Bellenscherm gaat verzilting Amsterdam-Rijnkanaal tegen

Nieuwsbericht

Bellenscherm gaat verzilting Amsterdam-Rijnkanaal tegen

Gepubliceerd op: 24 november 2020- Laatste update: 24 november 2020 10:06 uur

Het bellenscherm bij de overgang tussen het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal werkt. Recent onderzoek laat zien dat de hoeveelheid zout in het Amsterdam-Rijnkanaal met meer dan 40% is afgenomen. En dat is goed nieuws voor de drinkwatervoorziening, natuur, landbouw en industrie, die allen afhankelijk zijn van voldoende zoetwater.

Op de overgang van het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal heeft Rijkswaterstaat een bellenscherm geplaatst. Doel is het steeds zouter worden van het Amsterdam-Rijnkanaal te stoppen. Het kanaal bestaat van origine uit zoetwater. Samen met Waternet monitort Rijkswaterstaat de effectiviteit van het bellenscherm: hoe kan het scherm met zo min mogelijk lucht zo veel mogelijk zout tegenhouden?

Arjen Kikkert, senior adviseur water bij Rijkswaterstaat, vertelt dat de meest recente onderzoeksresultaten veelbelovend zijn: ‘Metingen die we in augustus 2020 hebben gedaan, laten zien dat de totale hoeveelheid zout in het Amsterdam-Rijnkanaal met 40% is afgenomen.

Zoetwater met zoute invloeden

Maar waarom is het bellenscherm eigenlijk nodig? Kikkert legt uit dat het Noordzeekanaal de Noordzee verbindt met de haven van Amsterdam en het Amsterdam-Rijnkanaal. ‘De ene kant van het Noordzeekanaal, dicht bij de Noordzee, is zout. De andere kant, bij het Amsterdam-Rijnkanaal, is zoet. Daartussenin bevindt zich zoet water met wisselende zoute invloeden. De ene keer zit er wat meer zout in dan de andere keer. Dat hangt af van de hoeveelheid schepen die bij IJmuiden door de sluizen varen.

Verzilting en zoutpieken

Probleem is dat het water in het westen van Nederland en ook in het Amsterdam-Rijnkanaal in de zomer zouter wordt. ‘Dit komt onder meer door de klimaatverandering. De droge zomers van de afgelopen jaren zorgen dat het aanvoeren van voldoende zoetwater steeds lastiger gaat. Er stroomt immers relatief minder water vanuit de rivieren naar de zee. Daardoor, en als gevolg van het schutten van schepen in de Noordersluis in IJmuiden, komen steeds vaker hoge zoutpieken voor in het Amsterdam-Rijnkanaal’, vertelt Kikkert. Rijkswaterstaat wil de verzilting van het Amsterdam-Rijnkanaal tegenhouden.

Ecologische waterkwaliteit

Voor de ecologische waterkwaliteit kan verzilting van het water, afhankelijk van de locatie, zowel goed als slecht uitpakken. In gebieden die in de loop der tijd zijn afgesloten van het zoute water, zoals de Haringvliet, kunnen kansen ontstaan door plaatselijk zoet-zoutovergangen te creëren. Hierdoor bestaat de kans dat verdwenen planten en dieren weer terugkomen naar het gebied.

Migrerende vissen tussen zout en zoet water hebben daarnaast weinig last van zoutindringing. Daarentegen kunnen dieren, planten of zelfs gehele natuurgebieden die erg gevoelig zijn voor zout er wel veel last van hebben. Als het zoutgehalte langere tijd erg hoog wordt, kunnen deze planten en dieren doodgaan. Ook drinkwaterbedrijven hebben er last van: die willen zo min mogelijk zout in hun water. Daarnaast heeft het gevolgen voor de industrie, natuur en landbouw, die allemaal afhankelijk zijn van zoetwater.

Zout water tegenhouden

Reden genoeg dus om een innovatief bellenscherm te plaatsen bij de overgang van het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. ‘Het principe is eenvoudig’, vertelt Kikkert. ‘Het bellenscherm is een buis op de bodem van het Noordzeekanaal. Daar pompen we lucht doorheen, die in het water komt en naar boven gaat. Zoutwater is zwaarder dan zoetwater en stroomt daarom over de bodem. De luchtbellen uit het bellenscherm brengen het zoute water omhoog. Dat komt vervolgens terecht in de zoetwaterstroom die vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal richting Noordzee gaat. Zo wordt het zoute water tegengehouden en stroomt het terug naar het Noordzeekanaal.

Veilig passeren

Iedereen blij. Of toch niet? ‘Voor trekvissen is een bellenscherm niet zo fijn’, geeft Kikkert aan. ‘Deze vissen komen van nature veel voor in het Noordzeekanaal, omdat de overgang van zoet naar zout water hier geleidelijk verloopt. Een normaal bellenscherm veroorzaakt drukveranderingen, omdat er belletjes door het water heen gaan.

Vissen vinden dat niet fijn; die hebben druksensoren op hun lichaam.’ Rijkswaterstaat heeft het bellenscherm daarom zo aangebracht dat vissen het veilig zouden moeten kunnen passeren. ‘Het centrale deel ligt in de vaargeul van het Amsterdam-Rijnkanaal. Daarnaast bestaat het systeem uit losse delen bij de oevers. Die kunnen we naar behoefte aan of uit zetten. Het meeste zout verzamelt zich in het dieper gelegen midden van het kanaal. In perioden waarin veel vissen migreren, kunnen we de delen bij de oevers uitzetten. Vissen kunnen het scherm daar dan gemakkelijk passeren, waardoor ze er op hun trektocht minder last van hebben. Ondertussen blijft het bellenscherm toch effectief.

Onderliggende pagina's