Rijkswaterstaat in de Tweede Wereldoorlog; het tragische lot van 5 medewerkers

Nieuwsbericht

Rijkswaterstaat in de Tweede Wereldoorlog; het tragische lot van 5 medewerkers

Gepubliceerd op: 28 april 2020- Laatste update: 30 april 2020 13:07 uur

Op maandagavond 4 september 1944 hoorden luisteraars van Radio Oranje dat de geallieerden de Nederlandse grens waren gepasseerd en dat Breda was bevrijd. In de veronderstelling dat de oorlog voorbij was, trok een groep van 15 Rijkswaterstaatmedewerkers naar de Westsluis in Terneuzen om de explosieven uit de sluisdeuren te verwijderen.

De oorlog was echter nog niet voorbij en de springladingen waren door de Duitsers aangebracht om de geallieerde opmars op zijn minst te vertragen. Niet wetende welk drama hen te wachten stond, gingen de Rijkswaterstaters op weg.

‘Bruggen kunnen we herstellen’

Eerder die dag trokken vele, uitgeputte en verstrooide Duitse legerafdelingen uit Terneuzen weg, waarop administratie-ambtenaar Wiskerke aan hoofdingenieur Hoolsema voorstelde om de brug en de sluizen van Terneuzen gewapenderhand te beschermen. Hoolsema zag dit in eerste instantie niet zitten: ‘Voor het behoud van kunstwerken (objecten, red.) mag geen bloed vloeien. De bruggen kunnen we herstellen, maar het leven kan niet worden teruggegeven.’

Dolle Dinsdag

De geruchten over een snelle bevrijding veroorzaakten op 5 september een complete chaos in het land. Nederlanders hingen de vlag uit en vierden feest op straat. Duitsers raakten in paniek en vertrokken halsoverkop richting Duitsland. Het was Dolle Dinsdag. Met de gedachte dat de oorlog was beëindigd, besloot Hoolsema de brug over de Westsluis alsnog te redden. Samen met onder andere ingenieur Groenewegen, Goedhart, Den Doelder, Van Brakel, Mollenvanger en De Bert ging hij naar de sluis waar ze sluiswachter Verbrugge en sluisknechten Doppegieter en Nieuwenhuize aantroffen.

5 september 1944 ging de geschiedenis in als Dolle Dinsdag

Op de vlucht

Terwijl zijn collega’s de explosieven verwijderden, stond Hoolsema bovenop de brug om de passerende Duitsers af te leiden. Een Duitse arts van de luchtafweer vertrouwde het niet en keerde even later met een paar soldaten terug. Hij greep direct zijn pistool en schoot Hoolsema in het gezicht. Onder een hevige kogelregen vluchtten de andere mannen verschillende kanten op, op zoek naar een schuilplek. Verbrugge en Nieuwenhuize doken in een schuilkelder. Groenewegen verstopte zich in het onderkomen. Goedhart kroop onder de op de sluisdeuren liggende taatskuip (een waterdichte ruimte waarin droog op de bodem van de sluis kan worden gewerkt). En De Bert klom in een éénmansgat (een schuilplaats voor een soldaat tegen de vijand).

Executies

Met man en macht speurden de Duitsers de omgeving af. Groenewegen, De Bert, Verbrugge en Nieuwenhuize werden al snel ontdekt en ter plekke doodschoten. Hoolsema lag nog steeds zwaargewond bij de brug. Gewapende soldaten brachten hem naar de aanlegsteiger waar hij, na een kort verhoor van een officier van de Luftwaffe (Duitse luchtmacht) met meerdere kogels werd gedood.

Ingenieur Gerard Dikötter was getuige van deze executie: ‘De officier richtte zijn revolver en haalde de trekker over, doch het schot ging niet af. Na iets aan het pistool veranderd te hebben, richtte hij opnieuw het wapen op den heer Hoolsema en vuurde. Hoolsema viel op den grond en men liet hem zo liggen. Op mijn verzoek aan een nabij mij staande officier het stoffelijk overschot te mogen bergen, werd mij toegebeten: “Nein, es ist ein Terrorist!”.’

Overlevenden van het verzetsdrama

Uiteindelijk wisten 10 mannen te ontkomen, waaronder Den Doelder, Van Brakel en Mollenvanger. Op handen en voeten kropen zij door een prikkeldraadversperring en verscholen zich tussen de woningen. Ook de taatskuip waar Goedhart zich had verstopt, bleek een veilige plek. Hij lag 2 dagen en 1 nacht muisstil in zijn schuilplaats, zonder eten en drinken.

Ondanks de inspanningen en het verlies van de Rijkswaterstaters, werden de explosieven alsnog tot ontploffing gebracht door de terugtrekkende Duitsers.

Pijnlijke balans: 5 doden

De volgende dag waagden enkele leden van het Rode Kruis het de lichamen van de gefusilleerden te bergen, samen met medewerkers van Rijkswaterstaat. De lichamen van Nieuwenhuize en Verbrugge lagen in het water. Die van De Bert en Groenewegen in een loopgraaf. Onder grote belangstelling werden de 5 Rijkswaterstaters in een gezamenlijk graf op de algemene begraafplaats van Terneuzen begraven.

Het gezamenlijke graf van de 5 doodgeschoten Rijkswaterstaters Foto: © Edwin Hamelink | CC-BY-SA-3.0

Monument voor de gevallenen

Op 14 maart 1945 bezocht koningin Wilhelmina de plaats waar het drama zich had afgespeeld. Diep ontroerd legde zij een rood-wit-blauwe corsage op een stuk puin neer en sprak de woorden: ‘Hier moet een monument voor deze gevallenen komen.’ Aan deze Koninklijke wens is voldaan door het oprichten van een monument aan de Westsluis.

Onderliggende pagina's