Rijkswaterstaat en marktpartijen maken samen werk van een vitale infrasector

Nieuwsbericht

Rijkswaterstaat en marktpartijen maken samen werk van een vitale infrasector

Gepubliceerd op: 03 maart 2020- Laatste update: 04 maart 2020 12:44 uur

Op verschillende manieren gaan Rijkswaterstaat en marktpartijen zich de komende jaren inzetten voor een brede transitie in de infrasector. Een sector die duurzaam en innovatief is, financieel gezond en waarin de risico’s die inherent zijn aan infraprojecten, goed worden beheerst.

Dit gebeurt onder meer door in nieuwe projecten ervaringen op te doen met nieuwe samenwerkings- en contractvormen, doorontwikkeling van lopende pilots en kennis te vergroten door onderzoek. Dit staat in het plan van aanpak ‘Op weg naar een vitale infrasector’, dat minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het plan is in opdracht van de minister opgesteld door Rijkswaterstaat, in nauwe samenwerking met de marktsector en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Transitie nodig

Vorig jaar heeft Rijkswaterstaat samen met onderzoeksbureau McKinsey & Company onderzocht of zij haar maatschappelijke opgave ook in de toekomst succesvol kan blijven vervullen. De wens van zowel het ministerie als Rijkswaterstaat daarbij is om toe te groeien naar klimaatneutrale en circulaire uitvoering van projecten en maximaal gebruik te maken van de snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering. Om dit te realiseren is er een brede transitie nodig in de sector, zo was de conclusie van het onderzoek.

Onderzoek en experimenten

In het plan van aanpak staat hoe Rijkswaterstaat, marktpartijen en andere betrokkenen zich de komende jaren willen inzetten. Met onderzoek en experimenten werken partijen stapsgewijs toe naar een vitale infrasector, die duurzaam, innovatief en financieel gezond is en waarbij sprake is van beheerste risico’s. Er zijn ruim 20 maatregelen gepland, waarvan de meeste al in 2020 starten. Deze acties lopen uiteen van verbetering van de inkoopplanning van Rijkswaterstaat, en daarmee vergroten van inzicht in de inkoopbehoefte voor de markt, tot experimenten binnen concrete projecten. Dit wordt ondersteund met onderzoeken die de feitenbasis verder versterken, zoals onderzoek naar leerervaringen uit eerdere programma’s en projecten. Ook is er een onderzoek naar verdienmodellen van de toekomst, dat wordt getrokken door de markt. Het rapport dat in 2019 met behulp van McKinsey & Company is opgesteld, vormt de basis van dit plan van aanpak. De leidende principes uit de Marktvisie rond samenwerking gelden daarbij als uitgangspunt.

Ervaringen uit experimenten later breed toepassen

’Om ook in de toekomst onze infrastructuur op topniveau te kunnen houden, moeten we nu veranderingen in gang zetten’, zegt Michèle Blom, directeur-generaal bij Rijkswaterstaat. ’Door met experimenten in concrete projecten ervaringen op te doen, kunnen we deze later breder toepassen. Zo gaan we bij de projecten Ring Utrecht Zuid en de verbreding A27 Houten - Hooipolder werken met een twee-fasen-proces, waarbij gedurende het hele bouwtraject expliciet aandacht is voor risico’s en inherente onzekerheden. Voor de meest risicovolle onderdelen van de bouwfase wordt de prijsafspraak pas gemaakt wanneer risico’s beter in te schatten zijn en daarmee duidelijkere afspraken over de risicoverdeling gemaakt kunnen worden.’

Blom benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de uitvoering van het plan van aanpak. ’We realiseren ons dat dit plan van aanpak slechts één stap is in een transitieproces dat jaren in beslag zal nemen. Het slagen ervan hangt af van de inzet en het verandervermogen van alle partijen. We roepen iedereen die actief is in deze prachtige sector op om bij te dragen.’

Aanpak vitale infrasector

De aanpak sluit zo veel mogelijk aan op de concrete orderportefeuille van Rijkswaterstaat voor zowel aanleg als instandhouding van de infrastructuur. Er wordt onder andere bij de projecten Ring Utrecht Zuid, A27 Houten - Hooipolder, A12 IJsselbruggen en A73 Roertunnel en Tunnel Swalmen gewerkt aan een nieuwe risicoverdeling met een twee-fasen-proces.

Deze aanpak moet leiden tot een betere verdeling en beheersing van risico’s in grote en complexe projecten, grotere financiële zekerheid van bedrijven en betere financiële voorspelbaarheid van projecten voor Rijkswaterstaat als opdrachtgever. Bij het onderhoud van wegen in Midden-Nederland wordt, ter vergroting van de productiviteit, een nieuw en verbeterd prestatiecontract ontwikkeld dat bij succes verder wordt opgeschaald. Als is vastgesteld dat (onderdelen van) experimenten en veranderingen de gewenste effecten hebben, wordt besloten tot bredere toepassing en standaardiseringen.

Nauwe samenwerking

Het plan van aanpak is in nauwe samenwerking en in overeenstemming met de markt tot stand gekomen. Via een brede open consultatie op internet konden betrokkenen eind 2019 hun inbreng geven. Op de oproep zijn 170 reacties gekomen. Conceptversies van het plan zijn afgestemd met de vertegenwoordigende brancheorganisaties. In een 2-daagse bijeenkomst is met vertegenwoordigers van infrabedrijven, ingenieurs- en adviesbureaus en mede-opdrachtgevers gesproken op basis van een vergevorderd concept. Het definitieve plan van aanpak is hier nog sterk door verrijkt.

Marktpartijen over het plan van aanpak

‘Dit plan van aanpak is een belangrijk initiatief om gezamenlijk, overheid én bedrijfsleven, te werken aan een gezonde markt. Het realiseren van een goede balans tussen risico’s en winstgevendheid is noodzakelijk om de innovatiekracht van de bedrijven verder te versterken. TBI is zeer gemotiveerd om hier, samen met Rijkswaterstaat, de schouders onder te zetten.’ – Bart van Breukelen, voorzitter Raad van Bestuur TBI Holdings B.V.

‘Dit plan vormt een mooie en goede start om te komen tot een gezonde en innovatieve bouwsector.’ – Job Dura, voorzitter Raad van Bestuur Dura Vermeer.

'Het plan van aanpak is een belangrijke stap om de industrie te versterken: duurzaam, innovatief en financieel gezond. Van Oord kijkt met vertrouwen uit naar de weg die hiermee wordt ingeslagen.' - Pieter van Oord, CEO Van Oord.

‘Het plan van aanpak is een resultaat dat goed is voor Rijkswaterstaat, voor onze leden, maar vooral voor Nederland. Veel van onze ideeën zien we terug in de vernieuwingsplannen. We gaan er nu samen met Rijkswaterstaat de schouders onder zetten. Een geweldige uitdaging.’ – Doekle Terpstra, ondernemersorganisatie Techniek Nederland.

‘Bouwend Nederland is positief over de doelstellingen van het plan van aanpak ‘Op weg naar een vitale infrasector’. De sector werkt graag mee om de samenwerking tussen Rijkswaterstaat en opdrachtnemers structureel in de praktijk te verbeteren. Laten we samen de schouders zetten onder de grote maatschappelijke opgaven en Nederland blijvend leefbaar en bereikbaar houden met voldoende aandacht voor veiligheid.’ – Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland, de vereniging van bouw- en infrabedrijven.

‘Het is een evenwichtig plan, wat veel ambitie uitspreekt en daarmee een goede basis vormt voor de verdere concretisering en implementatie ervan in de komende jaren.’ – Andrea Vollebregt, directeur Vereniging van Waterbouwers.

‘Rijkswaterstaat ziet het belang van digitale technologie voor de fysieke infra steeds beter in. Ze zijn in hun visie op digitalisering en hun samenwerking met de markt een voorbeeld voor andere overheden.’ – Lotte de Bruijn, directeur NLdigital.

‘Laten we werken aan ontwikkelen van het verandervermogen in de hele sector. In onze overtuiging staat digitalisering en automatisering centraal in de verandering. Van Infra naar Smart infra, daarmee gaan we het verschil maken.’ – Gertjan Eg, directeur ASTRIN | Smart Infra.

Plan van aanpak en Kamerbrief

Bekijk het plan van aanpak ‘Op weg naar een vitale infrasector’ en de Kamerbrief van minister Van Nieuwenhuizen op de website van het ministerie.

Onderliggende pagina's