Het vlindereffect: hoe een actie de berm veranderde

Nieuwsbericht

Het vlindereffect: hoe één actie de berm veranderde

Gepubliceerd op: 09 juli 2020- Laatste update: 09 juli 2020 16:50 uur

In velden met bloemen vol sappige nectar gedijt hij het best. Op de open plekken rust hij uit en warmt hij zijn lichaam aan de zon. Met zijn kenmerkende oranje-witte vleugelpatroon is het de Nemo van de lucht: de veldparelmoervlinder.

Zo’n 20 jaar lang was deze ernstig bedreigde vlindersoort niet in Nederland te vinden, maar er is goed nieuws: door ecologisch bermbeheer langs de snelweg A79 in Zuid-Limburg* vliegen er daar nu weer honderden. En dat dankzij de speciale behandeling die dit stukje berm aan de A79 krijgt.

Voor een buitenstaander lijkt het habitat van de veldparelmoervlinder misschien een allegaartje, maar kenners weten beter. Margrieten, knoopkruiden en zelfs orchideeën bloeien er volop. En de open plekken zijn de ideale pitstop voor rustende reeën. Rijkswaterstaat-ecoloog Reinetta Roepers: ‘Een normaal groenbeheerplan gaat uit van 1 keer per jaar alles maaien. Voor de veldparelmoervlinder betekent dit onderhoudsregime zijn dood. De vlinder plaatst zijn eitjes zorgvuldig op de bladeren van de smalle weegbree. De rupsen eten daar weer van. Maai je al die vegetatie in 1 keer dan, dan maai je de rupsen mee. Bij de A79 doen we het daarom anders.’

Een koninklijke behandeling

Om te overleven, heeft de vlinder een zeer specifiek microklimaat nodig. De veldparelmoervlinder heeft zijn ‘tuin’ het liefst op het warme zuiden. Het diertje heeft behoefte aan structuurrijke vegetatie, maar ook aan voldoende kale grond. Roepers: ‘Na de eerste waarnemingen van de vlinder hebben we in samenwerking met de Vlinderstichting een speciaal, experimenteel beheerplan opgesteld. We maaien voortaan meerdere keren per jaar en laten steeds stroken vegetatie staan. De samenwerking met onze onderhoudsaannemer is perfect, want die is normaal gewend om meters te maken.'

Maaien met een grote machine is uit den boze, voegt omgevingsadviseur Martijn Laugs toe. ‘Dat is veel te rigoureus. Voor deze vlinder hanteren we daarom een zachtere aanpak, waarbij ook gewoon ouderwets met de handmachine wordt gemaaid. En ja, dat is wat meer werk dan normaal. Maar het is het waard. Dat een zeldzame vlinder als deze zich hier weer vestigt, lijkt iets kleins, maar is de start van iets groters. De ontwikkeling staat voor een omslag die we proberen te maken.’

Roepers vervolgt: ‘De berm moet de weg stabiel te houden en gestrande auto’s op te vangen. Maar zou het niet mooi zijn hij daarnaast een glansrol vervult bij het in stand houden van onze biodiversiteit? Als wegbeheerder kunnen wij hier een belangrijke bijdrage in hebben.’

Meer biodiversiteit

Want bijzonder dat is de terugkomst van de veldparelmoervlinder zeker. Roepers: ‘Biodiversiteitsoorten hebben het overal in Nederland zwaar, kijk maar naar de afname van wilde bijen. Ons land wordt dan ook intensief gebruikt. Slechts 4% van het landareaal in Nederland bestaat uit natuurlijke en half-natuurlijke gebieden. Nog eens 2% bestaat uit wegbermen.'

Gezamenlijke inzet

Dat de veldparelmoervlinder weer veelvuldig te spotten is langs de A79, komt vooral doordat íedereen zich ervoor in blijft zetten. Laugs: ‘Je moet je bedenken dat dit stukje berm misschien maar 1% van het hele areaal in Limburg is. In het maaiseizoen zijn er soms wel 200 mensen tegelijk aan het werk. Het is dan heel belangrijk dat iedereen goed op de hoogte is van het speciale beheerplan dat we hebben opgesteld en van de specifieke eisen van dit gebied. Want het is niet zo dat de berm daar is afgezet met een stuk lint en een informatiebord of iets dergelijks.’

*Om het leefklimaat van de veldparelmoervlinder niet te veel te verstoren, geven we de precieze locatie van zijn habitat niet prijs.

Onderliggende pagina's