Duurzaam beheer van uiterwaarden gemakkelijker maken

Duurzaam beheer van uiterwaarden gemakkelijker maken

Nieuwsbericht - Gepubliceerd op: 09 mei 2017- Laatste update: 09 mei 2017 16:10 uur

Afgelopen half jaar vond er onderhoud plaats aan de uiterwaarden langs de grote rivieren. Bomen en struiken die een snelle afvoer van water in de weg stonden, werden weggehaald.

Om het toekomstig beheer en onderhoud van de uiterwaarden gemakkelijker te maken, voert Rijkswaterstaat nu een aantal kleinschalige ingrepen uit. Omwonenden zullen hiervan nauwelijks tot geen overlast ondervinden.

Voorbeelden van deze kleinschalige maatregelen zijn:

  • uitgraven van met riet en struweel dichtgegroeide waterpartijen
  • herstel van watergangen en oevers
  • egaliseren van percelen
  • plaatsen van dammetjes of duikers zodat terreinen beter toegankelijk worden
  • plaatsen van veerasters en hekken zodat grazers een terrein veilig kunnen bereiken en verlaten.

Uitvoering van deze maatregelen vormt een belangrijk onderdeel van het programma Stroomlijn: ze helpen voorkomen dat over een aantal jaren weer nieuwe grootschalige ingrepen nodig zijn.

Per riviertak verschillend

De maatregelen die toekomstig duurzaam beheer moeten vergemakkelijken hangen samen met de landschappelijke kenmerken van een gebied en verschillen per riviertak. Onder andere de mate waarin de waterstand schommelt speelt een rol. De gestuwde Nederrijn heeft bijvoorbeeld een stabiele waterstand, terwijl het waterpeil in de Waal en IJssel nogal varieert. Hieronder een beschrijving per riviertak.

Waal

De uiterwaarden langs deze rivier lenen zich bij uitstek voor toepassing van duurzaam beheer-maatregelen over een groot oppervlak. Dit vanwege de breedte van de uiterwaarden en de aaneengesloten ligging van de eigendommen.

Vooral rondom locaties waar in het verleden klei en zand gewonnen werden, is sprake van verruwde vegetatie. Daarnaast heeft deze delfstofwinning waterpartijen van verschillende dieptes en vormen achtergelaten in de uiterwaarden. Om deze locaties voor de toekomst beter beheerbaar te maken, richten we ze deels opnieuw in: we leggen kleine dammetjes aan, we vergroten eilandjes of halen ze juist weg, en we zorgen voor goed beheerbare oevers.

IJssel

In tegenstelling tot de Waal kenmerkt de IJssel zich juist door een grotere variëteit aan landschappen: van kleine lapjes landbouwgrond tot beschermde landgoederen. Die diversiteit en het landgebruik maken dat de omvang van de beheermaatregelen hier beperkt is. Veel voorkomende ingrepen zijn: herstel van watergangen en oevers van lange, smalle geulen. Door oevers te herstellen is maaibeheer mogelijk. Dit vermindert de beheerkosten en zorgt voor een betere doorstroombaarheid tijdens hoogwater. Verder worden soms verlande waterpartijen weer open gemaakt.

Nederrijn/Lek

De 3 stuwcomplexen (Driel, Amerongen en Hagestein) bepalen de dynamiek en het waterpeil van deze rivier. Met uitzondering van het stroomafwaarts gelegen deel van de Lek: hier is sprake van getijdewerking tot aan de stuw bij Hagestein nabij Vianen. Net als bij de IJssel is het landgebruik hier divers: je vindt er ondernemingen zoals campings, jachthavens en steenfabrieken in particulier eigendom. Maar het merendeel van de grond wordt gebruikt voor landbouw. Daarnaast is er op diverse locaties beschermde natuur aanwezig (Natura2000).

Doordat het waterpeil stabieler is dan bij de Waal en IJssel, zijn er meer mogelijkheden om flauwe taluds aan te leggen en goed te beheren. Voor de Lek is het van belang dat waterpartijen ontdaan worden van riet, behalve op de oevers, zodat de getijdewerking teruggebracht wordt. Hierdoor blijven waterpartijen langer in stand en verminderen de beheerkosten.

Maas

De Maas is een regenrivier met stuwen die voor een stabiele waterstand in een groot deel van het stroomgebied zorgen. Deze kenmerken bepalen in hoge mate de aard en omvang van de maatregelen voor duurzaam beheer. De onbedijkte Maas (het zuidelijke deel) heeft een sterker verval en een hogere stroomsnelheid dan de rest van de riviertakken. De uiterwaarden hebben hier de vorm van een stroomdal en lopen vanaf het water geleidelijk omhoog. Grootschalige inrichting zoals in de uiterwaarden langs de Waal is daarom lastig. Wel is winst te behalen door duidelijk onderscheid te maken tussen land en water, door oevers te herstellen. Ook is het mogelijk om voormalige zandwinplassen en grindputten aan te takken op de rivier zodat er meer doorstroming komt.