05 Veelgestelde vragen

Hieronder staat een greep uit veel gestelde vragen over het project.

Ontwerp

  1. De Prinses Beatrixsluis is een rijksmonument uit 1938 en is zichtbaar in de wijde omgeving. De 3e kolk (het gedeelte tussen de sluisdeuren) is zo ontworpen dat dit historisch aangezicht behouden blijft. Het ontwerp (PDF, 490,65 kB) bevat geen heftorens, maar dubbele roldeuren. Zo valt het weinig op in het landschap.

  2. De 3e kolk heeft een lengte van minimaal 276 m, een breedte van 25 m en een sluisdiepte van 5,8 m beneden NAP, zodat schepen met een diepgang tot 4 m door de sluis kunnen. Dit is breder, langer en dieper dan de huidige sluisafmeting van de andere 2 kolken (225 x 18). De 3e kolk bevat dubbele roldeuren. Bij gebruik van alleen de buitenste deuren is de 3e kolk zelfs 300 m lang en ontstaat er ruimte voor het tegelijkertijd schutten van twee schepen van ieder 135 m lang. Dit noemen we ook wel ‘schutten XL’.

  3. De voorhavens van de Prinses Beatrixsluis verbreden we om de nieuwe sluis ook voor grotere schepen veilig en toegankelijk te maken. De schepen moeten aan beide kanten van de sluis genoeg ruimte hebben om te manoeuvreren. Om voldoende ruimte voor de zuidelijke voorhaven te realiseren, hebben we de 3e kolk zo ver mogelijk naar het noorden aangelegd, maar wel vóór de brug bij de Weg van de Binnenvaart.

Gevolgen

  1. Hinder voor de scheepvaart blijft beperkt. We hebben eerst de 3e kolk gebouwd, voordat we beginnen met de renovatie van de bestaande 2 kolken. Hierdoor zijn er in principe altijd 2 kolken beschikbaar voor de scheepvaart. Uitzonderingen op deze situatie ontstaan bij de renovatie, het plaatsen van monitoringsapparatuur en het testen van het sluiscomplex. Hiervoor zullen kortstondige stremmingen moeten plaatsvinden. De overige werkzaamheden gebeuren buiten de vaarroute, zodat schepen er zo min mogelijk last van hebben.

  2. Ja, maar we verplaatsen ze. Over de 3e kolk is een nieuwe brug gekomen, die aansluit op de brug over de bestaande 2 kolken. Deze weg is bestemd voor fietsers en lokaal autoverkeer. Aan de oostzijde sluit de nieuwe brug aan op het Sluispad-Zuid en het fietspad langs het Waterliniedok. Het Sluispad-Noord verschuift naar het oosten en is dan een doorgaande fietsroute.

  3. De route voor het autoverkeer van de A27 en Nieuwegein richting de sluis wijzigt ter hoogte van het Waterliniedok. Deze ontsluiting loopt vanaf de kruising Waterliniedok over het Defensiedok en het Kazernedok. Er blijft een directe verbinding bestaan van de Achterweg met de Lekdijk-Oost.

  4. Het betreden van het bouwterrein zonder begeleiding is vanwege veiligheid niet toegestaan. We stellen de sluis en het bouwterrein, mits dat veilig kan, open tijdens incidentele evenementen en Open Monumentendag.

  5. Er liggen geen beschermde natuurgebieden in de nabije omgeving van het gebied. De 3e kolk van de Prinses Beatrixsluis heeft daarom geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. Deze gebieden liggen te ver van de sluis af.

    De aanleg van de 3e kolk Prinses Beatrixsluis overlapt voor een deel met de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. Dit heet tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is het aaneengesloten netwerk van natuurgebieden in Nederland. De overlap met het NNN is niet groter dan een kleine 2 ha (bijna 4 voetbalvelden) op de meest westelijke hoek van de uiterwaard, waar de Lek en het Lekkanaal elkaar kruisen. Omdat de nieuwe zuidelijke voorhaven hier komt te liggen, wordt dit gebied in de nieuwe situatie grotendeels water. Nu bestaat de uiterwaard hier nog uit ‘nieuwe natuur’: begraasde weidegrond die in de toekomst tot natuur wordt omgevormd. Deze ‘nieuwe natuur’ komt in de nieuwe situatie dus deels onder water te staan.

    Deze aantasting van het NNN wordt ruimschoots goedgemaakt door de verplaatste Lek- en Liniedijk in te richten als kruiden- en faunarijk grasland. Dit nieuwe natuurgebied is groter (ruim 3,5 ha) dan de oppervlakte van het NNN dat aangetast wordt. Voor allerlei dieren wordt het een aantrekkelijk leefgebied. Dit maakt het verlies van het oorspronkelijke NNN-gebied meer dan goed

  6. Hinder voor de omgeving is bij een groot project als dit helaas onvermijdelijk. Hinder ontstaat bijvoorbeeld door geluid, trillingen en omleidingen. Deze hinder beperken we op de volgende manieren. 

    • De 3e kolk is gemaakt met diepwanden. Deze diepwanden hoefden we niet te heien, zodat er zo weinig geluid en trillingen waren. Voor fietsers is er een tijdelijke fietsbrug, zodat zij een veilige doorgang hebben. 
    • De verbreding van het Lekkanaal voerden we uit achter de bestaande damwand. Hierdoor was er weinig vertroebeling. Dit is gunstig voor de waterwinning. Ook bleef hinder voor de scheepvaart op deze manier beperkt.
    • De vrijgekomen grond voerden we af per schip. Dit betekende minder transport over de weg en dus minder hinder voor weggebruikers.

    Vanzelfsprekend brengen we de omgeving tijdig op de hoogte als er wel hinder op de route ontstaat.