Verkeersregelaar onderhoud A10 Noord: ‘We zijn de ogen van de verkeerscentrale’

Interview

Verkeersregelaar onderhoud A10 Noord: ‘We zijn de ogen van de verkeerscentrale’

Gepubliceerd op: 04 augustus 2020- Laatste update: 04 augustus 2020 14:58 uur

Bij de uitvoerige werkzaamheden aan de A10 Noord buitenring komt behoorlijk wat verkeersmanagement kijken. Verkeersregelaar Jörgen Brons zit al 13 jaar in het vak. Hij zet zich samen met zijn collega’s in om het verkeer op de omleidingsroutes in goede banen te leiden.

Hij vertelt meer over zijn werkzaamheden tijdens het project A10 Noord, dat hij uitvoert in opdracht van Rijkswaterstaat.

Wat is jouw rol tijdens het onderhoud aan de A10 Noord buitenring?

‘Van Watergraafsmeer tot aan de Coentunnel rijd ik samen met een andere verkeersregelaar rond om de verkeerssituatie te monitoren en waar nodig te handelen. Ons team bestaat uit 10 verkeersregelaars die verspreid staan over op- en afritten langs de A10 Noord, 2 die rondrijden en een coördinator. De coördinator staat in nauw contact met Rijkswaterstaat, de verkeerscentrale en de wegwerkers. Zo weten we precies waar onze inzet nodig is.’

Hoe zien je werkzaamheden eruit?

‘Het voornaamste waarvoor ik als verkeersregelaar ingezet wordt, is de doorstroming van het verkeer. Ik rijd op een motor door Amsterdam heen en houd het verkeer in de gaten. Dat is noodzakelijk bij zo’n groot project als de A10 Noord, omdat de wegafzettingen kunnen leiden tot sluipverkeer. Autobestuurders rijden dan geregeld door de stad heen, terwijl ze soms niet goed weten waar ze heen moeten.’

‘Zodra de doorstroming van het verkeer vertraagt, onderneem ik actie. We zijn de ogen van de verkeerscentrale op dat moment. Als het verkeer bijvoorbeeld te lang stilstaat bij een verkeerslicht, kunnen we in overleg met de gemeente 50 auto’s in plaats van 30 onder een verkeerslicht door laten rijden. Daarnaast word ik ingezet bij pechgevallen of om hulp te verlenen bij een ongeval langs de weg.’

Welke uitdagingen kom je tegen tijdens het werk?

‘Er zijn altijd wel uitdagingen binnen mijn werk. Je moet in staat zijn om oplossingen te bedenken voor onverwachte situaties. Als het ineens keihard gaat regenen, stroopt het verkeer vaak op. We proberen dan zo snel mogelijk het verkeer weer op gang te helpen. Het kan ook zijn dat er bijgesprongen moet worden op een kruispunt om zo meer auto’s over het kruispunt te krijgen. Dit doen we door bijvoorbeeld fietsers meer gefaseerd over te laten steken.’

‘Daarnaast blijft mijn werk ook niet zonder gevaar. Wanneer ik ingezet word bij een op- of afrit, sta ik op de vluchtstrook van de afrit zelf. Voor onze veiligheid zijn er hekken om ons heen geplaatst waarmee wij als verkeersregelaar beschermd zijn. Het is namelijk niet meer op één hand te tellen hoe vaak mensen de vluchtstrook pakken en vervolgens op het hek inrijden. Meerdere hekken zijn flink gehavend, maar ik ben er tot dusver zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Treurig, want wij doen ons werk juist voor de veiligheid van de weggebruiker en wegwerker. Gelukkig hebben we zo’n incident nog niet op de A10 Noord meegemaakt.’

Hoe ziet de samenwerking met Rijkswaterstaat eruit?

‘Het contact tussen ons en Rijkswaterstaat verloopt altijd goed. Er zijn korte communicatielijntjes waardoor we gezamenlijk snel kunnen handelen. Zo licht Rijkswaterstaat ons in als blijkt dat er een opstopping van verkeer blijkt te zijn. Met de motor kunnen we ons dan gemakkelijk door de verkeersdrukte heen manoeuvreren en de wegsituatie direct in kaart brengen.’

Onderliggende pagina's