Zandstromen in Amelander Zeegat onderzocht

Zandstromen in Amelander Zeegat onderzocht

Nieuwsbericht - Gepubliceerd op: 14 september 2017- Laatste update: 14 september 2017 12:18 uur

5 meetframes, 30 drifters, 8 schepen en een heuse jetski. Bij het onderzoek naar de zandstromen in het Amelander zeegat, pakken de samenwerkende partijen Rijkswaterstaat, Deltares en TU Delft, Universiteit Utrecht (UU) en Universiteit Twente (UT) de komende weken flink uit. Doel: de zandstromen van het Amelander zeegat nauwkeurig in kaart brengen. Om, mede op basis daarvan, gedegen advies uit te brengen over het toekomstig kustbeleid van Nederland in relatie tot de stijgende zeespiegel.

Na maanden van voorbereiding was het eindelijk zo ver. Volgeladen met meetapparatuur stoomde vorige week een viertal schepen de zee op richting het Amelander zeegat. Een uniek moment, vertelt Judith Litjens, omgevingsmanager van het betrokken team van Rijkswaterstaat, nog nagenietend. Het onderzoek, een samenwerkingsverband tussen Rijkswaterstaat, kennisinstituut Deltares en de 3 ‘SEAWAD-universiteiten’ TU Delft, Universiteit Utrecht en Universiteit Twente, loopt door tot en met 2020 en levert belangrijke input voor het advies dat Rijkswaterstaat gaat opstellen voor het toekomstige kustbeleid.

Kustgenese 2.0

De meetcampagne in het Amelander zeegat maakt daarmee deel uit van het, veel omvattender, programma Kustgenese 2.0, verklaart Claire van Oeveren, adviseur-onderzoeker bij Deltares. ‘Met deze kennis kunnen er vanaf 2020 onderbouwde besluiten genomen worden over beleid en beheer van het Nederlandse zandige kustsysteem.' Om de kust in stand te houden en mee te kunnen laten groeien met de zeespiegelstijging, wordt regulier zand in de kustzone aangebracht. Meer kennis is nodig om te weten hoeveel zand hiervoor nodig is. Van Oeveren: 'Zeegaten spelen daarbij een belangrijke rol, omdat we daar op dit moment nog te weinig kennis over hebben.' Naast kennis over zeegaten, onderzoekt Kustgenese 2.0 ook de uitwisseling van zand met de diepere Noordzee en het effect van zeespiegelstijging en bodemdaling op de Nederlands kust.

Fundamenteel onderzoek

Zeegaten zijn ook voor fundamenteel onderzoek interessant, omdat juist in deze gebieden de interacties tussen getij, wind, golven en zand/slib-transport zeer sterk zijn. Om de huidige numerieke beleidsmodellen te testen zijn er 5 meetframes op de bodem van het zeegat geplaatst, volgehangen met apparatuur van de betrokken organisaties die stroming, golven en zandtransport meten. Maar er gebeurt veel meer, vertelt SEAWAD-projectcoördinator Bram van Prooijen. Zo zet het team van Marion Tissier (TU Delft) elke dag 30 drifters uit in zee. Waar de 5 meetframes de stroming op vaste plekken meten, meten de drifters de stroming op verschillende plaatsen in het zeegat. Van Prooijen: 'Drifters zijn tonnetjes met een telefoon erin waar we continue contact mee kunnen leggen via de gps en een ontwikkelde app. Na enkele uren halen we de drifters weer op. Dan zie je waar de drifters heen gedreven zijn en krijg je een ruimtelijk beeld van de stroming.'

Magnetisch zand

Daarnaast werkt het onderzoeksteam met zogenaamde sediment tracers. Van Prooijen: 'De tracer is een soort glow in the dark geverfd zand dat ook magnetisch is. Daarvan hebben we een halve kuub op de bodem gestort. De afgelopen dagen hebben we gekeken waar het zand naartoe getransporteerd is.' Dat gebeurt met een ‘happer’ die telkens ongeveer 2 kg zand van de bodem hapt, waarna in het lab gekeken wordt of er tracer tussen zit. Ook zijn boeien uitgezet met lijnen waar op verschillende hoogtes magneten zijn geplaatst. Tracer-materiaal dat langs stroomt wordt op deze manier magnetisch ‘ingevangen’. Zo krijgen de onderzoekers zowel op de bodem als in het water een beeld van de zandstromen. Van Prooijen: 'De overkoepelende vraag is: waar gaat het zand heen? We proberen op verschillende manieren de transportpaden te meten om zo de numerieke modellen verder te verbeteren.'

Samenwerking

De samenwerking tussen Rijkswaterstaat, Deltares en SEAWAD begon een paar jaar geleden. Rijkswaterstaat en DGRW (Directoraat-generaal Ruimte en Water) hebben samen bepaald welke beleidsvragen leidend zijn om een advies te kunnen geven hoe om te gaan met het beheer en onderhoud van de Nederlandse kust na 2020. Deltares werd al in een vroeg stadium door Rijkswaterstaat benaderd om mee te denken over de onderzoeksvragen. Van Oeveren: 'In de aanloopfase van het onderzoek hebben we samen met Rijkswaterstaat de vraagstukken afgepeld, om samen tot de onderzoeksvragen te komen die een antwoord kunnen geven op de beleidsvragen.' Ook de 3 universiteiten toonden hun betrokkenheid bij het onderzoek. Toen er vanuit STW (Stichting voor Technische Wetenschappen) een call kwam voor fundamenteel onderzoek, heeft het team achter SEAWAD Rijkswaterstaat benaderd met de vraag: ‘Hoe kunnen wij ons onderzoek zo opzetten, dat het aansluit bij de ambities van Kustgenese 2.0?’ Van Prooijen: 'In ruil daarvoor draagt Rijkswaterstaat deels bij aan de financiering van de promovendi, en biedt Rijkswaterstaat hen de mogelijkheid om mee te doen met de meetcampagne voor Kustgenese 2.0.'

Uitgebreide, diepgaande analyse

De samenwerking is ook voor SEAWAD een win-winsituatie, beaamt Van Prooijen: 'De scheepstijd zouden we zonder Rijkswaterstaat niet voor elkaar krijgen. Als wij dit aantal schepen op particuliere basis zouden moeten inhuren, dan zijn de kosten niet te overzien. En de schippers hebben praktische kennis en improvisatievermogen.' Op zijn beurt is Rijkswaterstaat weer geholpen met SEAWAD: 'Wij hebben 4 promovendi, die hier 4 jaar lang fulltime mee bezig kunnen zijn. Dat zijn 16 manjaren. Daarmee kunnen we een uitgebreide en diepgaande analyse van het kustsysteem maken. Zo vullen we elkaar heel erg aan', concludeert Van Prooijen.