Innovaties testen: soms wel 4 jaar van idee tot praktijk

Nieuwsbericht

Innovaties testen: soms wel 4 jaar van idee tot praktijk

Gepubliceerd op: 19 april 2018- Laatste update: 19 april 2018 13:45 uur

Rijkswaterstaat en de markt werken voortdurend aan vernieuwing. Maar voordat innovaties kunnen worden toegepast, moeten die worden getest in de praktijk. Het Innovatie TestCentrum (ITC) speelt daarin een belangrijke rol. Coördinatoren Joke Jager en Rob Portielje vertellen hoe het Innovatie TestCentrum helpt de innovatiekracht van Rijkswaterstaat te versterken.

Innovaties toetsen aan criteria

‘Voordat Rijkswaterstaat innovaties kan gebruiken moeten die worden gevalideerd, bijvoorbeeld door de eisen van kennisplatform CROW toe te passen’, vertelt Jager. ‘Is dat niet mogelijk, dan moeten we zien te achterhalen of zo’n innovatie echt doet wat de bedenker belooft. Een test door het Innovatie TestCentrum (ITC) biedt inzicht in de meerwaarde en de risico’s van de innovaties.’ Elke marktpartij die een innovatie heeft ontwikkeld en die wil laten testen op het gebied van de Grond, Weg- en Waterbouw, kan daarvoor een aanvraag indienen. ‘We ontvangen elk jaar tientallen van zulke aanvragen’, licht Jager toe. ‘Vanzelfsprekend kunnen we die niet allemaal aannemen. En ook lang niet alle aanvragen komen daarvoor in aanmerking. Of we gaan testen hangt af van een aantal criteria. Bijvoorbeeld hoe innovatief een idee is. Wijkt het echt af van bestaande oplossingen? Maar ook of de innovatie veel potentieel heeft voor de kerntaken van Rijkswaterstaat. En niet onbelangrijk: de innovatie moet binnen een redelijke termijn klaar zijn voor gebruik. Denk daarbij aan een periode van ongeveer 4 jaar.’

Testen onder natuurlijke omstandigheden

De innovaties die het Innovatie Testcentrum halen, hebben ook al een vrij hoog Technology Readiness Level (TRL). ‘Een idee moet natuurlijk ook al goed te testen zijn’, legt Portielje uit. ‘Daarom gaan we pas met een innovatie aan de slag als die een TRL heeft van 6 of 7. Dat betekent dat technologieën en sleutelcomponenten van een innovatie al een succesvolle laboratoriumtest achter de rug hebben en dat er een prototype ligt dat we onder relevante omstandigheden of in de praktijk kunnen gaan testen.’ Hoe zo’n test eruitziet, bepaalt het ITC met hulp van inhoudelijke experts van Rijkswaterstaat én de marktpartij die de innovatie heeft aangemeld. Portielje: ‘Het liefst testen we een innovatie onder natuurgetrouwe omstandigheden. Slijtvast asfalt willen we testen op een drukke weg en een innovatie gericht op de zee moet zich natuurlijk staande houden onder de zware omstandigheden op volle zee.’

Situaties nabootsen

Maar soms is een praktijktest niet of niet direct mogelijk, vertelt Jager: ‘Hoe test je een dijk bijvoorbeeld tegen golfslag die maar eens in de 100 jaar voorkomt? In zo’n geval moeten we wel uitwijken naar een testomgeving waarin we die situatie kunnen nabootsen. Daarvoor hebben we overigens geen eigen fysieke testcentrum, we gebruiken dan de testfaciliteiten en kennis van kennisinstituten waarmee we samenwerken. Soms moeten we ook eerst bepaalde risico’s uitsluiten voor we een innovatie aan een praktijktest kunnen onderwerpen. Denk aan een innovatie waarvan nog onduidelijk is welke effecten die heeft op het milieu. Ook kiezen we er soms voor om een test geleidelijk op te schalen. We testen asfalt dan bijvoorbeeld eerst op een rustige weg die we gemakkelijk kunnen afsluiten als er iets misgaat, en pas als dat goed gaat, doen we een proef op een drukker traject.’

Kosten delen

Het spreekt voor zich dat zo’n testtraject bij het ITC vrij tijdrovend is. Gemiddeld kost het zo’n 1,5 tot 4 jaar voordat een innovatie gevalideerd is en klaar voor gebruik in projecten. ‘Het gevoel bij marktpartijen is dat innoveren eigenlijk te lang duurt', zegt Jager. ‘Vaak werken ze al jaren aan een innovatie en hebben ze er al flink in geïnvesteerd. Dus willen ze ermee aan de slag. Ze zijn dan ook niet blij met een extra tussenstap bij Rijkswaterstaat die bovendien ook weer de nodige kosten met zich meebrengt. Wij willen ook een slimme innovatie het liefst zo snel mogelijk gebruiken, maar dat is simpelweg niet verantwoord.’ Innovaties die door het ITC worden getest kunnen veelal wel rekenen op een tegemoetkoming in de kosten. ‘Daarbij gaan we tot een maximum van 50 % van de met de test gemoeide kosten’, vertelt Portielje. ‘Maar dat geldt alleen voor marktpartijen die komen met een volledig nieuwe innovatie. Deze pioniers lopen immers veel meer risico dan partijen die voortborduren op bestaande innovaties. Daar willen we ze voor belonen.’

Vraaggestuurd testen

De meeste aanvragen voor een test komen van de grote aannemers. ‘Dat is jammer’, vindt Portielje, ‘want ook gespecialiseerde mkb’ers en startups hebben vaak slimme ideeën waar wij van kunnen profiteren. Maar die melden zich minder snel, dus moeten we naar hen toe.’ Deze verschuiving van aanbod- naar vraaggestuurd werken zet het Innovatie TestCentrum steeds nadrukkelijker in. ‘Zo zochten we afgelopen jaar naar innovaties die ons helpen watersystemen en natte infrastructuur te meten, inspecteren en onderhouden’, vertelt Portielje. ‘Daarvoor schreven we een uitvraag en nodigden we startups uit om hun suggesties te presenteren tijdens een event. Daaruit kwamen 2 veelbelovende innovaties. Die testen we dit jaar.’ Een zelfde werkwijze volgde het ITC bij de zoektocht naar betere zoab-randen. ‘Daarbij schreven we een prijsvraag uit om te komen tot de beste oplossing’, vertelt Jager. ‘De winnende ideeën testen we dit jaar in proefvakken.’

Gemiddeld lopen er jaarlijks zo’n 15 verschillende testtrajecten bij het ITC. Jager: ‘Afgelopen jaar varieerden die van levensduurverlengers voor zoab tot bellenschermen die helpen plastic uit rivieren te halen. Maar innovaties hebben we nooit genoeg. Dus we hopen dat we komende jaren samen met de markt weer veel innovaties kunnen klaarstomen voor gebruik in onze projecten. Of Rijkswaterstaat innovaties na een test ook daadwerkelijk gebruikt, is niet aan het ITC. De innovatie moet zichzelf in de markt bewijzen.’

Succesvol innoveren is niet eenvoudig

Rijkswaterstaat zet alles op alles om innovaties snel op te pakken en klaar te maken voor gebruik. Toch blijven er ook goede ideeën op de plank liggen. Hoe werkt Rijkswaterstaat samen met de markt aan innovaties en wat maakt of een idee de praktijk haalt of niet? Erik Vendel, hoofd Innovatie en Markt vertelt erover in het digitale magazine van Rijkswaterstaat zakelijk.

Onderliggende pagina's