partijen vallen.

Scheepvaart

Het transport van gevaarlijke goederen over de Nederlandse binnenwateren is geregeld via een verdrag. Hierin staan procedures en voorschriften om een veilig binnenvaarttransport te bevorderen. Toch blijft de beroepsscheepvaart een potentiële bedreiging voor de drinkwaterproductie in Nieuwersluis.

Daarom zet Rijkswaterstaat de feiten op een rij over de risico’s van de scheepvaart bij de innamepunten voor het drinkwater. We onderzoeken bijvoorbeeld het aantal en type schepen, ladingen, maatregelen om calamiteiten te voorkomen, wettelijke regelingen en de preventieve en curatieve maatregelen om risico’s van calamiteiten te beperken. Het doel is om de risico’s van (calamiteiten met) de scheepvaart te reduceren.

Daarnaast blijven de milieucontroles aan boord van schepen, zoals deze nu al door Rijkswaterstaat worden uitgevoerd, gehandhaafd. De verontreiniging van het oppervlaktewater door illegale lozingen van bilgewater en -olie wordt hiermee beperkt.

Vergunningverlening

Bij het verlenen van vergunningen moet het belang van de openbare drinkwatervoorziening, volgens de Drinkwaterwet, een prominente plek krijgen. Hierbij moeten lozingen binnen de beschermingszone extra aandacht krijgen, maar vergeten we ook de lozingen stroomopwaarts niet. Op dit moment is niet geheel duidelijk of dit in de praktijk ook gebeurt en of dit procedureel goed is geregeld. Het is daarom van belang om dit inzichtelijk te maken en er voor te zorgen dat dit in de toekomst op de juiste wijze gebeurt.

Om bij vergunningsverlenging en –handhaving (zowel bij milieuvergunningen als binnen de ruimtelijke ordening) rekening te houden met de waterkwaliteit, dient de aanwezigheid van het innamepunt bekend te zijn bij betrokkenen. Dit is niet altijd het geval. Om de risico’s te beperken is goede voorlichting noodzakelijk.

Uitvoering

Het gebiedsdossier Bethunepolder is opgesteld onder regie van de provincie Utrecht.

Onderliggende pagina's