Reevesluis: niet gepland, toch duurzaam

Interview

Reevesluis: niet gepland, toch duurzaam

Gepubliceerd op: 02 juli 2019- Laatste update: 02 juli 2019 12:15 uur

Met een circulair bedieningsgebouw, minder betongebruik en een energiebesparend koelingssysteem kan de Reevesluis, onderdeel van het project IJsseldelta-Reevediep/Reevesluis, een mooie erelijst overleggen op het gebied van duurzaamheid. Dit ondanks het feit dat duurzaamheid geen deel uitmaakte van het oorspronkelijke plan. ‘Experimenteren en in de praktijk nieuwe inzichten verwerven is de manier om een sprong te maken.’

'Als je de vraag om duurzaamheid pas krijgt, als de deal met de aannemers en het ontwerp van de sluis al op papier staan, dan kun je maar beperkt resultaat boeken', stelt Cor Beekmans, namens Rijkswaterstaat projectmanager van het Reevesluis-project. ‘Maar we hebben er het beste van weten te maken en het heeft zeker leuke inzichten voor de toekomst opgeleverd.’

Gezonken schip

Zoals een circulair bedieningsgebouw, dat over pakweg 10 jaar wanneer Rijkswaterstaat overstapt op centrale bediening, gemakkelijk is af te breken en elders te gebruiken als bijvoorbeeld een eenvoudig horecagebouw. Verder is er een energiebesparend koelingssysteem in het sluiscomplex ingebouwd, zonder bijvoorbeeld een standby-knop: ‘Apparatuur die technisch uit kan, gaat echt uit. Ook dat levert een aardige energiebesparing op.’ 

Verder is voor de sluiskolk minder beton gebruikt: ‘Het is een zogenaamde lekke schutkolk, zoals er wel meer zijn in Nederland, met een aantal grote gaten in de bodem. Hiermee wordt in feite een gezonken schip neergelegd, waardoor er 200 heipalen minder nodig zijn. De kolk is daardoor niet meer droog te zetten, maar de CO2-uitsparing van 90.000 kg weegt daar gemakkelijk tegenop.’ Het is bovendien beton met een bijmenging van oud beton, dat dicht in de buurt (betoncentrale in Zwolle) is gemaakt.

Nieuwe inzichten duurzaamheid

Het zijn prima voorbeelden hoe circulariteit en duurzaamheid in een sluis zijn in te bouwen, waar voor toekomstige projecten zeker uit geput kan worden. Maar meer nog hoopt Beekmans dat er beweging ontstaat in de manier waarop er economisch over duurzaamheid wordt gedacht. Rijkswaterstaat wil in 2030 circulair zijn, daarvoor is volgens hem een andere manier van denken, een systeemsprong nodig. Er bestaat bijvoorbeeld een ladder van duurzaamheid, die de economische afweging voor 4 verschillende soorten maatregelen in beeld brengt. 

Over stap 1 (uitvoeren als het rendabel is), stap 2 (uitvoeren als het met bijvoorbeeld een langere looptijd rendabel te krijgen is) en stap 4 (niet doen als het niet rendabel is en te eenmalig) is weinig controverse. Beekmans: ‘Daartussen zit de meest boeiende stap, stap 3. Die zegt dat als een maatregel economisch niet rendabel is, maar wel kansrijk voor de toekomst en in principe een goed idee, dat je het dan toch uitvoert. Dit betekent dat je mag experimenteren en in de praktijk nieuwe inzichten kunt verwerven. Dat is volgens mij de manier om die systeemsprong echt te kunnen gaan maken.’

Betonnen legoblokken op de Reevesluis

Een mooi voorbeeld van deze stap 3 is het circulaire viaduct, dat op de bouwplaats van de Reevesluis is gerealiseerd. Het is een uit losse duurzame betonnen legoblokken bestaande brug, die aan elkaar worden gedrukt en met staal gespannen. Daar rijdt 8 maanden lang het vrachtverkeer overheen. ‘Er wordt gemeten hoe het viaduct hierop reageert, wat kostbare gegevens oplevert voor toekomstig hergebruik’, legt Beekmans uit. ‘Ik vind het ook bijzonder dat dit experiment is gefinancierd met geld van DG Water en Bodem dat eigenlijk voor een ander potje bedoeld was. Toen dat, het energieneutraal maken van de sluis, niet mogelijk bleek, vond subsidieverstrekker DG Water & Bodem dit viaduct een mooi alternatief. Omdat ze het, indachtig stap 3, wel gewoon een goed idee vonden. Precies de instelling die ons verder gaat brengen.’

Onderliggende pagina's