Het nieuwgebouwde gemaal Putten; ongeschonden op weg naar de polder

Nieuwsbericht

Het nieuwgebouwde gemaal Putten; ongeschonden op weg naar de polder

Gepubliceerd op: 11 oktober 2018- Laatste update: 11 oktober 2018 09:55 uur

Vrije migratie is van levensbelang voor veel vissoorten die zich op een andere plek voortplanten dan waar ze opgroeien. Maar soms is migratie onmogelijk, bijvoorbeeld doordat de toegang wordt geblokkeerd door oude, traditionele gemalen. Het nieuwgebouwde gemaal Putten houdt rekening met vismigratie.

Glasaaltjes en driedoornige stekelbaarsjes, de twee belangrijkste migrerende vissoorten op het Zuid-Hollandse eiland Putten, kunnen het gemaal in beide richtingen passeren.

Het nieuwe gemaal Putten

Het nieuwe gemaal Putten, gelegen aan de Schuddebeursdijk in Hekelingen, vervangt de gemalen Biersum en Volharding, die beide aan het einde van hun levensduur waren. Het Waterschap Hollandse Delta bouwde een nieuw gemaal, dat qua capaciteit groot genoeg is voor heel Putten. Een visvriendelijke passage stond vanaf het begin in het bouwplan. ‘De tijd dat we ons alleen maar druk maakten om droge voeten, is geweest’, stelt projectleider Kees Bekker. ‘Tegenwoordig wordt het belang van waterkwaliteit en een gezonde vispopulatie breed gedragen, zeker door ons.’

Stofzuiger

Bekker schetst wat er gebeurt met de glasaaltjes en driedoornige stekelbaarsjes, die het gemaal naderen: ‘Het water wordt vanuit de boezem in de polder naar het Spui gepompt, een best snelstromende rivier. De vissen die van de Boezem naar het Spui willen zwemmen, kunnen door de pomp heen naar buiten. Nagenoeg alle vissen blijven hierbij ongedeerd. We hebben de uitstroom iets naar binnen gelegd, waardoor een kommetje ontstaat aan de buitenkant in de rivier. Zo komen de visjes daar een beetje in de luwte terecht en niet direct in de volle stroming. Voor de vissen die van het Spui naar de Boezem willen, dus tegen de stroming in, hebben we een vishevel aangelegd. De hevelleiding hevelt water naar de Boezem, waarbij de vissen als door een stofzuiger naar binnen worden gezogen. De leiding met de visjes komt dan vervolgens 50 m voor het gemaal uit, anders worden ze weer door het gemaal naar buiten getrokken bij het opnieuw aanslaan van de pompen.’

Vissen kennen geen beheergrenzen

Bekker kijkt tevreden terug op het vispassage-project: ‘Het is eigenlijk perfect verlopen. Ook de aanleg via het land van de buurman is in goede harmonie uitgevoerd, omdat je met de hevelleiding een flink stuk verderop moet uitkomen. Bij de uitstroom van de hevelleiding ligt ook een bodembescherming, een betonblokkenmat op de bodem, zodat je geen uitspoeling krijgt waar die visjes er weer uitgaan.’ Zoals de vispassage nu gerealiseerd is, heeft zeker te maken met de Kaderrichtlijn Water-cofinanciering die Rijkswaterstaat beschikbaar stelt voor projecten die de waternatuur verbeteren. ‘De visvriendelijke pompen hadden we sowieso geplaatst. Maar voor de beslissing om de hevelleiding aan te leggen, heeft die cofinanciering absoluut geholpen.’ 

‘Dit is precies wat we beogen’, vertelt projectmanager Priscilla Veenstra van Rijkswaterstaat. ‘Dat waterbeheerders gezamenlijk vismigratieknelpunten oplossen. Het maakt de vis natuurlijk niet uit dat er beheergrenzen zijn; die wil gewoon van A naar B.’ De passage levert het gemaal bovendien een nieuw soort publiek op. Bekker: ‘Tijdens excursies zien we niet alleen bezoekers die in de techniek van de pompen geïnteresseerd zijn. Er komen nu ook natuurliefhebbers vanwege de visvriendelijkheid kijken.’

Meer nieuws Uitvoering Kaderrichtlijn Water

Onderliggende pagina's