‘Voorspelde regen verandert waterstand rivieren vooralsnog niet’

Interview

‘Voorspelde regen verandert waterstand rivieren vooralsnog niet’

Gepubliceerd op: 15 augustus 2018- Laatste update: 15 augustus 2018 15:58 uur

Dalende waterstanden en drukte op de vaarwegen. De droogte zorgt voor drukke weken voor onze collega, nautisch adviseur Jaap Paauwe. Samen met collega’s houdt hij de vaarwegen goed in de gaten. Ook leren ze van deze periodes. ‘Bijvoorbeeld waar en wanneer ondieptes ontstaan.’

Minister Cora van Nieuwenhuizen en Jaap Paauwe tijdens een werkbezoek bij de Prins Bernhardsluizen in Tiel

Wat is je rol tijdens de droogte/hitte?

'Als adviseur Verkeer en Watermanagement ben ik verantwoordelijk voor de verbinding Rotterdam-Duitsland en Duitsland-Amsterdam. Sluizen en stuwen bepalen de hoeveelheid water die hier stroomt (waterafvoer). In een vastgelegd stuwplan staat wat de waterstand tussen de stuw- en sluiscomplexen moet zijn. De sluismeester zorgt voor een goede waterstand door meer of minder water door de stuwen te laten gaan. Tijdens de droogte neem ik onder meer deel aan het kernteam laagwater en het crisisteam. Er is veel gediscussieerd over het gebruik van de stuwen ten behoeve van de waterverdeling over de IJssel, Nederrijn en Lek, want we zitten ook middenin de renovatie van drie stuw- en sluizencomplexen.'

Hoe heb je de afgelopen weken ervaren?

'Als erg druk. Dit heeft vooral met de scheepvaart te maken, want het was druk op het water. Vanwege de lage waterstand wordt de lading die normaal met één schip wordt vervoerd, verdeeld over meerdere schepen. Daarnaast was er vanwege het mooie weer veel recreatievaart. Een aantal sluizen gingen minder vaak open om de waterstand op peil te houden. De Prins Bernhardsluis in Tiel is bovendien tijdelijk gesloten geweest voor de scheepvaart door de grote stroomsnelheid van het water door de sluiskolken richting het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek. Zo gingen we ook zoutindringing tegen bij Diemen en Kinderdijk. Doordat schepen moesten uitwijken naar andere vaarwegen, werd het nóg drukker op de rivier. Bijvoorbeeld de Nederrijn en Lek.'

Welke uitdagingen kwam je tegen in je werk?

'Het water daalde steeds verder. Ook de vaargeul (de plek waar schepen mogen varen) werd steeds ondieper. De diepte is onder meer bepalend voor hoe diep geladen en snel de schippers mogen varen. Het communiceren naar schippers bleek een grote uitdaging, want veel scheepvaart komt van over de grens. We hebben veel geleerd, zoals waar en wanneer ondieptes ontstaan.'

Wat verwacht je de komende tijd?

'De gevallen en voorspelde regen verandert de situatie op zeer korte termijn in Nederland niet. Onze rivieren worden er niet voller van. De neerslag moet daarvoor in het stroomgebied in Duitsland vallen. Momenteel is het bouwvak, maar als deze voorbij is wordt het nog drukker op de vaarwegen. Het vervoer van bouwmaterialen zorgt voor ongeveer 25 procent meer scheepvaart. We hebben verschillende scenario’s op papier gezet. Zo kunnen we langere wachttijden voor de sluizen instellen om water te sparen. Dit levert vertraging voor de scheepvaart op en vergt begrip van schippers.'