‘Samen onze klimaatimpact terugbrengen naar nul’

Nieuwsbericht

‘Samen onze klimaatimpact terugbrengen naar nul’

Gepubliceerd op: 22 juli 2020- Laatste update: 22 juli 2020 09:00 uur

Met een ambitieuze strategie willen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ProRail en Rijkswaterstaat fors bijdragen aan de aanpak van de klimaatverandering en de circulaire economie. Het doel voor 2030 voor Rijkswaterstaat: netto nul CO2-uitstoot en volledig circulair werken.

Klimaatneutraal en circulair werken staan hoog op de agenda van Rijkswaterstaat. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft een belangrijke verantwoordelijkheid bij de Nederlandse aanpak van klimaatverandering.

Bovendien heeft Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie zelf veel impact op het klimaat, zowel door materiaalgebruik als door CO2-uitstoot. ‘Aangezien we maar liefst tot € 4 miljard per jaar uitgeven aan infrastructuur, hebben we een mooie kans én een verantwoordelijkheid om via ons inkoopgedrag onze klimaatimpact te verkleinen’, vertelt programmamanager klimaatneutrale en circulaire infrastructuur Frederieke Knopperts.

Transitiepaden en MKI

Rijkswaterstaat heeft samen met het ministerie van IenW en ProRail een strategie voor klimaatneutrale en circulaire rijksinfrastructuurprojecten vastgesteld. In zogeheten transitiepaden pakken we de onderdelen met de grootste klimaatimpact aan. Voor Rijkswaterstaat zijn dat wegverharding, kustlijnzorg en vaargeulonderhoud, kunstwerken, en bouwplaats en bouwlogistiek. Daarnaast laat Rijkswaterstaat nu al bij aanbestedingen standaard de milieueffecten berekenen in de vorm van een milieukostenindicator (MKI).

Daarbij komt de lat steeds hoger te liggen. Knopperts: ‘Bij projecten bieden we gunningsvoordeel als het lukt om een lagere MKI-waarde te halen. Blijkt dat haalbaar, dan stellen we zo’n waarde bij volgende projecten als eis. Ook gaan we koplopers op het gebied van duurzaamheid belonen. Het is belangrijk dat partijen gelijke kansen krijgen, maar het moet voor marktpartijen wel zinvol zijn om echt te investeren in nieuwe oplossingen. Daarom werken we aan een koplopersaanpak waarmee bedrijven die echt significant duurzamere producten kunnen aanbieden, daar ook voor worden beloond.’

Autoweg N3: MKI-waarde onderscheidend

Een goed voorbeeld van een project dat bij deze strategie past, is het groot onderhoud aan de N3. Vanaf augustus 2020 vernieuwen we daar het asfalt en de fundering over het hele 10 km lange traject tussen de snelwegen A15 bij Papendrecht en de A16 bij Dordrecht. 

‘Het bijzondere is dat we hierbij voor het eerst de met DuboCalc objectief berekende MKI-waarde fors hebben laten meetellen binnen een Best Value-aanbesteding, vertelt Jantien Heijdeman, projectmanager bij Rijkswaterstaat. ‘Van tevoren dachten veel partijen dat dit onderdeel niet onderscheidend zou zijn, maar we zagen echt duidelijke verschillen. Met name op het gebied van grondverzet bedachten marktpartijen oplossingen zoals het werken met een gesloten grondbalans. Dit heeft als gevolg dat het aantal transportbewegingen wordt verkleind en de MKI-waarde omlaag gaat. Het mooie is dat zulke oplossingen meteen ook de stikstofuitstoot beperken.’

A6: verrassende oplossingen met concurrentiegerichte dialoog

Ook bij de gunning van het groot onderhoud aan de A6 tussen Lelystad-Noord en de Ketelbrug speelden duurzaamheid en circulariteit een grote rol. Bij deze aanbesteding werkte Rijkswaterstaat voor het eerst met de zogeheten concurrentiegerichte dialoog light. Dit leverde verrassende oplossingen op, zo vertelt contractmanager Piet André Huistra. Zoals de MKI-waarde voor het asfalt. ‘We gaven alleen een referentiewaarde zonder ondergrens mee. Dat bleek een enorme prikkel voor de markt. Het resultaat is nieuw asfalt met 50% minder milieu-impact ten opzichte van onze referentiewaarde.’

Daarnaast daagde Rijkswaterstaat de markt uit om na te denken over hergebruik van de hoogovenslakken uit de bestaande fundering van de snelweg A6. Aannemer Heijmans, die de opdracht gegund kreeg, bedacht de ideale oplossing. ‘De slakken worden nu zo bewerkt dat ze opnieuw als fundering kunnen worden gebruikt zonder dat er schades in het wegdek terugkomen.’ Circulair én duurzaam dus.

Een uitgebreide versie van dit artikel lees je in het nieuwste magazine Rijkswaterstaat Zakelijk & Innovatie.

Onderliggende pagina's