Versterking Houtribdijk: hightecharcheologie op de bodem van het Markermeer

Nieuwsbericht

Versterking Houtribdijk: hightecharcheologie op de bodem van het Markermeer

Gepubliceerd op: 08 oktober 2018- Laatste update: 08 oktober 2018 11:00 uur

De Houtribdijk krijgt het komende jaar brede zandoevers. Het zand wordt daarvoor gewonnen uit 2 nieuwe zandwinputten op het Enkhuizerzand bij de Houtribdijk. Onderwaterarcheologen speuren eerst in de bodem van het Markermeer naar resten uit de prehistorie.

Aan boord van het onderzoeksschip laat archeoloog Wouter Waldus zien hoe zij nieuwe technieken inzetten om diepe lagen te bereiken. ‘We hebben nu toegang tot vindplaatsen die voorheen onbereikbaar waren en ongezien in zandzuigers verdwenen.’

De flauw oplopende zandoevers die straks tegen de Houtribdijk liggen, breken niet alleen de kracht van de golven. Ze vormen een habitat voor nieuwe planten en dieren en verbeteren zo ook de waterkwaliteit. Voordat het zover is, wordt het zandwingebied in het Markermeer onderzocht op archeologische waarden. Dit gebeurt in opdracht van aannemer Combinatie Houtribdijk en onder toezicht van Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Primeur met Marine Prehistory Sampler

Wouter Waldus van ADC leidt het archeologisch onderzoek. Vanaf kraanschip de Optimist laat hij trots de speciaal ontwikkelde oplossing zien: de Marine Prehistory Sampler. Deze 16 m lange buis wordt vanaf het schip afgezakt naar de bodem van het meer. Een primeur in de wereld van de onderwaterarcheologie om op zo'n hightech-manier onderzoek uit te voeren.

Waldus: 'De Marine Prehistory Sampler bevat allemaal kleine waterspuiten. Die maken van de buis een soort boor. We boren tot de laag met zand uit het Pleistoceen, die voor ons vanuit de archeologie het meest interessant is.’ Zodra de kop van de Marine Prehistory Sampler de gewenste laag heeft bereikt, wordt de waterdruk omgekeerd. De Sampler verandert in een zand- en slibzuiger.

Werktuig prehistorie

Waldus en andere archeologen kunnen het zand dat wordt opgehaald direct aan boord zeven en doorzoeken. ‘Kijk, hier heb ik een mogelijk interessante vondst, die zat vanmorgen in de zeef', vertelt Waldus. 'Het lijkt een kleine aangescherpte steen. Het is een onderdeel van een werktuig uit het mesolithicum, een tijdvak in de prehistorie, ergens tussen de 12.000 en 7000 jaar oud. Deze vondst gaan we zeker verder onderzoeken. Als we dit soort bewoningssporen vinden, nemen we meer monsters.’

Jagers en verzamelaars

De voor Waldus en collega’s interessante laag bevindt zich op 10 tot 12 m diepte onder de bodem van het Markermeer. In de laatste IJstijd was het hele Noordzeegebied een uitgestrekte toendra. Vanaf ongeveer 12.000 jaar geleden warmde de aarde geleidelijk op. Hierdoor ontstond een voedselrijke delta, met nieuwe leefgebieden voor jagers en verzamelaars. Opgravingen op land hebben duidelijk gemaakt dat zij hun jachtkampen hadden op de hogere zandduinen. Het was een belangrijke periode van de menselijke geschiedenis. Er zijn alleen een paar stenen van bewaard gebleven, omdat het organische materiaal vergankelijk is.

Tegelijkertijd met de opwarming van de aarde breidde de Noordzee zich geleidelijk uit, waardoor het prehistorische landschap langzaam ‘verdronk’.

Waldus: ‘Inmiddels hebben we in Nederland de oprukkende zee gestabiliseerd, met onze dijken en dammen. Maar onder dikke pakketten klei, veen en zand liggen de leefgebieden en archeologische resten van onze verre voorouders. Op basis van dit onderzoek op het Markermeer kunnen we een reconstructie maken van het leefgebied en de leefwijze van de vroegste bewoners van onze delta. Maar het belangrijkste resultaat van dit project is vooral dat archeologen nu toegang hebben tot vindplaatsen die voorheen onbereikbaar waren en ongezien in zandzuigers verdwenen.’

Onderliggende pagina's