Rijkswaterstaat in de winter: ‘We houden grillige Moeder Maas goed in de gaten’

Interview

Rijkswaterstaat in de winter: ‘We houden grillige Moeder Maas goed in de gaten’

Gepubliceerd op: 05 november 2020- Laatste update: 05 november 2020 14:06 uur

Vroeg donker, een dalende temperatuur en stamppot op het menu. Het is duidelijk, de winter klopt op de deur. Een periode van sneeuw, ijzel en storm. En hoogwater op de Nederlandse rivieren. Maar waar komt al dat water vandaan? En hoe houden we het wassende water in de gaten? We spraken met operationeel leider Hoogwater Jean Buschgens en senior adviseur Water Daan Duijsings van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland.

Jean Buschgens (61) werkt bijna 30 jaar voor Rijkswaterstaat. Hij combineert de functies van senior adviseur Verkeersmanagement Water en Scheepvaart met die van operationeel leider Laagwater, Hoogwater, IJsgang en Waterverontreiniging. Datzelfde geldt voor collega Daan Duijsings (36). Naast senior adviseur Water is hij Hoogwaterspecialist van het Team Expertise Maas (TEM). Bezige bijen dus. Een prettige gedachte in een periode dat hoogwater een reëel scenario is.

Bron in Noord-Frankrijk

De winter is ook het seizoen van hoogwater. Al het water in ‘regenrivier’ de Maas is afkomstig van neerslag: regen of sneeuw. Duijsings: ‘Elke druppel of vlok die niet verdampt komt vroeg of laat, direct dan wel via het grondwater, in de Maas terecht. Veel van dit water bevindt zich eerst nog in één van de vele zijrivieren en zijbeken van de rivier. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Rijn zijn er geen gletsjers die zorgen voor aanvoer van (smelt)water. Vanaf de bron in Noord-Frankrijk voedt de Maas zich richting België en Nederland steeds verder met grondwater en neerslag, waardoor de hoeveelheid water toeneemt.’

Sponswerking

Buschgens vult aan: ‘Vandaag de dag is het erg droog in het stroomgebied van de Maas, waardoor bij neerslag het gebied als een spons werkt. De bodem raakt dan langzaam meer verzadigd en een forse bui draagt veel minder bij aan de hoeveelheid water in de Maas. Maar als het een langere periode regent, dan raakt ook de spons vol en kan het water direct via het land de Maas instromen. Met een verhoogde waterafvoer als gevolg. Met name in de Belgische Ardennen is de ondergrond erg hard, waardoor de sponswerking klein is. Als er een grote bui valt in de Ardennen, dan is de kans groot dat we een paar uur later al een verhoogde afvoer bij Maastricht zien. Des te meer een reden om de rivier, onze grillige Moeder Maas, goed in de gaten te houden.’

Jean Buschgens inspecteert de Maas op het patrouillevaartuig van Rijkswaterstaat tijdens het hoogwater in 1993

Meten is weten, modellen voorspellen

Duijsings: ‘Het hele stroomgebied van de Maas beslaat delen van Noord-Frankrijk, België, Luxemburg, Duitsland en Nederland. In Eijsden komt de rivier ons land binnen. Overal langs de Maas staan meetpunten die ons zo’n elke 10 minuten doorgeven wat de actuele waterstand en waterafvoer is bij dat punt. Zo weten we dus erg goed hoeveel water er in de Maas zit en hoeveel er op ons af komt. Maar hiermee zijn we er nog niet. Je wilt ook graag vooruitkijken, weten wat er de komende dagen gaat gebeuren. Hiervoor gebruiken we modellen die het weerbeeld van de komende dagen simuleren en die kunnen voorspellen hoe het water zich door het stroomgebied verplaatst. Maar er is meer data nodig. Ligt er sneeuw in de Ardennen? Hoeveel regent het nu daadwerkelijk in Noord-Frankrijk? Al deze data verzamelen we samen met onze buitenlandse collega’s. Ik ben best trots op het effectieve netwerk dat door vele collega’s is opgebouwd.’

Glazen bol

Buschgens: ‘Met al deze data maken we scenario’s over hoe de Maas zich op korte termijn gaat gedragen. En met alle onzekerheden die in voorspelde data zitten, komt er ook vaak een onzeker antwoord uit. Het model geeft bijvoorbeeld 10 verschillende uitkomsten voor de komende dagen. Aan ons, als experts hoogwater, de taak om in te schatten welke het meest realistisch lijkt en waar we over informeren. Dit maakt het soms lastig. Tijdens een flink hoogwater wil bijvoorbeeld een burgemeester zo nauwkeurig mogelijk weten wanneer er welke waterstand wordt bereikt, omdat dit mogelijk zijn stad kan bedreigen. Een precies antwoord kunnen we nooit geven, het blijft "in de glazen bol kijken". Het is steeds weer de uitdaging, maar ook de oplossing, om dit verhaal goed uit te leggen en anderen mee te nemen in de interpretatie van de gegevens en het advies dat wij als Rijkswaterstaat afgeven. Maar gelukkig is hoogwater er niet van de een op de andere dag.’

Kubieke meters water per seconde

Naarmate de waterafvoer toeneemt, breidt ook het aantal spelers dat zich met hoogwater bezighoudt uit. Buschgens: ‘Waterafvoer is de hoeveelheid water dat langs een bepaald punt stroomt. Deze drukken we uit in kubieke meters per seconden. Ons draaiboek hoogwater treedt in werking bij een overschrijding van de afvoer van 800 m3/s. Dan start bijvoorbeeld de eerste berichtgeving en zorgt het nautisch centrum/meldpunt water voor de juiste waterdoorlaat bij de stuwen in de Maas. Bij overschrijding van 1500 m3/s start berichtgeving met gemeente, provincie en veiligheidsregio. Rijkswaterstaat start met hoogwatervoorspellingen en de verwachte afvoer bij Sint Pieter wordt door het Watermanagementcentrum Nederland in Lelystad berekend. Ook wordt de Landelijke Coördinatiecommissie Overstroming (LCO) geïnformeerd. En de stuwen worden gestreken (geopend). Bij een overschrijding van 2000 m3/s wordt het Crisisteam actief. Waterschappen brengen in die fase noodkeringen aan langs de Maas. Daar waar nodig kan een stremming voor de scheepvaart worden ingesteld als waterkeringen -door golfslag van schepen- gevaar lopen. De LCO komt bijeen en adviseert de regio’s bij regio-overstijgende vraagstukken.’

Caravans en boomstammen

Buschgens loopt al lang genoeg mee om hoogwater met eigen ogen te hebben gezien. ‘De hoogwaters van 1993 en 1995 waren de meest spectaculaire’, vertelt Jean. ‘Toen heb ik caravans, losgeslagen recreatievaartuigen en grote boomstammen door de Maas zien afdrijven. Ik heb diverse keren met een patrouillevaartuig de Grensmaas bevaren vanaf Borgharen naar Maasbracht. Ook zelfs m’n eigen huis in het water zien staan. En in 1993 ben ik met een echte hovercraft van Maasbracht naar Borgharen via de Grensmaas gevaren om mensen uit Borgharen en Itteren te evacueren. Het laatste ‘echte’ hoogwater was in januari 2003. In dat jaar bezweek een kering bij Tegelen, waarbij een hele woonwijk binnen een uur onder water liep.’

Duijsings vult aan: ‘Eigenlijk wacht ik nog steeds op mijn eerste echte hoogwater. Er is de laatste jaren langs de Maas volop geïnvesteerd in hoogwaterveiligheid en dat merken we. Bij afvoeren waar we vroeger wakker van lagen, draaien we ons nu bij wijze van spreken nog eens lekker om. Dit is een grote winst voor de veiligheid. Maar we moeten waken dat dit ons niet in slaap sust. We moeten blijven ontwikkelen, trainen, afstemmen, netwerken, rekenen en voorspellen om klaar te staan voor de dag dat het water wel in grote hoeveelheden op ons afkomt. En die dag komt. We weten alleen niet wanneer.’

Onderliggende pagina's