Weginspecteur Saskia: ‘Het is stil op de weg’

Interview

Weginspecteur Saskia: ‘Het is stil op de weg’

Gepubliceerd op: 27 maart 2020- Laatste update: 27 maart 2020 10:30 uur

Het is stil. Op straat, in parken en op pleintjes. Ook op de snelwegen zijn de gevolgen van het coronavirus duidelijk zichtbaar. ‘Die zijn verlaten,’ vertelt weginspecteur Saskia. Samen met haar collega’s staat ze ook in deze bijzondere periode paraat om weggebruikers weer op weg te helpen na een pech- of ongeval. ‘Ik moet er erg aan wennen dat geen handen schudden soms niet oké voelt, maar wel het allerbeste is.’

Elke dag zijn er ruim 300 weginspecteurs in hun gele pick-ups en op hun motoren op pad om ervoor te zorgen dat weggebruikers vlot en veilig van A naar B kunnen. Na een pech- of ongeval zijn ze vaak als eerste ter plaatse en treffen ze samen met hun collega’s van de verkeerscentrales allerlei (veiligheids-)maatregelen. Als de situatie erom vraagt, regelen ze bijvoorbeeld dat de verkeerscentrale een rijstrook tijdelijk afsluit. Zo kunnen hulpverleners veilig hun werk doen. Ook houden weginspecteurs zich bezig met het omleiden van het verkeer, het regelen van de berging en het informeren van weggebruikers.

Saskia Morsink met collega’s Esther Hotting (links) en Monique van den Kommer (midden), toen de afstandsregels nog niet golden.

Weginspecteur Saskia werkt momenteel ‘gewoon’ nog fulltime en dat gaat vooralsnog ook ‘gewoon’ zo door. ‘Ons normale werk gaat door, maar wel op een iets andere manier. Op de weg merk ik dat het heel erg stil is. Het lijkt wel vakantie. We zien nog wel veel vrachtverkeer en krijgen ook nog regelmatig hoogtemeldingen. Maar goed, als er nu een te hoge vrachtwagen voor een tunnel stilstaat, dan ontstaat er geen file of slechts een heel beperkte. Normaal gesproken betekent een hoogtemelding in de ochtendspits tot ver in de ochtend hinder. Daar is nu dus echt geen sprake van.’

Handen schudden

In korte tijd is er voor weginspecteurs veel veranderd. Zo ook de omgang met automobilisten na een pech- of ongeval. ‘Waar we normaal gesproken toenadering zoeken en handen schudden, daar houden we nu afstand. Dat kan wat vervelend overkomen, al merk ik dat men het ook wel begrijpt. Ik moet er vooral erg aan wennen dat geen handen schudden soms niet oké voelt, maar wel het allerbeste is. Op dit soort momenten zie je ook pas hoe zo’n beleefdheidsvorm erin gebakken zit. Het is zo’n gewoonte, zo’n automatisme en voor iedereen wennen.’

Communicatie met collega’s

Op het steunpunt, een plek waar weginspecteurs samenkomen voor hun teambespreking en een kop koffie, is het erg rustig. Saskia: ‘We proberen sociale bezigheden tot een minimum te beperken. Dat betekent dat ik momenteel vrij vaak in mijn eentje zit en als ik collega’s tref, we dan afstand tot elkaar houden. Doordat ik mijn collega’s minder op de steunpunten zie, bellen we elkaar wat vaker. Op die manier probeer je zo goed mogelijk contact met elkaar te houden.’

‘Ontspannenheid’

‘Ik moet zeggen dat de weggebruikers erg goed met de nieuwe situatie op de weg omgaan. Ze rijden netjes de maximaal toegestane snelheid en als er ergens een opstopping is, geven ze mij alle ruimte om bij het pech- of ongeval te komen. Het valt mij en mijn collega’s op dat er een bepaalde mate van ontspannenheid lijkt te zijn bij de weggebruikers. Hoe raar dat ook klinkt. Ik vind het fijn dat we er ook op de weg er met elkaar het beste van maken.’

Onderliggende pagina's