Onze historie

Onze historie

Rijkswaterstaat neemt al sinds 1798 de zorg voor weg en water op zich. In de loop der eeuwen is ons werk flink veranderd.

18e eeuw: oprichting

Oorsprong

De oorsprong van Rijkswaterstaat ligt in de Franse periode (1795 tot 1813). De zorg voor het water is dan nog versnipperd over het Rijk, de provincies, waterschappen en lokale besturen. Maar de staat van de rivierbeddingen is slecht en de dijken zijn zwak. Dat leidt tot rampzalige overstromingen. De grote hoeveelheid schade vraagt om een nationale aanpak.

Bureau voor den Waterstaat

Daarom wordt in 1798 een nationale organisatie opgericht, het Bureau voor den Waterstaat. In 1848 hernoemen we dit tot Rijkswaterstaat. De belangrijkste taken zijn aanleg, beheer en onderhoud van rivieren, kanalen, waterkeringen en droogmakerijen (polders).

Rijkswaterstaat is in 1798 opgericht als het Bureau voor den Waterstaat

19e eeuw: groei en meer verantwoordelijkheden

Kanalen

Onder leiding van koning Willem I (1815 tot 1840) kent Rijkswaterstaat begin 19e eeuw een grote bloei. De koning-koopman draagt de Nederlandse handel en nijverheid een warm hart toe en op zijn initiatief graaft Rijkswaterstaat bijna 500 km aan nieuwe kanalen. Daarnaast investeert de koning in nieuwe droogmakerijen en het verbeteren van bestaande waterwegen.

Uitbreiding takenpakket

1839
Opening eerste Nederlandse spoorlijn

In de 19e eeuw breidt het takenpakket van Rijkswaterstaat uit door de opkomst van nieuwe vervoersmiddelen: de trein en de auto. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het spoornet. Ook nemen we de aanleg en het onderhoud van bruggen en wegen langs het water op ons. Een logische stap, want Rijkswaterstaat was al verantwoordelijk voor het water waar de bruggen overheen moeten en de dijken waar veel wegen over lopen.

Koning Willem I

Station in waterstaatsstijl in Wolvega

Invloed op de bouwkunst

Rijkswaterstaat heeft in de 19e eeuw veel invloed op de Nederlandse bouwkunst. Want tussen 1820 en 1880 is Rijkswaterstaat ook Rijksbouwmeester. We ontwierpen en bouwden overheidsgebouwen en andere gebouwen met een openbare functie. Voor veel gebouwen ontwikkelden we standaardontwerpen. Vuurtorens, stoomgemalen, gevangenissen, postkantoren en kerken werden in een neoclassicistische stijl gebouwd die nu nog bekend staat als de waterstaatsstijl. Een groot aantal van deze gebouwen werd later gemeentelijk- of rijksmonument.

Begin 20e eeuw: opkomst van de wetenschap

Wetenschappelijke ontwikkelingen

Vanaf 1920 beïnvloeden wetenschappelijke ontwikkelingen het dagelijks werk van Rijkswaterstaat. Dankzij nieuwe meettechnieken en betere materialen, zoals gewapend en voorgespannen beton, is het mogelijk om steeds grootschaliger projecten te bouwen. Daarnaast krijgen we greep op lastige vraagstukken als getijde- en rivierstromingen.

Dankzij wetenschappelijke ontwikkelingen kreeg Rijkswaterstaat greep op lastige vraagstukken als getijde- en rivierstromingen

Economische crisis

De jaren 30 brengen een wereldwijde economische crisis, maar dat houdt de technische en infrastructurele modernisering niet tegen. Denk bijvoorbeeld aan de opkomst van de luchtvaart, radio en telefoon, en de aanleg van diverse wegen en kanalen in die tijd. Ook investeert de overheid in het kader van werkverschaffing in grote infrastructurele projecten, zoals de aanleg van het Twentekanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Afsluitdijk.

De Prinses Beatrixsluis uit 1938 in het Lekkanaal bij Nieuwegein

1945 - 1970: de oorlog en wederopbouw

De Tweede Wereldoorlog

De Duitse invasie in 1940 leidt tot de vernieling van veel bruggen en viaducten. In de beginjaren van de bezetting herbouwt Rijkswaterstaat wel enkele werken, maar tijdens de bevrijding van Nederland raakt het water- en wegennet weer zwaar beschadigd.

Wederopbouw

Na de oorlog werkt Rijkswaterstaat veel aan het rijkswegennet. We leggen veel nieuw asfalt, tussen 1945 en 1965 groeit het rijkswegennet van 100 naar 600 km. Maar ook verbreden en verbinden we bestaande autowegen en vervangen we veel kruispunten door tunnels, viaducten en fly-overs. Ook op watergebied is er veel werk voor Rijkswaterstaat, zoals het repareren van de in 1944 door de geallieerden vernielde dijken op Walcheren.

Tussen 1945 en 1965 groeit het rijkswegennet van 100 naar 600 km

Watersnoodramp

In 1953 wordt Nederland hard getroffen door de watersnoodramp. Een combinatie van springtij en stormvloed stuwt het water in de Noordzee tot enorme hoogte op. Veel dijken kunnen het water niet aan en begeven het. Grote delen van Zuid-Holland, Zeeland, West-Vlaanderen en Noord-Brabant komen onder water te staan. De ramp kost 1.836 mensen het leven en de schade aan veestapels, woningen, gebouwen en infrastructuur is nauwelijks te bevatten.

Deltawerken

13
Deltawerken in totaal

Om herhaling van de ramp van 1953 te voorkomen, besluit de overheid de Deltawerken te bouwen. In 1954 gaat de bouw van het eerste Deltawerk van start en in 1997 is met de Maeslantkering het laatste werk opgeleverd. Door de dijken en stormvloedkeringen van de Deltawerken is het gebied achter de waterkeringen beschermd tegen hoogwater. De Deltawerken zijn door de American Society of Civil Engineers verklaard tot een van de 7 moderne wereldwonderen.

Welvaartsgroei

In de jaren 60 groeit de mobiliteit snel. Het hebben van een auto is steeds normaler en er is meer verkeer op de weg. Ook neemt de vrije tijd toe. Mensen gaan er steeds vaker op uit, wat leidt tot meer drukte op de weg. De toename van de mobiliteit zorgt helaas ook voor meer verkeersslachtoffers. Om dit terug te dringen treft Rijkswaterstaat maatregelen die het verkeer veiliger moeten maken. Daarnaast neemt ook de milieuvervuiling toe, met name op het oppervlaktewater. Om te voorkomen dat de situatie verergert, staat Rijkswaterstaat voor de uitdaging om nieuw milieu- en natuurbeleid te ontwikkelen.

De Van Brienenoordbrug is een van de drukste bruggen van Nederland

De Oosterscheldekering, wellicht het bekendste Deltawerk

Eind 20e eeuw: verandering en samenwerking

Samenwerken met de markt

Vanaf de jaren 70 verandert de manier waarop Rijkswaterstaat zijn taken uitvoert. Niet langer zijn we allesbepalend in infrastructurele werken, maar steeds meer medespeler. Rijkswaterstaat gaat van bouwer naar beheerder en van maker naar manager. De regie van een project, zoals het aanleggen of onderhouden van een weg of viaduct, blijft in handen van Rijkswaterstaat. De uitvoering daarentegen is zo veel mogelijk in handen van de markt.

Samenwerken met de burger

Naast de markt betrekt Rijkswaterstaat ook de (vaar)weggebruiker steeds meer bij planning en besluitvorming. Het betrekken van burgers en belangenorganisaties en het meewegen van hun belangen bij beleid- en besluitvorming is de nieuwe standaard.

Het knooppunt Prins Clausplein, het enige volledige sterknooppunt in Nederland

De Maeslantkering, het laatste project van de Deltawerken

Rijkswaterstaat en de vragen van morgen

De strijd tegen het water is nog niet gestreden. Dat blijkt uit de overstromingen van de grote rivieren in 1993 en 1995 en nieuwe inzichten in klimaatverandering. We gebruiken ons verleden om aan de toekomst te werken. Bescherming tegen hoogwater blijft in de 21e eeuw dan ook hoog op de agenda staan. Daarnaast zijn vraagstukken rondom leefbaarheid en mobiliteit onverminderd belangrijke agendapunten. Samen met deskundige partners blijven we werken aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland.

Stuur door